Nieuws

Fortissimo in Coronatijd

KOORonaNIEUWS

Mannenkoor Fortissimo

Jaargang 1 Nummer 16

Van Wim

 LAAT EENS WAT VAN JE HOREN !!!

Nu de laatste nieuwsbrief op uitkomen staat wil ik toch proberen om de contacten binnen Fortissimo wat aan de gang te houden. Vandaar dit initiatief:

Als elk lid nu eens in de komende weken een mailtje stuurt naar vier willekeurige mensen uit het koor (leden, bestuur, dirigente) en aan die laat weten hoe je deze “koorloze“ periode hebt beleefd en bent doorgekomen dan hebben we iets. Kies nu eens niet iemand waarmee je altijd al veel contact hebt maar juist een persoon die je niet zo vaak spreekt.

Ik ben benieuwd wat je ervaringen zijn en zo houden we elkaar toch op de hoogte en blijft onze goede onderlinge band toch bestaan. Alvast bedankt voor jullie moeite en prettige zomerdagen en tot ziens begin september.

Wim Speek

 

 

Van Fred

 

VAKANTIE!!!!!

In ieder geval voorlopig is deze aflevering van KOORonaNIEUWS de laatste.

Rianne en ik gaan in juli drie weken naar De Cantal in Frankrijk. Corona zou ons bijna de 38e keer dat wij vanuit een Gîte Rural de France een stukje van Frankrijk verkennen, door de neus geboord hebben.

De geplande reservering in juni ging niet door, maar in juli konden we in hetzelfde dorp een ander huis huren. Een vrijstaand huis in een kasteelpark, weinig kans op Corona….
Veelal schrijf ik een stukje over de natuur. Dat zou ik nu ook kunnen doen en zeker ook over de Cantal waar wij al wat rondgezworven hebben, maar ik doe dat niet.
Aan de hand van enkele anekdotes vertel ik jullie waarom wij zo graag in Frankrijk tussen de mensen op het platteland, la campagne, zijn.

Wij eten graag in een restaurant als dat zo uitkomt. In ieder geval gebruiken we het laatste avondmaal, voordat we de volgende ochtend vertrekken, in een eetgelegenheid. Zo ook in de Cevennes. We hadden onze zinnen gezet op het dichtsbijzijnde etablissement in een dorp, een paar kilometer verderop.
Te voet er naartoe natuurlijk, want e.e.a. moet wél gepaard gaan met een alcoholische versnapering. Dat lukte. Eerst een lekker biertje op het terras en na overleg met de chef, over wat hij voor ons klaar kon maken, nog maar een.

Wat was het eten lekker! En de wijn ook!

 

En toen kwam het moment van afrekenen.
“Pin?” “Nee, geen pin”. “Creditcard?” “Nee, geen creditcard. Alleen contant”.
Wij hadden geen contant geld bij ons. In ieder geval niet genoeg…..
“Is hier een pinautomaat?” Wij wisten eigenlijk wel dat dit niet het geval was.
“Hindert niks, ga maar even geld halen”. “Maar dat is een paar kilometer lopen en daar hebben we ook geen contant geld”.
“Hindert niks, kom morgen maar betalen.”
“Wij willen morgen om 06.uur vertrekken en de dichtsbijzijnde pinautomaat is in het dorp 10 km verderop, in de richting van waar wij heen moeten. Dat is 20km extra, maar we staan hier morgen om 06.00 uur voor de deur om te betalen.”
“Nee, dat kan niet want dan zijn we nog niet wakker”.
“Weet je wat. Pin bij die pinautomaat. Naast de pinautomaat is de bakker, doe het geld in een enveloppe, zet daar “Pour Alex” op, vraag naar Michèle en geef haar de enveloppe. Dan komt alles goed.”
Aldus geschiedde. Michèle had hij niet ingeseind. Wij legden uit wat er aan de hand was en zij zorgde ervoor dat de volle winkel kon meegenieten van ons falen: geen contant geld als je ergens gaat eten….. Ze scheurde nog wel even de enveloppe open om te kijken of er geld in zat. Misschien toch iets minder “confidence” dan de patron van het restaurant?

Een andere keer in de Pyreneeën. De eigenaar van de gîte had ook een café, een winkeltje en een depot de pain. Elke ochtend vers stokbrood. Maar ja, hoe kom je daar aan als alles nog slaapt als wij willen ontbijten, om daarna te vertrekken voor een wandeling met een stokbrood in de rugzak.

Geen probleem, kom maar even mee. “Het brood ligt ’s morgens in een kist. Je geeft op wat je wil hebben, wij bestellen, en jij pakt het eruit”. “Oké, elke dag twee stokbroden dan maar.”
Na een aantal dagen maar eens een keer afrekenen. Wat moet ik betalen? Tja, zeg het maar, wij houden dat niet bij….

Fransen nodigen je niet gauw thuis uit. Toch is het ons een aantal keren overkomen. Van aperitief tot diner. Een aperitief is altijd bijzonder. De Fransman vraagt meestal niet wat je wil drinken, maar hij bepaalt wat je zult drinken. We hebben van alles meegemaakt: flessen wijn, crémant, bier, cognac, calvados, marc de bourgogne en verschillende zelfgemaakte drankjes.
Vaak gaat het drinken gepaard met een hapje. Zo hebben we een keer tot laat in de avond aperitief gedronken en hapjes gegeten. Toen we weggingen vroegen we wat nu precies de gewoontes waren op dat vlak. Misschien wel uit beleefdheid zei de vrouw des huizes dat zij dat ook niet precies wist. Het maakte niet uit, als het maar goed was.
“Gezellig” kun je niet zeggen, want dat woord kent geen Frans equivalent.

Zo zaten wij in de Touraine in een huis op het landgoed van een wijnboer.
Het aperitief bestond uit een drankje dat het midden hield tussen port en medium sherry, althans wat ons betreft. Een wijnboer uit de Elzas, die daar ook een weekje vakantie hield, liep steeds hoofdschuddend door de wijngaard. Hij vond de manier waarop er in de Touraine wijn gemaakt werd helemaal niks.
Hij zat ook aan het drankje van zijn collega. Dat vond hij, aan zijn gezicht te zien, vergif. Hij kon het niet thuisbrengen en vroeg wat het was. Vol enthousiasme vertelde de boer dat hij in de kelder een vat heeft met dit goedje erin. Ieder jaar tapt hij daaruit wat hij denkt in het komend jaar nodig te hebben en daarna vult hij het vat weer aan met jonge wijn van de nieuwe oogst. Het volgend jaar hetzelfde liedje.
Zijn vader deed dit al, zijn grootvader, zijn overgrootvader en wie weet hoeveel bet-bet-bet-overgrootvaders. In dat vat zit dus, waarschijnlijk ook nu nog, eeuwenoude vloeistof.

In de buurt van de Mont Ventoux staan veel boomgaarden met kersen. Ook daar huurden wij een huis van een boer en werden wij uitgenodigd voor een aperitief.
Over het algemeen weet men dan al wat wij in hun negorij komen zoeken en is er ook belangstelling voor. Vaak weet ik al meer van de natuur daar, dan wat ze er zelf van weten.
Dus ik wilde wel eens weten hoe het nu kwam dat de kersen niet opgevreten werden door de spreeuwen en de lijsters.
Je zag er niet één daar, terwijl de bomen niet beschermd werden tegen de vogels, alleen tegen de felle zon. Ik voeg dus wat door over die vogels. “Nee, dit zitten niet in de boomgaarden, maar in het bos”. Ik bleef aandringen en ik weet niet of dat fatsoenlijk is als je ergens op een aperitief wordt uitgenodigd. Maar na verloop van tijd kwam dan toch de aap uit de mouw: “En ze zijn erg lekker”.

Van Bas

MIJN MOLENWERELD, deel 3.

Het vorige verhaal ging eigenlijk over de “ontdekking van de zeer eenvoudige motor”.

Met ’n motor ga je wat doen uiteraard.

In de ROSMOLEN is dat eigenlijk gemakkelijk. In de schuur staat  een spil opgesteld. Het paard maakt, òf binnen lopend (Zeddam).

òf buiten lopend (hier Ertvelde), z’n rondjes en de spil gaat meedraaien. Aan de spil is een rad bevestigd. (In de rosmolen van Zeddam heeft dat rad een diameter van 7,30 m!!!  Van Ertvelde heb ik geen maat, maar op de foto gezien, denk ik aan 2 meter). Dat rad gaat meedraaien natuurlijk. Een aangesloten kleiner rad gaat ook meedraaien en daardoor werkt bijvoorbeeld de karnton.

Om de productiecapaciteit te vergroten kan je er nog een 2e of 3e of 4e karnton op aansluiten. Maar er kunnen ook andere installaties op aangesloten worden. Afhankelijk van wat voor soort bedrijf er in de schuur gevestigd is.

 

De WATERMOLEN is eigenlijk ook niet zo’n probleem. Bijna altijd werd er aan beide zijden van de beek een gebouw neergezet. Tussen de twee gebouwen zat de constructie van de sluizen en de raderen. Afhankelijk van het wateraanbod werd er gewerkt. Eén sluis open en er draaide 1 rad. Draaiende beweging van de as naar binnen……. werktuigen aangesloten en aan de arbeid.

Een zeer fraai voorbeeld: de Watermolen van Singraven gelegen op de Dinkel in Overijssel.

Hier zijn zelfs 3 “motoren” ingebouwd.
In een volgend verhaal zou ik kunnen vertellen wat er wordt aangedreven.

 

Nog een voorbeeld? Aan deze molen heb ik hele mooie herinneringen: de Volmolen op een zijtak van de Geul in Epen. Truus en ik waren hier al enkele malen.

Deze gelegenheid was wel heel memorabel……………

Watermolens, zo mooi gelegen vaak, maar je moet ze wel bewust op zoeken.

Maar als jullie deze dan gevonden zouden hebben, staan jullie (net als ooit Vincent van Gogh) oog in oog met de Opwettense Watermolen op de Kleine Dommel. Uiteraard zeer opvallend zijn de 2 raderen. De kleinste heeft een diameter van 760 cm en de grootste meet liefst 930 cm.

Nu ben ik toe aan de derde aangegeven energiebron: de wind.

Dat is redelijk omvangrijk. Jullie zullen merken, dat je niet zomaar kunt zeggen:
“oh, dat gaat over de molen van Huijbergen of Halsteren of Borgvliet”.

Ik dacht dan ook maar heel simpel, maar misschien wel
verrassend, heel klein te beginnen.
Wel met de opmerking: nu heb je wieken nodig èn, zeer belangrijk, die moeten altijd naar de wind toe staan om te kunnen werken!!!!
Het principe is eigenlijk eenvoudig, want je maakt wieken vast
aan een wiekenas of molenas…..

Wat jullie hieronder zien, is misschien wel het simpelste voorbeeld van een windmolen. Het is een tjasker.
Ze komen voor in onze noordelijke provincies. Er zijn 2 soorten van.
De paaltjasker en de boktjasker.

Hier zien we de boktjasker van Augustinusga:

En dit is de paaltjasker van Ny Beets:

Klein grut hè.
Maar we kennen ook het weidemolentje.
Dit is de Kaatmolen op De  Zaanse Schans. Met behulp van de driehoekige vin aan de achterzijde staat deze molen altijd met de wieken naar de wind:

En al weer iets groter de spinnekop:

Nu gaan we naar het grotere werk. De molens die zich niet verstoppen, maar heel nadrukkelijk aanwezig zijn in ons landschap.  De fabrieken uit ons verleden! De molenaar was fabrikant. Vaak ZZP-er of soms een kleine werkgever. Dan kijken we hoe die molenaar zijn werk kan doen. Dat valt uiteen in het werk buiten de molen en in de molen.

Een molen moet geen windbelemmering hebben. Vroeger had je niet veel bomen en zeker geen hoge gebouwen. Dan werd een molen niet groter gebouwd dan nodig was. Men bouwde dan een zogenaamde grondzeilerKrabbendijke bijvoorbeeld stond aan de rand van het dorp. Niets in de weg dus. De molenaar kon buiten gewoon van de grond af zijn werk doen, om de molen gebruiksklaar te maken. Ik had immers al eens opgemerkt: de wieken moeten altijd naar de wind gericht zijn om van die wind te kunnen profiteren.

De molenaar of zijn maatje aan het werk op de grondzeiler:

 

Waren de omstandigheden minder gunstig, dan ging men de hoogte in. Men begon de molen te bouwen en op een hoogte van ongeveer 5 of 6 meter gooide men er een berg grond tegenaan en ging verder. Zo ontstond de berg- of beltmolen. Wilde men nog hoger dan bouwde men een stelling of balie aan de molen. Dan werd het een stellingmolen.

en hier in het echt….

Zijn er dan alleen maar ronde stenen molens?
Nee hoor. Ik heb nog een paar typische grondzeilers voor jullie……

Achtkante molen met riet gedekt:

Wip- of kokermolen:

Een Zeeuwse achtkant met dakleer gedekt:

Een van de oudste molenmodellen, de  standerdmolen:

Een hele fraaie tussenvorm: een paltrokmolen, bedienen vanaf de grond om op de wind te zetten èn vanaf een stelling zeil voorleggen:

Een bijzondere bergmolen is de torenmolen van Zevenaar:

Om deze aflevering te besluiten:

De Wachter in Zuidlaren.
Een stellingmolen met vierkante stenen onderbouw en een houten achtkante rietgedekte molen met rieten kap:

En tot nu toe hebben we nog steeds niet met de molen gewerkt. Niet buiten en niet binnen.
Volgende keer dan maar.

Voor nu een prettige en fijne en gezonde vakantie.

Bas

 

 

Van Wim

 

♣♣♣♣♣♣♣♣♣♣♣♣♣♣♣♣♣♣♣♣♣♣♣♣♣♣♣♣♣♣♣♣♣♣♣♣♣♣♣♣♣♣♣♣♣♣♣♣♣♣♣♣

 

KOORonaNIEUWS

Mannenkoor Fortissimo

Jaargang 1 Nummer 15

 

Van Ben

 

CORONABESTENDIG………

 

Jullie weten al dat we de vorige week voor het eerst sinds half maart een bestuursvergadering hebben gehad waarbij we allemaal, inclusief Kristin, lijfelijk aanwezig waren.

Fred meldde reeds alles wat jullie uit deze vergadering moesten weten en had het ook over de heerlijke tuin van Mart, met de volière en vijver. Maar, indachtig de coronatijd en alles daarom heen had Mart de vergadering ook super goed voorbereid.

Kijk naar beide foto’s en zie hoe hij vanaf de voordeur tot achter in de tuin het coronacircuit met de 1,5 meterregel had uitgezet! Je kwam door de hal, de keuken  zo in de tuin waar je stoel reeds klaarstond met je naam erop. En… de tuin weer verlaten moest langs het poortje! Gevolg: een bezoek aan het toilet ging via het poortje en dan weer aanbellen om in de hal terug te komen…. We hebben er eerlijk gezegd veel om gelachen.

Het was een ontspannen start van iets dat we véél te lang niet mochten doen. Dank je wel, Mart!

Beste mensen, dit is voorlopig het een na laatste  KOORonaNIEUWS. Voor mij de laatste waarin ik nog wat kwijt kon. Jullie begrijpen dat ik niet genoeg kan vertellen hoe dankbaar we moeten zijn voor alle inzendingen en verhalen. En… voor de wijze waarop Fred die elke week weer tot iets moois maakte.

Ik hoop oprecht dat we elkaar in de laatste week van augustus op een ontspannen manier terug zien.

Fijne vakantie en tot dan

Ben


 

Van Kristin

 

Beste mannen,

Het virus neemt in kracht af en het ziet ernaar uit dat we in september toch weer kunnen samen zingen. Het is natuurlijk ook niet meer dan normaal dat we dat weer zullen doen. Enkel ons gevoel over samen zingen is gewijzigd, we zullen het voortaan voorzichtig doen en met afstand. Ik vind het een eigenaardige evolutie. Normaal spreken we over mensen naar elkaar toebrengen over samen dingen doen en hoe goed dat allemaal is voor het innerlijke welzijn.

Het virus dreef ons uit elkaar en zelfs de grenzen werden weer duidelijk op de kaart gezet. We zijn nu enkele maanden verder en worden gewend aan het naast elkaar leven op afstand. Ik hoop dat we volgend seizoen eens kunnen lachen over ons gedrag en we kunnen terugkijken met een gevoel van verbazing over wat we allemaal meemaken in deze verwarde periode.

We gaan terug starten met het geplande programma maar dat zal een beetje uitgedund worden en aangevuld met een sneetje instrumentale muziek. Ook het kerstprogramma komt er aan.

We gaan terug uit volle borst zingen en er van genieten zoals mijn nachtegalen die trouw elke dag een prachtig concert verzorgen vroeg in de morgen en ‘s avonds voor het slapengaan. Ik voeg één van de concerten toe, opgenomen van op het terras en hij (of zij) zat op 4 meter van mij in onze beuk op een tak.

Ik wens jullie een mooie zomer toe en zing toch maar wat zodat we in september niet op zoek moeten gaan naar jullie stembanden! Laat staan het hele apparaat, met buikspieren en ribbenkast erbij! 🙂

Warme groeten,

Kristin

  

 

Van Fred

 Kristin spreekt over een hij of een zij. Mannetje en vrouwtje nachtegaal zijn nauwelijks van elkaar te onderscheiden. Altijd werd gedacht dat alleen mannetjesvogels zingen. Pas sinds kort wordt onderzoek gedaan naar zingende vrouwtjes en die zijn er. Bijvoorbeeld de roodborst, die tot de nachtegalenfamilie behoort. De vrouwelijk en mannelijke voorouders van onze zangvogels zongen zeer waarschijnlijk beide. Maar of het vrouwtje nachtegaal, zoals wij die kennen, óók zingt weet ik niet. Ik denk het niet, want alleen mannen kunnen zó mooi zingen.

Nou vooruit, en één vrouw dan….


 

Van Bas MIJN MOLENWERELD, deel 2.

In deel 1 schreef ik over mijn fantasie hoe het molenwerk ooit begonnen zou kunnen zijn en ik gebruikte de zin:

“Maar alles met menskracht. Er kwam behoefte aan meer opbrengst en daar kwamen grotere stenen voor.
Toen werd het nodig om andere energiebronnen dan menskracht aan te boren.”

Vergis je niet, maar zo’n eerste modelletje maalsteentjes was nog wel te dragen en te verplaatsen en te draaien. Op de foto zien jullie een koppel(tje) stenen. Ooit op een watermolen in Limburg gekocht. Voor de lol. Ook voor demonstratie. De diameter van de steentjes is 14 cm. Maar laat het eens groeien tot 8o cm of 100 cm! Dan wordt het al wat zwaarder hoor.
De onderste steen komt nooit boven en wordt door de molenaar “de ligger” genoemd en de andere steen komt daar op te liggen en moet gaan draaien en kreeg daarom de naam “de loper”.

Daar gaat het nu om: de loper moet gaan draaien.                                                        Met menskracht niet te doen.
Eureka! Als die loper nou eens aan een as bevestigd zou worden en je zou die as aan het draaien kunnen krijgen.
Even in onze herinnering graven. Het is niet onmogelijk dat een van jullie kinderen vroeger een hamster wilde hebben om te knuffelen.
Kooitje…hamster……looprad, want die hamster beweegt zo graag……
Pas op, want nu ga ik weer fantaseren…..
extra asje aan de buitenkant verbonden aan een fietsdynamo…….draadje naar een leeslamp ……gratis stroom…..nou, gratis…..de hamster moet wel voer hebben natuurlijk……en blijven lopen aub.

Heb ik nu een nieuwe uitvinding gedaan? Welnee hoor.

Mensen in een rad laten lopen en zo een hijswerktuig aandrijven. Het is gebeurd hoor……..
Kijk eens hieronder. Daar heb je ons “hamster-rad”.

en nu deze:

Geen dierenactivist was nog te bekennen. 1 of 2 honden in het rad ….. lopen maar … en de klopper in de boterkarnton deed z’n werk.

of de schapenkar……

of de ossenkar….

gelukkig, de zo gewenste andere energiebronnen zijn gevonden en molenstenen konden steeds groter worden. De molenaar gebruikt zijn eigen maatvoering, maar laat het me maar vertalen naar moderne maten. Een diameter van 150 0f 160 of 170 cm ongeveer en laat ons zeggen 30 tot 40 cm dik. Zo komen we aan een gewicht van zo’n 1000 kg ongeveer. Dat zou met ellebogenstoom nooit van z’n leven lukken.
Er zijn zodoende dieren gebruikt als energiebron.

Paarden bijvoorbeeld.

Zulke molens staan bekend als ROSMOLEN

Dit zijn plaatjes van de rosmolen van Zeddam.
Gewoon een boerenschuur zo te zien……………
maar dit zie je binnen….…

dit is een fraai exemplaar in Ertvelde (België)

Hé, zullen jullie denken. In de vorige aflevering kwam ik ook al een plaatje van een rosmolen tegen. Dat klopt. Deze foto maakte ik achter het Landbouwmuseum van Sint Anna Ter Muiden in Zeeuws Vlaanderen. Dit apparaat had 2 armen, maar het kan er 4 hebben en het was mogelijk om er 1 tot 4 paarden in te spannen. Een drijfstang bracht de beweging over naar werktuigen in de schuur…..

Göpfel wordt het genoemd en is dus ook een rosmolen.
…….hier aan het werk.

Nu wordt het iets gemakkelijker. Want mensen zijn vindingrijk. Kijken om zich heen en maken gebruik van de mogelijkheden die hen aangeboden worden.

Water, vooral stromend water, biedt mogelijkheden. Als je iets in elkaar zet en het moet kunnen draaien en je gebruikt daar de enorme kracht van stromend water voor…dan spreek je over een WATERMOLEN.  Je moet dan wel denken aan een heuvelachtig gebied waar beken vanaf stromen. Het oosten van Noord Brabant, Limburg, Gelderland, Overijssel, Drenthe.

Wat heb je nodig?

Een beek. Op de oever bouw je een schuur en aan de buitenkant hang je een “hamster-rad”. Het stromende water laat het rad draaien…..de as brengt de draaiende beweging naar binnen …… de molenaar kan aan de slag.

Jammer hè, dat je hier in West Brabant geen beken hebt met flink stromend water. Geen watermolen dus. Of……. Ja, we hadden de Oosterschelde voor de deur. Tot aan de Zeekant toe. 2x per dag opkomend en afgaand water. Nog mooier…het kwam tot in de stad. Tot net voor het Spuihuis. Een echte haven. Volop bedrijvigheid en bij laag water volop stank. De schepen kwamen langs de Kop van het Hoofd, voeren langs de Havendijk, gingen bij de Shell rechtsaf en kwamen zo bij Den Ham aan. Daar moest de schipper kiezen: ga ik links langs de draaibrug de kaai in of ga ik rechts onder de ophaalbrug door naar de Vissershaven of nog later de Zeelandhaven. En daar, bij die Vissershaven vind je nog steeds…….de Watermolen. Dat zit zo: eerst, lang geleden, was er de Vissershaven met daarachter nog een verlengstuk. Zeg maar halverwege ongeveer werd het hele waterbassin ter hoogte van de watermolen in twee stukken gedeeld dmv een dam. Bij de molen zat een sluis. Het wordt hoog water…..het bassin vult zich….ook achter de dam, want de sluis staat open……als het water weer gaat zakken wordt de sluis gesloten…….het achterste deel (de houwer)  blijft gevuld…. er ontstaat een behoorlijk hoogteverschil………tegen de watermolen hangt weer een rad met een diameter van misschien wel 5 of 6 meter……..opnieuw wordt er een sluisdeur omhooggetrokken…. Er stroomt water onderdoor……tegen de schoepen van het rad….en het rad gaat draaien…..dmv een as door de muur gaat de beweging de molen in. De molenaar kan aan het werk. Ongeveer 4 uur lang. En dat 2x per dag. Gegarandeerde energie. Zo’n molen kreeg de naam GETIJDENWATERMOLEN. Het is waarschijnlijk de oudste in zijn soort van Nederland.

De huidige eigenaar is volop aan het restaureren en heeft zelfs heel aantrekkelijke plannen.
Ook de wind kan een energiebron zijn.
Het moet natuurlijk wel waaien….maar dan gaat dit kinderspeelmolentje  mooi draaien. Jullie kennen ondertussen het principe: extra asje er aan en de opgewekte draaiende beweging is bruikbaar in….

Jawel de WINDMOLEN.

Nog meer geschiedenis?
De petroleummotor…de dieselmotor…..de electromotor.

Zo, dat is genoeg voor vandaag. De energiebron hebben we gehad. Wat gaan we er mee doen?
Dat is voor de volgende keer.

Misschien willen jullie nou toch wel eens ter plaatse gaan kijken. WINDMOLENS ontdekken is niet zo moeilijk. Vooral natuurlijk als ze draaien, want dan trekken ze wel de aandacht. Voor ROSMOLENS en voor WATERMOLENS moet je echt wel je best doen.
Maar ik zal een kleine handreiking doen.
Als jullie vakantie of jullie dagtochtje zich zou afspelen in de buurt van ’s Hertogenbosch, dan ligt ten oosten hiervan het plaatsje Heeswijk Dinther. Daar valt een WINDMOLEN op, maar die staat daar mooi te wezen in samenspel met een WATERMOLEN. Het is de Kilsdonkse water-vluchtmolen.

Een juweel om te zien en te beleven. Als Corona tenminste geen roet in het eten gooit.

Tot de volgende keer.

Bas

 

Van Fred

 

In KOORonaNieuws nummer 12 heb ik een verhaal geschreven over de Nachtzwaluw.
De Nachtzwaluw, die geen zwaluw is. Vandaag wil ik iets vertellen over de Gierzwaluw. En je raadt het al, de Gierzwaluw is ook geen zwaluw.

Tot nu toe heb ik mijn stukjes gerelateerd aan het beheer van natuurgebieden. Nu wijk ik daarvan af, want de Gierzwaluw is een vogel van steden en dorpen. Niet dat deze bijzondere vogel het daardoor voor de wind gaat, ook deze vogel is bedreigd en dat heeft te maken met hoe wij met de bebouwde omgeving omgaan.

Maar nu eerst iets over de vogel.
De Gierzwaluw is dus geen zwaluw. Ze behoren dan ook tot een aparte familie: Apus, waartoe nog drie andere soorten horen. Hij is meer verwant aan de kolibrie dan aan zwaluwen.
“Onze” gierzwaluw kennen we allemaal wel van de sikkelvormige zwarte vogels, die gierend door de lucht gaan en vaak heel laag door straten vliegen. Tenminste, hier in Huijbergen wel en als we vakantie houden in Frankrijk zijn ze er ook altijd.

De vleugels van de Gierzwaluw zijn erg lang in verhouding tot de romp. Ze steken wel 3,5 cm voorbij de staart. De ogen zijn groot en liggen diep in hun kassen. Aan de snavelkant zijn ze voorzien van borstelige veertjes. Bij hoge snelheden zijn hun ogen hierdoor goed beschermd tegen uitdrogen en stof.
De snavel is kort en breed, maar de mondopening is veel groter dan alleen de snavel.

De poten zijn kort met vier sterke, naar voren gerichte tenen, waarmee ze zich aan een muur kunnen vastklemmen. Lopen gaat zeer onbeholpen. De combinatie van korte pootjes en lange vleugels maakt het de gierzwaluw vrijwel onmogelijk om weer op te stijgen als hij (per ongeluk) op de grond terecht gekomen is. Het beest komt daarom nooit vrijwillig op de grond.

Deze vogels zijn geëvolueerd om te vliegen. Ze bereiken snelheden van 120 km per uur!  Hun vleugels zijn langer dan van andere zwaluwsoorten en naar achteren gericht. De staart is gevorkt, in de lucht zien ze eruit als ankertjes. Ze kunnen lange glijvluchten maken.

Ze maken daarbij een gierend geluid (vandaar de naam gierzwaluw). Het klinkt als “srieeee, srieeee”.

Vooral ’s morgens en ’s avonds vliegen ze in groepen, die elkaar lijken te achtervolgen, opgewonden srie, srie roepend, rond de huizen in steden en dorpen.

 

 

En heel bijzonder is dat ze altijd vliegen: dag en nacht. Ze eten vliegend kleine insecten, ze drinken vliegend, scherend over het wateroppervlak nemen een snavel water.

Alles doen ze vliegend. Ook slapen. Tegen de avond verzamelen groepen gierzwaluwen zich in de lucht en stijgen dan samen op naam wel 3000 m, om daarna rustend in een soort half-slaap, met trage vleugelslag, drijvend op de lucht en de wind, in grote spiralen langzaam naar beneden te komen. Het schijnt dat ze ook in de lucht paren.

De gierzwaluw bouwt zelf geen nest, maar maakt gebruik van bestaande holtes en spleten van gebouwen. Dus onder kapotte pannen, in de gaten in muren en achter dakgoten. Ze bekleden het nest met in de vlucht gevangen materiaal en plakken dit met speeksel aan elkaar tot een komvormig nestje. Ze maken ook gebruik van nestmateriaal van andere vogels.
Paren en broeden, dat is de enige reden voor de Gierzwaluw om niet in de lucht te zijn.
Ze leggen 2 tot 3 eitjes.
De ouders broeden om beurten en na drie weken komen de jongen uit. Met wijd opengesperde snavels vliegen de ouders rond om vliegende insecten in hun keelzak te verzamelen tot een bal die ze aan hun jongen voeren.

De inhoud van zo’n bal is wel eens uitgeplozen en men trof daarin behalve 149 vliegen, ook bladluizen, gevleugelde mieren, spinnetjes, kevers, in totaal 543 insecten. Op een mooie zomerdag met veel insecten in de lucht brengen de ouders voor een nest met drie jongen wel 30 ballen naar het nest. Dat opgeteld bij de insecten die ze zelf eten, laat zien dat een gierzwaluw-gezin per dag 20.000 insecten verschalkt.

Bij slecht weer breken er moeilijke tijden aan. Dan zijn er weinig insecten. Gierzwaluwen voelen al lang van tevoren zo’n slecht weer periode aankomen en zoeken gebieden met beter weer op. Soms wel 1000(!) km ver en ze schijnen hun jongen te vergeten. Dit lijkt wreed, maar het is van belang voor het voortbestaan van de soort: als de ouders omkomen door voedselgebrek gaan de jongen zeker dood. Wanneer de ouders overleven kunnen ze het jaar daarop opnieuw proberen jongen groot te brengen.
De jongen zijn trouwens in staat om een dag of vijf zonder voedsel door te komen. Ze raken in een verdovingstoestand, een soort winterslaap, waarbij hun temperatuur daalt en hun ademhaling en hartslag vertragen. Hierdoor gebruiken ze minder energie. Als de ouders terugkeren zullen de sterkste jongen overleven.

Zeer slechte zomers kunnen dramatisch aflopen voor de gierzwaluwen. Als het in heel Europa slecht weer is komen er vrijwel geen jongen groot. Ook volwassen vogels leggen dan het loodje, ze zijn dan te uitgeput om de Alpen over te vliegen om het betere weer in Italië op te zoeken.
Het hangt dus van het weer af hoe lang de jongen op het nest blijven. Meestal is dit zes weken, maar het kan oplopen tot acht weken. Dat is langer dan bij andere vogels, want bij het verlaten van het nest moet de jonge gierzwaluw perfect kunnen vliegen. Van de ene op de andere seconde moet hij leren vliegen. Dat lukt vrijwel altijd. De ouders spelen hierbij geen rol. Als zij bij terugkeer op het nest, zien dat hun kroost vertrokken is, eten ze de laatste voedselbal zelf op en keren dat jaar niet meer terug op het nest.
De jongen nemen de eerste avond al deel aan de slaapvlucht (tot 3000 m, wat een krachtsinspanning!) en ze blijven aan één stuk door vliegen. Totdat ze op tweejarige leeftijd geslachtsrijp zijn. Ze keren dus niet op het ouderlijk nest terug.
De gierzwaluwen vertrekken vrijwel onmiddellijk met de oudere vogels voor een 7000 km lange tocht naar het zuidelijk deel van Afrika. Begin augustus zijn alle gierzwaluwen vertrokken om pas eind april van het volgend jaar terug te keren.
De gierzwaluwen broeden niet in Afrika. Ze raken in de rui en dat is voor deze vogels, die altijd moeten blijven vliegen ook heel bijzonder. Een langdurige zaak, ze wisselen hun veren één voor één. Zo blijven ze in staat om voedsel te verzamelen.

De uitputtende tocht van 14000 km wordt veel vogels fataal. Noodweer, voedselschaarste, vogelvangers….en vliegtuigen. Vliegtuigen richten vaak grote slachtpartijen aan onder vluchten gierzwaluwen.
Het verdwijnen van steeds meer insecten door het gebruik van insecticiden, heeft zeker invloed op het aantal gierzwaluwen.
De allergrootste bedreiging voor de gierzwaluw vormt het verdwijnen van steeds meer nestgelegenheden. Door het slopen en renoveren van oude gebouwen, vaak van hele stadswijken, worden ieder jaar meer nesten opgeruimd.
De nieuwbouw die ervoor in de plaats komt biedt geen enkele nieuwe nestgelegenheid. Door de recht-toe-recht-aan bouwstijl, zonder inhammen of uitsteeksels en door de gebruikte materialen, zoals glaspuien, betonelementen en kunststof panelen, worden de vogels definitief buitengesloten.

Met wat extra aandacht en moeite kunnen gierzwaluwen nog een kans krijgen. Sommige pannenfabrikanten maken speciale gierzwaluwpannen. Er bestaan ook holle neststenen, die ingemetseld kunnen worden. Gierzwaluw-kasten zijn wel het meest bekend. Ze kunnen in veel verschillende modellen gemaakt worden, afhankelijk van de plaats waar ze komen te hangen.

Probleem is dat gierzwaluwen erg plaatsgetrouw zijn. Een nestgelegenheid moet vrijwel op precies dezelfde plaats zijn als waar de oude zich bevond. Zelfs de invliegopening moet op dezelfde plek zitten.
Na 14000 km vliegen weet een gierzwaluw zijn kleine nest terug te vinden. Er is een geval bekend van een gierzwaluw die 21 jaar achter elkaar in dezelfde nestkast terugkeerde.

Als er nog geen broedende vogels zijn is er nog enige hoop: soms zoekt een gierzwaluw nieuwe nestgelegenheid. De kunstmatige nestgelegenheden moeten dan steeds aan de koele kant van het huis aangebracht worden. Er moet een vrije aanvliegroute zijn, zonder bomen, vlaggenstokken e.d.
Er mag geen plat dak onder de uitvliegopening zijn i.v.m. de vrije val die de jonge vogels bij het verlaten van het nest maken.
Gierzwaluwen krijg je niet op bestelling. Het kan jaren duren voordat er een koppel in een nieuwe nestgelegenheid komt. Als er andere vogels in het nest gaan, geen nood, de gierzwaluwen hebben een voorkeur voor gestoffeerde nesten. De gierzwaluwen zullen de andere vogels verjagen.
Gelukkig zijn er veel mensen die zich met de bescherming van gierzwaluwen bezig houden. Zowel in Nederland als in België vind je verenigingen, waar alle informatie die je nodig hebt te krijgen is om de gierzwaluwen een handje te helpen.

Eén van de zeer actieve mensen op dit gebied is mijn collega natuurgids Wim de Bock. Hij woont op een steenworp afstand van OLV Geboorte kerk in Essen. In de toren van de kerk is door een werkgroep veel nestgelegenheid voor de gierzwaluw gemaakt.
En aan zijn  huis hangen nestkasten, die regelmatig bezet zijn door gierzwaluwen. Als er een nest is zet hij er een camera bij, zodat hij vanuit zijn woonkamer kan zien hoe het broedproces verloopt.

 

 

 

 

♣♣♣♣♣♣♣♣♣♣♣♣♣♣♣♣♣♣♣♣♣♣♣♣♣♣♣♣♣♣♣♣♣♣♣♣♣♣♣♣♣♣♣♣♣♣♣♣♣♣♣♣

 

KOORonaNIEUWS

Mannenkoor Fortissimo

Jaargang 1 Nummer 14

 

 

 

Van het bestuur

Op 11 juni heeft het bestuur vergaderd in de riante achtertuin van Mart. Kristin was er ook bij.
Natuurlijk ging het voornamelijk over hoe we verder gaan in deze moeilijke tijd.

De Driemaster heeft geschreven dat huurders pas na de zomervakantie weer welkom zijn.
De schoolvakantie is van 11 tot 23 augustus.

We hadden al een tijdje het idee om een afsluitende bijeenkomst, zonder repetitie, in een tuin of park te organiseren. Nu hebben we besloten, gezien de reacties van koorleden, dit niet te doen.
Dat betekent dus dat we elkaar voor de vakantie niet meer zien. Het bestuur, en Kristin, wensen jullie een goede en vooral gezonde vakantie. Probeer er zo goed en zo kwaad als dat gaat, er toch iets van te maken.

We hebben besloten dat we de school de eerste week na de vakantie met rust laten en op 3 september de eerste repetitie zullen hebben. Van tevoren gaan we kijken, aan de hand van de stand van zaken op dat moment, op welke manier daar invulling aan gegeven kan worden. Het gaan dan vooral over onderlinge afstand en ventilatie.

In de laatste week van augustus, op zaterdag 29 augustus, willen we een samenzijn organiseren. Gedacht wordt aan een bijeenkomst op het terras van Stayokay, gekoppeld aan een wandeling in Lievensberg of Zoomland. Mart en Ben gaat dit organiseren.

We hebben gesproken over het resterende programma voor 2020.
We houden vast aan een najaarsconcert op 8 november en hebben gebrainstormd over het programma. Daar komen Kristin en de muziekcommissie wel uit.

Voor de agenda blijft, naast het najaarsconcert, staan:
9 december Ondersteuning Kerstdienst KBO Huijbergen
13 december Kerstconcert met Mea Dulcea
16 december Ondersteuning Kerstdienst BAS
19 december concert met Voices in Harmony.

In de vakantie verschijnt geen KOORonaNIEUWS. Het laatste nummer (16) verschijnt op 25 juni.
Als er iets bijzonders aan de hand is, mail dit dan aan allen, of iemand van het bestuur in persoon.

 

 

Van Margreet

Lieve Kristin, mannen en vrouwen van Fortissimo,
Hier ook een verhaaltje van mij. Om te beginnen: ‘t is stil aan de overkant. Ik mis de bedrijvigheid ‘s avonds aan de school wel hoor.

In maart heb ik met een griepje twee weken binnen gezeten. Ik kreeg er antibiotica voor, welke aansloeg en me snel beter maakte. De huisarts en de verpleegkundigen op mijn werk wisten zeker dat ik dan geen Corona kon hebben gehad. ?? Maar, ik was al snel weer opgeknapt en mocht weer gaan werken. Zonder mondkapjes, de desinfectans was weggehaald om daar waar Corona geconstateerd was te laten gebruiken en de handschoenen waren bijna op. Alleen de maten s en xl waren nog voorradig.

Op Stuyvenburgh was gelukkig nog geen Corona geconstateerd, maar ik hield mijn hart vast. Het zal toch niet, vlak voor pensionering dat ik Corona op zou lopen.
Op 28 april zwaaide men mij daar uit en werd ik feestelijk naar huis vervoerd in de duofiets van de Stuif. Om de 20 meter een broer, zus of schoonbroer-zus met vlaggen, ballonnen en toeters. Mijn huis versierd, in de straat hingen bij iedereen de vlaggen uit , het was één groot feest en een ontzettende verrassing. Iedereen kreeg vanaf een tafeltje op afstand een glaasje champagne, gaf in een visnet, met een stok van anderhalve meter, een doe-cadeautje, om mijn pensioen tijd door te komen. Iedereen bleef braaf op afstand staan, dronk zijn glas leeg en ging weer. Het was geweldig.
Officieel ben ik 24 juni een pensionada. Ik heb tot die datum nog vakantiedagen en overwerk om op te nemen.

Ik heb het druk met de opvang van de kleinkinderen, die nu vaak thuis zijn. Verder heb ik al 700 kilometer gefietst. Tijdens zo’n fietstocht kwam ik velden met wilde orchideeën tegen. De gestreepte- en de bijen- orchis. Ik heb een compilatie van vier foto’s mee gestuurd. De orchideeën staan nu in bloei.

Prachtig! Volgende week zijn er slechts restjes bruine stengels te zien.
Verder heb ik ook alweer vier boeken gelezen, ik ben nu in deel vijf van de zeven zussen. Ze lezen heerlijk weg. Een échte aanrader.
Nou, vrienden en vriendinnen, zo staat er mijn leven bij. Het gaat dus goed. Ik houd me taai en ik hoop dat jullie dat ook doen. En zing of fluit gerust lekker buiten op de fiets of tijdens je wandelingen. Het brengt zoveel gezelligheid.
Tot na de lock-down.

Lieve groet, Margreet Ambagts.

 

 

 

Van Clemens

Ik zag twee beren…

Enige tijd geleden ontving ik een mail van René Buijs over ‘Fransche ratten’, een Vlaams verzetslied getoonzet door Vic Nees. De melodie , zeker van de eerste twee regels, is die van ‘Ik zag twee beren broodjes smeren’. René wees mij erop dat in de 19e eeuw (1814), waarin dit lied is ontstaan, er verschillende teksten rondgingen met dezelfde melodie. De tekst voegde zich naar veranderende politieke situaties in België. Reden voor mij daar eens dieper in te duiken.

Eerst de melodie. Er wordt verwezen naar Pruisische marsmuziek van eind 18e begin 19e eeuw. De melodie zou een deuntje zijn uit een van deze marsen. Ik heb in YouTube helaas niets hiervan terug kunnen vinden.
De door ons gezongen tekst is dat van een spotlied: spot op de verdreven Franse bezetter. We hebben het over de Napoleontische tijd.

België heeft zwaar geleden onder de bezetting door de Fransen (1794-1815). Napoleon Bonaparte was eigenlijk een product van de maatschappelijke en economische chaos die was ontstaan na de Franse Revolutie (1789). De veroveringen van Napoleon waren naast dictatoriale machtsuitbreiding ook een export van de ideeën van de revolutie, onder meer de scheiding van kerk en staat en de inrichting van een rechtssysteem en parlementaire democratie.
Veel landen in Europa hebben daar nu nog voordeel van. Naast deze ideële effecten waren er voor de meeste veroverde landen rampzalige gevolgen. Voor België betekende dat onder meer plunderingen, draconische belastingverhogingen, vervolging van Rooms-katholieke geestelijken, inperking van de taalvrijheid. Een en ander leidde tot een zogenaamde ‘Boerenkrijg’, opstand van boeren (zgn. ‘brigands’) die in 1798 bij Hasselt bloedig werd beëindigd.

Interessant is het feit dat in de jaren 1789/90 er een opstand was van zuidelijke Nederlandse provincies tegen de Oostenrijkse vorst Jozef II. In die jaren zou, volgens enige historici, al iets zijn ontstaan van een Belgische nationaliteit. Het bewustzijn daarvan is versterkt tijdens de Franse overheersing in latere jaren. Toen na de nederlaag van Napoleon België werd ondergebracht bij Nederland bleef dit bewustzijn bestaan en bereikte een hoogtepunt in 1830, de losmaking uit het Nederlandse gezag van Willem I. Vele mensen in Wallonië betreurden de scheiding van Frankrijk en de aansluiting bij de Nederlanden. De beweging die daaruit volgde werd ‘rattachisme’ genoemd. Dit heeft niet met ‘Fransche ratten‘ te maken wel met ‘re- attacher’ oftewel opnieuw aansluiten bij Frankrijk. Onder Napoleon was de Franse taal de officiële bestuurstaal van België (toen het ‘Dyledepartement’ genoemd) geworden en lange tijd (tot 1960) waren de Franstalige Walen de overheersende klasse in België. De taalstrijd maakte daar een eind aan.

Terug naar ‘Fransche ratten’. De tekst die wij zingen is wat aangepast, vooral de laatste regels. Wij zingen ‘schoon kanon’.De oorspronkelijke tekst heeft vijf coupletten. Ik zal ze niet helemaal weergeven, wel de laatste  zin van elk couplet.

  1. ‘…door ‘t Keyzers schoon kanon’;
  2. ‘…door ‘t Pruysen schoon kanon’;
  3. ‘…jaegt-ze weg door uw schoon kanon’;
  4. ‘…voor ‘t Russens schoon kanon’;
  5. ‘…door alle ‘t schoon kanon’.

In de overzichten van oud-Vlaamse liedteksten wordt aangegeven dat deze tekst uit 1814 stamt, na de tijd dat Napoleon verliezen leed in Rusland (’t Russen schoon kanon’, 1812) en Leipzig (’t Pruyssen schoon kanon’, 1813). Bij de slag om Leipzig was ook Oostenrijk betrokken (‘t Keyzers schoon kanon’). Al met al is de tekst dat van een verzetslied tegen gehate, jaren durende Franse overheersing.
Overigens de woorden ‘wie de bon bon bon’ hebben hier niets met kanongebulder te maken wel met het Franse ‘oui, de bon bon bon’ wat betekent ‘ja, voorgoed, voorgoed, voorgoed).
Maar tijdens de Franse overheersing luidde de laatste zin van een couplet ‘Bom! Bom! Bom! Widewi Bom, Bom! Zoo klinkt het Fransch kanon’. En waar tijdens de Franse overheersing over ‘Fransche helden’ werd gezongen werd dat in 1814 ‘Fransche ratten’. Wiens brood met eet…

Er is ook een tekst dat een spotlied op de Pruissen is, Franstalig, en vermoedelijk stammend uit 1817. De laatste twee zinnen luiden ‘…’t is een ontuchtsbroodeter die geen halven stuiver waard is’. De tekst is Franstalig en hoogstwaarschijnlijk een teken van verzet van de Franstaligen tegen het verlies door de Fransen of spot met binnentrekkende Pruisische troepen voorafgaand aan de slag bij Waterloo…? Wie het weet mag het zeggen.

In latere jaren werd de melodie de deun van allerlei zogenaamde ‘leugenliedjes ’in verschillende talen zoals:

‘Unser alter Stabsverwalter
tragt den grauen Pelz.
Einen bunte Mütze
ob sie auch was nütze…’

en

‘Ons verlossers zijn de prossers
die ons komen plagen!
Delivrantie en abondantie
kunnen wij alleen wel dragen…

en

‘Kromme, slomme, doove, stomme,
die wilt hooren liegen
komt wat nader, ik en gader
geen menschen bedriegen…’

enzovoort.

Maar in kringen van Vlaamse rechts-radicalen werd weleens ‘Waalse ratten’ gehoord…

Uiteindelijk zongen wij op de kleuterschool: ‘ik zag twee beren broodjes smeren…’

Bronnen:
– Wikipedia
– Florimond van Duyse,
– diverse teksten over de geschiedenis van België onder Napoleon

 

 

 

Van Wim

 

Enkele Fortissimo-begrippen:

Het K.P. oftewel de K.P.-ers.

Dit is een groep leden van Fortissimo die zich in het verleden van het koor wat kritisch en baldadig gedroegen vooral tijdens de vele busreizen. Ze zaten meestal per ongeluk/expres in de achterste regionen van de bus waar ze soms heel fanatiek zaten te kaarten en van waaruit ze meestal bepaalden wanneer er onderweg gestopt moest worden. Dat gebeurde dan met de luide roep REGENEN en geen chauffeur die daar geen gehoor aangaf. Zo gebeurde het ook tijdens de concertreis naar Plzeň in Tsjechië .De K.P,-ers werden zo genoemd door onze toenmalige dirigent Wim Steenbak. Hij vond die groep gewoon Klootjes Publiek ofwel K.P.

Nou dat heeft hij geweten, want meteen na die opmerking besloten de leden van die club om een clublied te maken op de wijze van “IO TI VORIA CONTAR LA PENA MIA“ De tekst luidde :
Wij zijn Kaa-Pejers , wij-ij zijn Kaa-Pejers
Wij drinken nog alleen maar glazen Pivo
Wie moet dat nou betalen, ik niet ik heb geen poen
Haal Pietje er maar bij die zal het dan wel doen.

Ja dit was toen we zo graag PIVO dronken (PIVO is Tsjechisch voor bier).

Weet u nog na het bezoek aan de brouwerij in Plzeň waar we niks te drinken kregen en dat in de tijd dat velen het Tsjechische eten graag vervingen door die fantastische halve liters van het goddelijke Pilzener Urquell.

Dan moet ik nu onthullen wie er zoal deel uitmaakten van dat elite groepje. Ja alle stemmen waren vertegenwoordigd hoor. Jan Steketee,Cees Coppens,Jac Franken,ondergetekendeW.S.,Piet Coppens,Piet Welschot en nog enkele oudleden. Penningmeester was Piet Welschot die we nog altijd aankijken als er betaald moet worden.Weer een Fortissimo geheim blootgelegd.

De Pispalen

Ja in de geschiedenis van Fortissimo is dit een zwarte bladzijde hoor. Deze term maakte opgang begin 70-er jaren. Ja je kunt als mens soms het idee hebben dat je altijd de schuld krijgt als er ergens iets fout gaat. Nou dat gevoel ontstond toen bij de 2e tenoren die zowel tijdens de repetities als na uitvoeringen iets te vaak de Zwarte Piet kregen toegeschoven als er net iets fout ging. Dat liep zo hoog op dat toen zij de keer dat ze het Ceciliafeest moesten organiseren besloten om allemaal een pispaaltje te maken en dat de hele avond te dragen. Dat heeft waarschijnlijk zoveel indrukgemaakt op de dirigent dat hij daarna de term niet meer durfde te gebruiken.

Weer wat wijzer geworden?

Ondertekend
Een van de oude pispalen

 

 

 

Van Fred

Eerder schreef ik over de enorm dikke pakketten veen die in onze omgeving gelegen hebben. Daar is erg weinig van overgebleven. Hier en daar liggen nog kleine stukjes, die angstvallig beschermd worden, zeker als ze aan de oppervlakte liggen. Op veel plaatsen zit veen diep in de bodem. Bijvoorbeeld in het Scheldebekken. Als je daar boort kom je nog veen tegen, overspoeld door Maas- en Rijndelta en later door de Schelde zelf. In de tijd van de turfwinningen te diep onder de klei om te exploiteren.

Bij die natte veengebieden hoorde de Veenmol. Tegenwoordig leeft hij ook in lichte zandgronden en zelfs in zware leemgrond. Gelukkig houden de Veenmollen ook van vochtige en humusrijke graslanden met een voorkeur voor afwisselende waterstanden bij slootkanten, vennen, poelen en plassen.

Genoeg redenen om bij het beheer van natuurgebieden rekening houden met de Veenmol, die kort geleden zeer zeldzaam was geworden, maar tegenwoordig van de Rode Lijst is afgevoerd en alleen nog als kwetsbaar te boek staat. Jammer, want hij is hier nog steeds zeldzaam.

De Veenmol is geen mol, maar een insect. Ze horen tot dezelfde familie als krekels en sprinkhanen. Ze hebben een karakteristieke lichaamsbouw, helemaal aangepast aan het leven onder de grond. Het uiterlijk is ongewoon; een krekelachtig achterlijf met twee uitsteeksels, die dienen als tastorgaan en niet gebruikt kunnen worden om te steken.

Onmiskenbaar is de sterk gepantserde voorzijde en met name de grote, krachtige voorpoten met opvallende klauwen.

De mannetjes worden 35-45 lang, de vrouwtjes een centimeter groter. De vrouwtjes hebben geen legboor zoals sprinkhanen en krekels. Daarom zijn ze moeilijk te onderscheiden van mannen. De adering van de vleugels is anders dan bij de mannen. Nou ja, vleugels…. wat daar in de loop van de evolutie van is overgebleven.

De ogen zijn slecht ontwikkeld, in tegenstelling tot die van sprinkhanen. De voorpoten zijn tot enorme graafwerktuigen geëvolueerd. Ze kunnen er erg snel mee graven. Terwijl de achterpoten van de sprinkhaan enorm sterk zijn, zodat ze ver kunnen springen, zijn de achterpoten van de Veenmol, die uit dezelfde voorouders is geëvolueerd, alleen maar geschikt om het lijf naar voren te kunnen duwen. Gebleven is echter het vluchtgedrag van de voorouders, die nog konden springen: op een aanval reageren de dieren met een snelle slag van de achterpoten. Een zuivere sprongbeweging, die al sinds miljoenen jaren volkomen zinloos is geworden.

De mannetjes worden 35-45 lang, de vrouwtjes een centimeter grotere. De vrouwtjes hebben geen legboor zoals sprinkhanen en krekels. Daarom zijn ze moeilijk te onderscheiden. De aders in de vleugels ziet er anders uit dan bij de mannen.
De Veenmol maakt een ondergronds gangenstelsel. Daarom is hij altijd bestreden, want hij vreet aan de wortel van gewassen, meestal gras. Tegenwoordig zie je dat bijna niet meer vanwege de monocultuur van Engels Raaigras. Daar leeft door de manier van beheer, helemaal niets meer in de bodem, waarvan de Veenmol moet leven. Geen bodemleven, geen Veenmol.
De Veenmollen leven dus nauwelijks van plantenwortels, wél van engerlingen, ritnaalden, vlinderpoppen, meikevers en aardrupsen. Dierlijk voedsel dus. Ze worden zelf gegeten door mollen, spitsmuizen en vogels.
Hij vreet niet aan de wortels om ze op te eten, maar om de planten dood te maken, zodat de zon rechtstreeks de grond verwarmt. Onder de kale plek zit het nest, dat zo groot is als een kippenei. De toegang tot het nest verloopt via lange gangen met meerdere uitgangen. Net als bij dassen, vossen en konijnen.

Het vrouwtje produceert 200 tot 300 eitjes. Eitjes en larfjes worden door het vrouwtje verzorgd. Heel bijzonder voor insecten. De larven vervellen ongeveer acht keer en pas in het tweede of derde levensjaar wordt het beest volwassen. Waar hebben we dat meer gezien?

In het Grenspark is de soort bekend van de Groote en Kleine Meer en van de Leemputten ten noorden van de Nol. De Steertse Heide op Belgisch gebied, is ook een potentieel geschikte biotoop, en ligt in vogelvlucht vlak bij de Groote Meer. Potentieel geschikt, omdat het op dit moment nog voor het grootste deel landbouwgebied is. Het Agentschap voor Natuur en Bos koopt vrijkomende percelen op en de bedoeling is om daar een boccagelandschap te creëren met houtwallen, sloten en poelen. Extensief beheer zorgt voor grote biodiversiteit. Niet alleen goed voor de Veenmol, maar ook voor allerlei andere dieren, zoals felbegeerde Geelgors.

Even een zijsprongetje: het duurt 120 jaar voordat fosfaten uit een bodem zijn gespoeld. Het kwestie van lange adem dus. Als de bodem wordt verarmd door afgraving van de humuslaag, duurt het ook nog 30 jaar voordat de fosfaten er uit zijn.

Kort geleden werden Veenmollen waargenomen in het Moseven bij de Volksabdij.
Ik heb hem één keer gezien, maar wel vaker gehoord. Hij maakt een heel apart geluid: het lijkt wat op de roep van de Rugstreeppad en het gekrijs van de Nachtzwaluw. Iets daar tussenin.
Dat geluid maakt hij alleen in de paartijd, van mei tot juni. Dan komt hij aan de oppervlakte.
Het is zoeken naar een speld in een hooiberg, een ware speurtocht. In het donker, door vaak onbegaanbaar terrein.

 

 

Van Ben

 

Wanneer was dat ook al weer?

In mijn “fortissimolade” vond ik een programma van een circuit van 4 concerten met 4 koren in Bergen op Zoom (première) , Eindhoven, Dongen en Terheijden. Buiten Fortissimo waren de andere koren Jeugdkleinkoor “De Boventonen”, Dietsch Vocaal Ensemble en Les Chanterelles.

Het concert was georganiseerd door SAKO (Stichting Samenwerkingsverband Korenorganisaties Noord-Brabant) met als titel: Brabantse componisten voor Brabantse Koren.

We zongen daar bepaald geen simpel programma, met, zoals je ziet, een flink begeleidingsensemble:

Het concert moet goed in de smaak zijn gevallen getuige het positieve verslag in de plaatselijke pers:

Zijn er bij jullie bij die nog wat meer van dat concert weten? In Bergen op Zoom is het concert in de toenmalige Heilig Hartkerk gegeven. Het zal wel de leeftijd zijn, maar ik kan me er weinig van herinneren.

 

 

 

Van Bas

 

Ja beste mensen, ik moet jullie iets bekennen.

Ik vind dat onze hoofdredacteur Fred met KOORonaNIEUWS fantastisch goed en leuk en fraai werk verricht. Zijn eigen bijdrage is geweldig en dan komt nu mijn bekentenis….daar heb ik hem voor bedankt en gezegd “als ik toch eens 1% van zijn kennis zou bezitten, ik wel een heel eind op weg zou zijn.” Hij antwoordde met “als ik eens 1% van jouw molenkennis zou bezitten……enz.” en zette mij aan om inderdaad wat verhalen over de molen op papier te zetten. Ik ga het proberen…

Daarbij ken ik het geluk, dat ik een dagboek heb bijgehouden en… bewaard natuurlijk. In een multomap noteerde ik alles wat ik meemaakte.

“Ter leering ende vermaeck” ga ik aan
de slag.
Ik hoop dat het u mag smaecken.

Het is 1988 en in Brabants Nieuwsblad van 1 februari verschijnt een artikel over…….

Truus en ik praten er over en zien de lol ervan wel in en besluiten maar eens op bezoek te gaan. Schrik niet Bergenaren, maar op zaterdag 13 februari, de dag van de intocht van Prins Carnaval, stappen we de molen binnen.

We zijn 2½ uur op bezoek geweest en hebben veel gehoord en gezien.
En heeeeeeeeeeeeeeeeeeeeeeel veeeeeeeeeeeeeeeeeeeeeel kou geleden!!!!
Maar molenaar Bram Pleging geeft ons de raad er eens goed over te denken en het daarna maar laten weten en tevens deze hint
“op de molen heb je het maar 1 keer koud……alleen de eerste keer”.

Dit staat me te wachten, als….

-lid worden van Het gilde van Vrijwillige Molenaars,
-minimaal 150 uur in de molen werken, liefst meer,
-veel over molens lezen en andere molens bezoeken,
-examen doen.

Een eerste conclusie: ik ben in die eerste dagen besmet geraakt door het molenvirus en het sloeg over op Truus. Gelukkig, want het heeft ons heel wat gebracht. Daar kan ik best een verhaal van maken. Zoals ik ook bezoekers op mijn molen uitgebreid kon vertellen en op mooie dingen wijzen.

Ik ga proberen jullie mee te nemen in MIJN MOLENWERELD.
Jullie moeten maar van me aan nemen dat het molenverhaal een heel ingewikkeld verhaal is. Maar verbazingwekkend interessant. Ik hoop dat aan het eind jullie conclusie zal zijn: dit heb ik nooit geweten, ofschoon ik van jullie huidige molenkennis niet op de hoogte ben natuurlijk.

Nieuwsgierig geworden? Dan gaan we nu van start.
Brood, koekjes, taart………….we lusten er wel pap van. Maar ooit, heel lang geleden, heeft er iemand het eerste broodje gebakken. Aan bezoekers stelde ik wel eens voor dat ik een van onze zeeeeeeeer verre voorouders ergens zag zitten op een grote steen. Een soort Jan van As-bank avant la lettre. Even uitrusten en om hem heen diverse keien. Grote en kleine. Opgewarmd door de zon. Onze wandelaar kauwend op een grassprietje. Misschien wel kauwend op wat zaadjes in dat sprietje. Dan krijg je een soort papje in je mond. Iets wat lijkt op het tegenwoordige deeg van de bakker. Maar de tijd dringt. Onze wandelaar moet fluks verder om nog voor de zon ondergaat de nederzetting te bereiken, waar hij met zijn gezin woont.
Van dat papje in zijn mond heeft hij nu wel genoeg en spuugt het uit. Het valt op een van de rond hem liggende warme stenen. Mijn fantasie stijgt tot grote hoogte…….er ontstaat een soort bakproces……er ontstaat een soort koekje. Kortom….we hebben het bakken uitgevonden. Simpel toch!

Later, thuis in de nederzetting, komt alles weer eens bovendrijven en vertelt hij zijn belevenissen aan zijn vrouw. Zij gaat er mee aan de slag en zoekt een steen met een beetje holle kant. Legt daar wat korreltjes in en gaat er met een kleine steen op hakken of wrijven. Zij verkrijgt al doende zo een kommetje met “meel”. Dat’s niet veel. Ze doet het nog eens over en nog eens en nog eens. Zo verzamelt zij net zo lang meel tot zij denkt genoeg te hebben voor een broodje.

Trots als een pauw toont onze allereerste warme bakker haar volkoren brood. U voelt hem al aankomen: dat smaakt en dat gaat ze vaker doen. De buurtjes in het volgende hutje ruiken lekkere geuren. Ze zeggen “ick wol naer mien naober tou”. En zo maar ineens worden onze wandelaar-uitvinder en zijn vrouw  startende ondernemers. Er moet een grotere opbrengst komen. Ze gaan een iets grotere steen gebruiken als ondersteen en een iets grotere als strijksteen. Maar dat is zwaar werk zeg. Wat kunnen we daar nou eens aan verbeteren……

Nou, zo dus. Zo’n steen kunnen jullie in Huijbergen bewonderen. In molen Johanna staat er een en nog veel meer.

Gaat dat zien!!!

Maar alles met menskracht.
Er kwam behoefte aan meer opbrengst en daar kwamen grotere stenen voor.
Toen werd het nodig om andere energiebronnen dan menskracht aan te boren.
Daarover ‘n volgende keer.

Ondertussen gaan jullie waarschijnlijk op vakantie.
Nee, ga nou niet meteen alle molens in Nederland bezoeken. Rustig aan.
Maar zo hier en daar zou je er best eens kunnen binnenstappen als jullie toevallig toch in die buurt zouden zijn…….
Bijvoorbeeld……

Truus en ik zijn hier al minstens 1x binnen geweest….
of er bij gestaan………

 

 

♣♣♣♣♣♣♣♣♣♣♣♣♣♣♣♣♣♣♣♣♣♣♣♣♣♣♣♣♣♣♣♣♣♣♣♣♣♣♣♣♣♣♣♣♣♣♣♣♣♣♣♣♣♣♣♣♣

 

KOORonaNIEUWS

Mannenkoor Fortissimo

Jaargang 1 Nummer 13

 

Van Fred

Koornetwerk Nederland geeft regelmatig een update van de Corona-maatregelen en wat die voor koren betekenen. De laatste update plak ik hieronder in onze nieuwsbrief, zodat jullie op de hoogte zijn. Kijk op de website van Koornetwerk.nl voor de bijgewerkte protocollen.

Binnen het bestuur van Fortissimo gaan regelmatig mailtjes rond over de toestand zoals die nu is. En natuurlijk over wat we, zonder direct een repetitie te organiseren, zouden kunnen doen om elkaar weer eens te zien. Binnenkort zal het bestuur hierover vergaderen. Als jullie ideeën hebben horen we dat graag.

Beginnen of niet beginnen,
dat blijft de vraag…

Een kort antwoord is hier niet op. De overheidscommunicatie is er niet eenduidig over. Maar ook binnen koren en tussen dirigenten zelf lopen de opvattingen uiteen.

Wat zegt de overheid nu? (dd 1 juni 2020)
Samen zingen is weliswaar vanaf 1 juni niet meer verboden, maar het RIVM adviseert om de activiteiten nog niet te hervatten in afwachting van nader onderzoek. Voor professionele koren onderzoekt het ministerie van OCW al wel of het mogelijk is om te starten, op basis van een goed protocol. Het blijken dagkoersen: op het moment van publicatie kunnen de teksten op de website van de rijksoverheid al weer verder zijn aangepast.

Is er al een protocol voor de koorsector?
Jazeker. De professionele koren hebben daar in samenwerking met de Nederlandse associatie voor podiumkunsten (NAPK) hard aan gewerkt. Voor de amateurkoorsector heeft Koornetwerk Nederland een protocol ontwikkeld samen met andere cultuurpartners in Cultuurconnectie. Onderling is er afstemming geweest: beide protocollen bevatten zo dezelfde basisuitgangspunten om veilig samen te kunnen zingen. Deze uitgangspunten zijn onder meer gebaseerd op wetenschappelijk onderzoek en protocollen uit Duitsland.
Uiteraard gelden daarnaast ook algemeen geldende hygiëne maatregelen die ook voor andere sectoren gelden. Met deze protocollen kan volgens de professionele én de amateurkoorsector veilig gezongen worden. De protocollen zullen worden toegezonden aan het ministerie van OCW en we hopen dat op basis hiervan het slot van de sector af kan om zo in fasen weer op te starten.

Maar wat er in het protocol staat is voor mijn koor niet haalbaar!
Koornetwerk Nederland realiseert zich dat ‘ons’ het protocol nog niet voor elk amateurkoor een optie is. Het vraagt namelijk een flinke binnenruimte en een wijde onderlinge afstand van 3 meter tussen de zangers. Dat zal niet elk koor prettig vinden of als haalbaar oordelen. Toch is die ruimte en afstand in dit stadium nodig, om geen onverantwoorde risico’s te nemen. In de tussentijd gaat het onderzoek door. Dat gebeurt in verschillende landen en in Nederland onder meer door VirMus en het RIVM. Op basis van dit onderzoek, nieuwe kennis en nieuwe inzichten wordt het protocol steeds geactualiseerd. We hopen dat de koorsector op deze manier tot 1 september gecontroleerd en kleinschalig van start kan. Met de ervaring die dit oplevert hoopt Koornetwerk Nederland vanaf 1 september een aangepast protocol te hebben dat het voor meer koren mogelijk maakt om veilig samen te zingen. 

Wat is en was het standpunt van Koornetwerk Nederland nu eigenlijk?
Vanaf het moment van uitroepen van de intelligente lock down is Koornetwerk Nederland aan de slag gegaan om de koorsector te ondersteunen, om overheidscommunicatie in praktische handvatten te gieten, om specifieke behoeftes en noden van de koorsector en om een manier te vinden om weer te kunnen starten. Steeds stond hierbij bovenaan: alleen starten als het veilig kan. Dit standpunt van Koornetwerk Nederland is niet gewijzigd.
Waar tijdens de volledige lock down de situatie weliswaar heftig was, was deze voor koren ook duidelijk: samen zingen doen we voorlopig niet, want we blijven thuis. Vanaf de aankondiging van de versoepelingen is er verwarring gegroeid, soms tot bijna absurde proporties. Bij de eerste aankondiging van versoepeling kreeg koren bij overheidsinstanties tegenovergestelde antwoorden over wat mag en wat veilig zou zijn. De laatste week van mei mondde dat uit in de cryptische mededeling: ‘zingen is niet toegestaan, maar het is niet verboden’. Versoepelingen die eerder golden leken weer ingetrokken in afwachting van nader onderzoek. Koornetwerk Nederland heeft daarom sinds het begin van de versoepelingen aangedrongen om meer duidelijkheid. Die duidelijkheid kwam met het advies om nog nader onderzoek af te wachten alvorens activiteiten te starten.

In de afgelopen weken is er in binnen- en buitenland veel kennis opgedaan over het virus en over zingen. We weten nog lang niet alles, maar wel meer. Onderzoek op basis waarvan elders in Europa intussen gestart wordt met zowel zangers als blazers, is door het ministerie van OCW voldoende bevonden voor de blazers. Het ministerie geeft daarbij aan dat het ook voor professionele koren mogelijkheden ziet om met een protocol veilig te starten. Dit perspectief wordt ondersteund door de professionele koren en Koornetwerk Nederland: samen zingen kan en kan ook veilig.
Een gecontroleerde en kleinschalige opstart ook voor de amateursector kan dan beginnen, op basis van duidelijke richtlijnen, gezond verstand en eigen verantwoordelijkheid van de koren, óók om te leren in de praktijk.

Tot slot: blijf elkaar respecteren, alleen samen kunnen we weer samen zingen!
Ten slotte nog een hartenkreet: Kom er als koor samen uit! Al te vaak zien we discussie in allerlei media met voor- en tegenstanders van opnieuw starten. Het gaat er soms fel aan toe, Koornetwerk Nederland wil benadrukken dat het belangrijk is in deze nog onzekere tijd elkaar te blijven respecteren. De koorsector gaat over samen zingen. Dat kan alleen in onderling respect en vriendschap. Dus heb begrip voor elkaar standpunt. Hoewel we nu gepaste afstand moeten houden, moeten we eendrachtig te toekomst in.

Daphne Wassink,
Voorzitter Koornetwerk Nederland.

 

 

 

Van Ben

Beste Kristin en alle leden,

Hartelijk dank voor jullie reactie die we vorige week in dit blad zijn tegengekomen. Wat blijft het toch een dubbel gebeuren! Angst en verlangen wisselen elkaar regelmatig af. Ikzelf en ook anderen dachten aan kleinere groepjes die ergens buiten zouden zingen. Uit datgene wat jullie schreven moet ik echter vaststellen dat de meerderheid er voor is te wachten, tot het gehele koor weer kan repeteren. Ik heb daar lang over nagedacht en, ik denk dat diegenen die dit opmerkten gelijk hebben! De kans zou kunnen bestaan dat er door wel of niet deelnemen er verdeeldheid ontstaat. Dat is wel het minste wat we willen!
De gegevens die we van verschillende kanten krijgen, zoals van Gemeente, KBZON en Koornetwerk geven nog weinig duidelijkheid. Dat geeft de burger nog geen moed! Ik zoek de regenboog, die na fikse regenbuien het zonniger weer aankondigt:

Daarnaast zitten we waarschijnlijk allemaal te wachten op de dag dat we kunnen zeggen:

Beide nummers hierboven zijn door Cees Thijssen gearrangeerd voor gemengd koor, maar daar kan Kristin prima een partij voor mannenkoor van maken, denk ik.

Beste mensen, houd er rekening mee dat dit KOORonaNIEUWS ook op vakantie gaat! We zullen op tijd laten weten wanneer de laatste uitgave voor “de vakantie” is, zodat je je laatste artikel of reactie er nog in kwijt kunt. Natuurlijk krijg je na de vakantie zo snel mogelijk informatie over hoe we verder gaan.

Fred was afgelopen zondag, 31 mei jarig. Ik heb hem gebeld, maar hij verdient natuurlijk véél meer…… We hadden misschien voor het raam moeten staan zingen?

Ik wens diegenen die donderdagavond skypen met Kristin veel plezier. Ik ben voorlopig, tot de start van de repetities op die avond bezet.

Tot volgende week en ….het gaat je hopelijk goed.

 

 

 

Van Fred

Een groot deel van de Kalmthoutse heide heeft een podzolbodem. Die gronden zijn genoemd naar het Russische begrip podzol en podzol staat voor as.

Door wegzijgend water spoelen humus en mineralen weg. Onder de toplaag zit een asgrijze loodzandlaag (vandaar de naam). Daarna volgen een reeks inspoelhorizonten. Als je met een grondboor de grond in gaat en voorzichtig het zand naar boven haalt en horizontaal legt, kun je de verschillende lagen goed zien.

Eenvoudiger is het om de hei op te gaan en stijlranden te zoeken. Daar kun je de lagen direct zien. Heel belangrijk zijn zulke stukjes natuur. Ze zitten in de zomer vol met allerlei soorten graafbijen- en wespen.

Er zijn verschillende soorten podzolgronden. Het hangt van het vroegere grondgebruik af hoe die heten en er uit zien. In de heide zie je in het profiel die grijze laag duidelijk. Je kunt in het hele profiel zien dat er plantengroei (heide) is geweest, die later weer ondergestoven is.
Op sommige plaatsen is er maar een heel duin laagje stuifzand. Als je daar even met je voet schuift zie je de zwartgrijze uitspoellaag. Nu ga ik jullie niet vermoeien met alle soorten podzolgronden.
Die van de hei is nu even het belangrijkst, want ik ga het hebben over de Mierenleeuw. Die zit graag onder de overhangende toplaag van de podzolbodem in het losse zand.

Mierenleeuwen danken hun bijzondere naam aan hun roofzuchtige larven. Hun favoriete prooi zijn mieren. De larven graven een trechtertje in mul zand. Ze graven zich met hun achterlijf spiraalsgewijs in en gooien het zand met hun kop naar boven. Uiteindelijk steken de grote kaken van de larve net boven de bodem uit. Mieren en ook wel andere nietsvermoedende prooien zoals spinnen en rupsen lopen langs het trechtertje, waardoor wat zandkorreltjes naar beneden in de trechter rollen.

Dat is het moment voor de mierenleeuw om in actie te komen. Hij gooit een regen van zandkorrels naar de prooi, die daardoor zijn grip verliest, uitglijdt en in het kuiltje valt. Met zijn enorme kaken grijpt de mierenleeuw zijn prooi. Onmiddellijk spuit hij verlammend gif in en vervolgens zuigt hij de prooi leeg.

Met zijn harige poten en lijf houdt hij de prooi vast, mocht deze niet onmiddellijk verlamd zijn.

De larven graven hun trechterkuilen vaak dicht bij elkaar en vormen zo grote kolonies. Als er voedselschaarste is kunnen ze wel acht maanden overleven zonder voedsel. In de herfst graaft de larve zich dieper in en houdt winterslaap. Meestal in de lente van het derde levensjaar eindigt het larvestadium. Hij stopt met eten en begint te verpoppen. Als hij een helemaal volgroeide larve is maakt hij draden vanuit zijn darmen om een cocon te spinnen. Dit doet hij in een nest op de grond. Na één maand is hij klaar om uit te vliegen.
De volwassen mierenleeuw lijkt helemaal niet op de larve, maar eerder op een waterjuffer. Hij legt evenals de waterjuffer zijn vleugels langs het lijf. Maar anders dan bij de waterjuffer vormen de vleugels een “dakje” boven het achterlijf. De mierenleeuw lijkt nog het meest op de gaasvlieg. Ook wat vliegen betreft. Een beetje een onhandige vlieger. Niet snel, noch wendbaar.

De Mierenleeuw is nachtactief en rust overdag op planten. Hij leeft maar een paar dagen. Na het paren legt het vrouwtje eitjes in het zand en sterft dan. De eitje groeien uit tot larven en dan begint de cyclus opnieuw.

Er zijn veel verschillende soorten mierenleeuwen wereldwijd wel 600, in Europa 40 soorten en in Nederland komen maar twee soorten voor. In volwassen staat lijken ze op het eerste gezicht op libellen, maar hun stevige knotsvormige voelsprieten tonen dat ze tot een heel andere insectengroep horen.
Op de foto hieronder een Mierenleeuw die ik in Frankrijk heb vastgelegd. Een heel grote, die in Nederland niet voorkomt.

De Mierenleeuw is gelukkig nog niet echt zeldzaam, maar hij is wel afhankelijk van mul zand van de juiste korrelgrootte. Soms is het verrassend waar je ze tegen komt. Zo werd ik een keer bij een leegstaande kippenhok geroepen. Allemaal trechtertjes in het zand “terwijl mijn overleden man het dak toch echt waterdicht had gemaakt”. Snel kon ik mevrouw laten zien dat zij een dierentuin vol leeuwen in het hok had.

Als ik met kinderen op pad ga, maar ik het altijd extra spannend door te zeggen dat we onderweg ook op leeuwenjacht zullen gaan. En ik moet zeggen dat ze altijd onder de indruk zijn van de enorme kaken van de larve.

Deze week was ik met een aantal gidsen op pad om te bekijken of het mogelijk zou zijn om excursies te verzorgen met inachtneming van de 1,5 meter maatregel. Dat was al erg lastig, want je wil mensen het een en ander dat je onderweg tegenkomt laten zien.

Ik had zo mijn twijfels, maar helemaal aan het eind van onze wandeling werd iedereen duidelijk waarom. We zagen een plek met tientallen kuiltjes onder een afdak, ontegenzeggelijk van mierenleeuwen. En ik had geluk: geen van de deelnemers was van de leefwijze op de hoogte. Men keek al naar boven waar het dak gelekt kon hebben; het had al weken niet geregend.

Ik ging op mijn knieën, nam zoals altijd, een complete trechter op en zeefde het zand tussen mijn vingers door weg. Een ja hoor: de mierenleeuw. En onmiddellijk had ik acht gidsen in mijn nek om hem te bewonderen.

Anderhalve meter-test mislukt……….

 

 

 

Van Bas

Triestig hè, dat coronanieuws.
Leutig hé, dat KOORonaNieuws.

Deel 5.

Wat leuk dat mijn bijdrage aan KOORonaNIEUWS reacties heeft opgeroepen. Als ons ooit de kans wordt geboden om al zingend weer aan de slag te gaan, hebben we nu alvast gespreksstof voor de pauze op de plank liggen.

Op het verhaal van Ben over ome Nico, de directeur van de Ambachtsschool, wil ik nu al reageren. Hij schreef namelijk niet alleen over zijn oom, maar ook over zijn tante èn over neven en nichten.

Een van die nichten was Riet en zij was en ik citeer uit het werk van Ben “haar hele leven administratief medewerkster op de LTS”. Ik heb geen idee in welk jaar haar loopbaan is begonnen, maar er bestaat een kansje dat zij in opdracht van haar vader de brief heeft getypt waarin directeur N. Huijsmans mijn vader mededeelde dat zijn zoon in 1951 niet als leerling van de Ambachtsschool zou worden toegelaten. Dat briefje konden jullie zien in KOORonaNIEUWS no. 7. Later, vanaf 1968, kwam ik haar in het echt tegen. Ook daar heb ik wat van bewaard. Het was een mededeling over toekomstig pensioen en als administratief beambte ondertekende: M. Huysmans.

Merk wel even op dat Huijsmans ondertussen in Huysmans is veranderd. Maar het is dezelfde persoon hoor.

Ons erelid Jan Hendrickx schreef over zijn oorlogsherinneringen. En zijn oorlogsverzameling. Ik ben wat jonger en heb veel minder herinneringen.

Een van de herinneringen hangt hier altijd voor me: een kruisje. Mijn herinnering is vaag, moet ik toegeven: er was ergens een vliegtuig neergestort. Met mijn vader ben ik er heen geweest. Dus zou het kunnen zijn geweest in 1944. Bij de Heimolen of nabij de Moerstraatsebaan. Mijn vader heeft daar wat stukjes mica meegenomen en er dit kruisje van gemaakt.

Zo zien jullie maar:
“Wie wat bewaart, die heeft wat”.

Dat is langgeleden.
Nu het heden.

Corona houdt ons nog steeds in de greep. Het gros van onze medemensen doet zijn best om het virus te overwinnen.
Ik kwam een leuk voorteken tegen……….

We zitten in de lift….
En Corona is aan het verliezen.
Het is nog slechts Orona.
We zijn op de goede weg.
Nog 5 letters te gaan en het virus is de wereld uit.

Pas goed op uzelf en allen om u heen.
Bas

♣♣♣♣♣♣♣♣♣♣♣♣♣♣♣♣♣♣♣♣♣♣♣♣♣♣♣♣♣♣♣♣♣♣♣♣♣♣♣♣♣♣♣♣♣♣♣♣♣♣♣♣

 

KOORonaNIEUWS

Mannenkoor Fortissimo

Jaargang 1 Nummer 12

Opmerking vooraf:
De reacties van koorleden op de oproep van voorzitter Ben de Groot, zijn om privacy-redenen niet in deze editie van de nieuwsbrief opgenomen.

 

Van Fred

Bladerend in een oud familie-album kwam ik deze foto tegen. Mijn moeder leest de krant of ze poseert er alleen maar mee, dat weet ik niet.

Het artikel dat we ondersteboven zien gaat over het ingebruiknemen van de Ulm. “Rijkspolitie bromt beter en sneller dan de nozems” luidt de kop.
Ik kwam er achter dat de krant dateert van 2 september 1964. Ik was toen 15 jaar en dus nog niet rijp voor de politieschool, ik had er ook nog nooit over nagedacht om bij de politie te gaan.
Misschien mijn moeder wel. Ze kwam tenminste later, tegen de tijd dat ik van de Mulo kwam, met een advertentie uit de KRO-gids om mij te bewegen bij de politie te gaan. Bijna elke week stond er wel zo’n advertentie in: de ene keer een politieman in actie tijdens de watersnood van 1953, de andere keer op patrouille per paard in de duinen. Afijn, zoals jullie weten, heb ik mijn hele werkzame leven bij de politie doorgebracht.

Op zo’n Ulm heb ik heel wat uurtjes van hot naar her gesjeesd. Het was een DKW-brommer die wel 80km per uur kon rijden. Ik vond dat levensgevaarlijk, het waren zwabberdingen vergeleken met mijn opgevoerde Rap-Rocky, die ook minstens…… o nee dan mag ik niet zeggen. In ieder geval konden wij die nozems, ook met 80km per uur, niet bijhouden. Dan kun je maar beter de achtervolging niet beginnen.

Het krantenartikel vond ik op internet.
Delpher is een leuke website om historische kranten te raadplegen.

Let op Corona!

 

 

 

Van Clemens

 Kaktus

Enige tijd geleden zongen wij ‘Mein kleiner grüner Kaktus’ in 1934 uitgevoerd door de Comedian Harmonists. Het lied is gecomponeerd door Bert Reisfeld e.a. De tekst is niet meer dan een cabareteske grap: ik heb geen bloemen, maar wel een cactus en daar kan ik anderen mee steken, maar het kan ook per ongeluk van mijn balkon vallen en mijn onderbuurman zeer doen. De Comedian Harmonists waren als zanggroep heel populair. Om iets van hun opkomst en verdwijnen te begrijpen is het van belang iets over Duitsland in het interbellum (de tijd tussen de Eerste en Tweede Wereldoorlog) te vertellen.

 

Tijdens de Eerste Wereldoorlog heeft ook de Duitse bevolking enorm geleden. Er is veel bekend en geschreven over de vreselijke slachtpartijen tussen de legers aan de fronten in België en Frankrijk. Relatief minder aandacht krijgt het gegeven dat in Duitsland, door de blokkade van Duitse havens door de Engelsen, er sprake was  van enorme voedseltekorten. Honderdduizenden stierven de hongerdood. Deze ellende (ook allerlei ziekten)  en andere economische tegenspoed waren mede de oorzaak van motivatieproblemen binnen het Duitse leger. Een opstand van matrozen in 1918 zette een beweging in gang dat onder meer uitmondde in de vlucht van de vroeger keizer Wilhelm naar Nederland (Doorn). De blokkade bleef duren tot 1919 wat betekende dat voor de meeste Duitsers er helemaal geen verbetering van hun omstandigheden in het verschiet lag. Toen de winnende  partijen, met name Frankrijk, bij de vredesonderhandelingen te Versailles, herstelbetalingen eisten betekende dat een nog langer duren van economische malheur met onder meer hyperinflatie. Als kind (mijn grootouders waren in 1904 uit Westfalen naar Nederland geëmigreerd)  heb ik bij mijn tante veel gespeeld met dat ‘inflatiegeld’: briefjes van 100.000 tot 10.000.000 mark! Daarnaast was de bestuursstructuur uiterst instabiel: er was een voortdurende strijd om de macht met vele slachtoffers, groepen militairen vormden knokploegen die elkaar bestreden en de voormalige hoofdstad Berlijn werd vervangen door Weimar waar lange tijd  snel wisselende regeringen hebben gezeteld (de zogenaamde Weimarrepubliek). Deze instabiliteit en voor veel mensen zeer grote onzekerheid waren een vruchtbare bodem voor de rechts-radicalen. Zo richtte Adolf Hitler in 1923 de ‘Nazionalsozialistische Deutsche Arbeiters- partei’ (NSDAP) op met een eigen militie  de ‘Sturmabteilung’(SA).

Na  stevige financiële impulsen door de V.S. (geldleningen) begon een periode van relatieve rust en welvaart die duurde van ongeveer 1924 tot 1929. In die jaren profiteerde een relatief klein aantal Duitsers van deze economische opleving. De meesten, waaronder boeren, niet of nauwelijks. In deze periode bloeide Berlijn op als culturele hoofdstad van Europa. Waar vóór de Eerste Wereldoorlog het Wenen en vooral Parijs waren waar onder meer muziek, beeldende kunst en  dans floreerden was nu Berlijn aan de beurt. Op muzikaal gebied  gebeurde er interessante dingen. De oude romantiek werd voortgezet door onder meer Max Reger. Er waren ook componisten die in hun werk een politieke opdracht zagen: zo componeerden mensen als Bertolt Brecht, Kurt Weil, Hanns Eisler in het kader van links politieke bewegingen.

Comedian Harmonists 1930. Stehend von links: Roman Cycowski, Robert Biberti, Ari Leschnikoff; stehend ganz rechts: Erich A. Collin; sitzend links: Erwin Bootz; sitzend rechts: Harry Frommermann.

In 1928 werden de Comedian Harmonists opgericht in Berlijn. (zie de foto hierboven) Aanvankelijk werkten zij in de traditie van de cabarets en revuevoorstellingen die in die jaren in Berlijn dagelijks te bezoeken waren. In de jaren later – ondanks de ‘krach’ van 1929 die voor nieuwe economische ellende zorgde – braken zij door, getuige een enorme verkoop van grammofoonplaten (breekbare schellak, 78 toeren) en uitverkochte zalen (die zij aanvankelijk tevoren zelf moesten huren).

In 1933 werd Hitler – eigenlijk bij gebrek aan beter – kanselier. Men had de naïeve verwachting dat andere conservatieven in het toenmalige kabinet Hitler wel zouden ‘temmen’. Maar dit gebeurde dus niet en met behulp van stevige propaganda (Joseph Goebbels) wist Hitler de democratie uit te schakelen en een dictatuur te beginnen. Voor de Comedian Harmonists betekende dit het begin van hun einde als zanggroep.

Hoe zat dat? De groep bestond uit zes leden waarvan er drie Joods waren (namelijk Collin, Frommermann en Cycowski waarvan Harry Frommermann degene is geweest die in 1928 de zangers bij elkaar bracht). Dit leidde in 1933 tot afzeggingen van contractueel overeengekomen concerten. Een breuk met eerdere perioden waarin de zanggroep ongeveer 150 concerten per jaar gaf!  Goebbels richtte in 1933 een zogenaamde ‘Reichskulturkammer’ op waarvan ook musici lid moesten zijn. Later  bepaalde hij dat alleen Ariërs lid mochten zijn[1]. Voor de drie Joodse leden betekende dit dat voor hen werken in Duitsland onmogelijk werd. Om verplichtingen af te handelen werd toestemming gegeven om concerten te geven tot 1934. Er bleef vervolgens niet meer over dan in het buitenland op te treden. Zo traden zij op in Denemarken, Noorwegen en de V.S. (New York). Na terugkeer in Berlijn gaven zij een concert in Italië (wel fascistisch maar niet antisemitisch), Een laatste optreden was in 1935 te Noorwegen. In die periode werd het de niet-Joodse leden van de groep (Biberti, Bootz en Leschnikoff)  verboden  met Joodse artiesten op te treden. De Joodse leden van de Comedian Harmonists kregen een beroepsverbod opgelegd. De groep viel uiteen: de drie Joodse leden vertrokken naar het buitenland. Er werden drie nieuwe zangers gevonden en onder de naam ‘Comedy Harmonists, boekten zij successen tijdens tournees in Europa (niet Duitsland), Australië en Zuid-Amerika. In 1941 viel de groep uit elkaar.
De drie zangers die in Duitsland waren gebleven vormden met drie andere zangers een groep die uiteindelijk de naam ‘Meistersextett’ voerde. Ook zij maakten platenopnames maar er waren onderlinge conflicten en de muziek holde kwalitatief achteruit. De groep hield op te bestaan in november 1941.
De leden van de Comedian Harmonists hadden geen politieke boodschap. Hun muzikale leven werd vooral bepaald door artistieke inspiratie en commerciële factoren. Na de Tweede Wereldoorlog hebben zij nooit meer in de oude samenstelling opgetreden. In 1998 overleed de bariton Roman Cycowski, als langst levende lid van de vroegere Comedian Harmonists.

Wij zongen ‘Men kleiner grüner Kaktus’. Als je de oorspronkelijke versie hoort dan valt vooral het tempo op: die ligt veel hoger dan bij onze uitvoering. Voorts blijken de coupletten door solisten te worden gezongen met op de achtergrond ‘close harmony’ neuriënde zangers. Ooit waren zij geïnspireerd door een Amerikaanse zanggroep The Revelers en namen bepaalde ‘close harmony’ interpretaties over met vooral Duitse teksten.

Misschien zouden we in de toekomst een deel van een concert kunnen wijden aan muziek uit het Berlijn van het interbellum. Er is mogelijk koormuziek van Weil, Brecht of Eisler te vinden. Wat laten horen van de Comedian Harmonists zou een leuke afwisseling zijn!

Bronnen:
Wikipedia over
– Comedian Harmonists
– Interbellum in Duitsland
– Konrad Boehmer (2011), Lezing bij het concert ‘Denn wovon lebt der Mensch’ door het Nieuw Kamerkoor te Delft.
– In YouTube zijn veel uitvoeringen van muziek door de Comedian Harmonists te vinden. Interessant is de documentaire ‘Es begann in Berlin’, gewijd aan deze groep en ook in YouTube uitgebracht.

[1]     In Nederland werd na 1940 door de Duitse bezetter een Kultuurraad ingesteld. Vele kunstenaars weigerden daaraan deel te nemen. Ons erelid Henk Badings was wel lid wat hem na de Tweede Wereldoorlog tot 1947 een beroepsverbod opleverde.

 

 

Van Fred

Mijn uitgangspunt bij het vertellen over soorten is steeds het type beheer dat bij die soort hoort. De “Europese opdracht” voor Nederland en België is het bevorderen van de biodiversiteit door vennen, landduinen en heidevlakten in ere te herstellen. Vaak lukt het om voor elkaar te krijgen wat de bedoeling is. Het aantal broedparen van de Nachtzwaluw is de afgelopen 10 jaar behoorlijk gestegen.
Als er geen open terrein is, zijn er geen Nachtzwaluwen. Ze zitten in de buurt van bosranden, want daar jagen ze. Die zijn dus ook een voorwaarde voor het succes van de Nachtzwaluw. Liefst met een mooie overgangszone waar ik het ook al eerder over had.

De Nachtzwaluw is een heel bijzondere vogel. Wij noemen hem wel “zwaluw”, maar het is geen zwaluw. Dat geldt trouwens ook voor de gierzwaluw. Dat brengt mij op het idee om over díe vogel ook eens een verhaal te schrijven.
Nu eerst de Nachtzwaluw.

 

Eind april, begin mei komen eerst de mannetjes vanuit Afrika hier aan. Zij gaan onmiddellijk naar hun uitverkoren gebied: de heidevlakten. Vanaf het ogenblik van hun terugkeer laten ze ‘s nachts hun indringende roep horen. In het begin klinkt hij nog zachtjes, maar vanaf het moment dat de wijfjes aankomen wordt het geratel sterker en sterker. Inderdaad, geratel, want je kunt hun zang best vergelijken met een houten ratel.

Als je dat geluid ooit hebt gehoord, vergeet je het nooit meer! Het is tot twee kilometer ver hoorbaar en het kan tot 20 minuten aan een stuk duren.
Onderzoek heeft uitgewezen dat de zang uit 35 noten per seconde bestaat. Daar kunnen wij als koor niet aan tippen! Voor het menselijk oor is het niets anders dan geratel.
Als je het geratel hoort, heb je er gratis applaus bij: de vogel slaat boven zijn hoofd de vleugels tegen elkaar. Dat maakt het geluid alsof er iemand in zijn handen klapt. Daarnaast roept hij ook nog “oewiet” of iets dergelijks. In ieder geval een angstaanjagend geluid.
Als je het nog nooit hebt gehoord is het een onvergetelijke ervaring. Je hoort niet één Nachtzwaluw, je hoort er altijd meer.
Angstaanjagend? Ja natuurlijk. De vogel zal je overdag zelden zien vanwege de teruggetrokken leefwijze en de schutkleur.

Om hem te spotten moet je ’s nachts op de juiste plek zijn. Veel mensen zijn om de een of andere reden sowieso bang in het donker en dan komt dat geluid er ook nog bij.
De balts vindt plaats in de schemering. Het mannetje vliegt voor het wijfje en wringt zich in allerlei bochten om indruk te maken. Af en toe gaat hij op een tak zitten en “snort” hij zijn uitverkorene toe. Als het wijfje antwoordt, weet hij hoe laat het is. Hij gaat haar dan snel achterna, waarbij hij zijn vleugels af en toe helemaal omhoog brengt, zodat zij de witte vlekken op zijn staartveren duidelijk kan zien.

Hij klapt dan ook met zijn vleugels, tot het vrouwtje op de grond landt om te paren. Op die plek legt het wijfje ook twee melkwitte, grijs- en bruingevlekte eieren op de grond.
Nachtzwaluwen maken geen nest, het wijfje maakt hooguit de nestplaats wat schoon. Bij het invallen van de duisternis lost het mannetje het vrouwtje af, zodat zij ook op jacht kan.
Zoals ik al schreef, de nachtzwaluw is overdag moeilijk te ontdekken. Als een broedend vrouwtje per ongeluk, toch eens wordt verrast, dan doet zij net of zij vleugellam is om de belager weg te lokken van het nest.
Het mannetje legt zich overdag te rusten om een boomtak, waarbij hij in de lengterichting van de tak ligt. Ook op die plek nauwelijks te onderscheiden van de omgeving.
Na ongeveer drie weken komen de jongen uit. Ze lopen al na zeer korte tijd rond. Dat is geen overbodige luxe, omdat het nest (of wat daarop moet lijken) op de grond is. De jongen zijn ook pas ’s avonds actief.
De jongen worden ongeveer 2 ½ week gevoerd. Daarna redden ze zichzelf. Meestal is er dan al een tweede legsel.

In een slechte zomer gaan de Nachtzwaluwen in hongerstaking. Ze liggen in de lengterichting op een tak en vervallen in een soort hongerslaap. De lichaamstemperatuur daalt tot ongeveer de omgevingstemperatuur. De onderkoelde Nachtzwaluw verstart en hij wacht, in een soort coma, op betere tijden. Zo’n verstarring kan vele dagen duren.

De jacht op insecten verloopt zeer effectief.
Als het schemert jaagt hij horizontaal en als het donkerder wordt gaat hij naar de grond en speurt de hemel af. Ze vliegen loodrecht omhoog om de prooi te grijpen. Ook op de grond zoekt hij naar kevers en andere insecten. Maar nachtvlinders zijn de favoriete prooi.

Om te jagen heeft de Nachtzwaluw een zeer eigenaardige bekconstructie. De snavel kan zowel verticaal als horizontaal worden geopend. Daardoor ontstaat een enorm gat. Dit vangnet wordt nog een vergroot door borstelhaartjes die zich eromheen bevinden, zodat de kans op het missen van de prooi tot bijna nihil wordt herleid.

Vanaf half augustus tot half oktober trekken groepen Nachtzwaluwen weer naar de streek rond de evenaar.

“Onze” Nachtzwaluw heet in het Latijn: Caprimulgus Europaeus. Er zijn over de wereld wel 90 soorten en 38 geslachten nachtzwaluwen. Die van ons heeft een spanwijdte van 60 cm, is 25 cm lang en weegt 70 gram.
“Capri” betekent “geit” en “mulgus” betekent “melker”. Vroeger dacht men dat de Nachtzwaluw de geiten molk. Vandaar de naam Geitenmelker in onze streken, en Ziegenmelker in het Duits. Het Italiaanse Succiacapre duidt hier trouwens ook op.

 

Nachtratel, windhapper, windmuil komen voor en in het Fries Deislieper oftewel dagslaper. In het Surinaams Oroecoekoe. Nou ja, waar dat vandaan komt weet ik niet. Het zal niet de Europese zijn, denk ik.

Het zal je niet verwonderen dat de Nachtzwaluw voorkomt in veel volksverhalen en bijgeloof.
*Als de geiten angstig mekkeren is de Nachtzwaluw in de buurt.
*De geiten zouden blind worden van het melken en hun jongen zouden sterven als ze worden gemolken door de Nachtzwaluw.
*De vogel zelf zou ziekte, dood en ongeluk brengen.
*Als je de “nachtuil” hoorde wist je dat er iemand ging sterven.
*De Nachtzwaluwen zouden rusteloze geesten van misdadigers hebben aangenomen.

Het is telkens weer een belevenis een Nachtzwaluw langzaam langs de toppen van de dennen in de heide te zien glijden en daarbij te luisteren naar zijn roep en vleugelgeklap.

Héél af en toe is er een nachtexcursie voor de Nachtzwaluw. Ik heb die voor het Grenspark gedaan. Voordat ik een excursie leid ga ik altijd tevoren voorwandelen, of in dit geval, op zoek naar de Nachtzwaluw.
Op de avond vóór de excursie was ik op de plaats van bestemming. Om precies 22.15 uur hoorde ik de eerste Nachtzwaluw roepen. Daarna werd het een groot feest.
De volgende avond was ik met de groep om 22.00 uur op dezelfde plek. Grapje: ik zei dat ik de Nachtzwaluwen om 22.15 uur besteld had. En ja hoor, om precies 22.15 uur hoorden we de eerste roepen en daarna werd het wéér een groot feest.
Voorwaarde voor de deelnemers: gebruik maken van een zaklamp is ten strengste verboden. Alléén de gids mag dat. En dat is geweldig: je ziet ze tegen de nachthemel vliegen en spot ze met de combatlamp. De vogels trekken zich er niets van aan.
Na het evenement moet je natuurlijk wel in het stikkedonker de weg terug weten te vinden naar de parkeerplaats. Dat kan ik gelukkig met mijn ogen dicht en dat gaat toch een kilometer of twee dwars door het bos.

 

♣♣♣♣♣♣♣♣♣♣♣♣♣♣♣♣♣♣♣♣♣♣♣♣♣♣♣♣♣♣♣♣♣♣♣♣♣♣♣♣♣♣♣♣♣♣♣♣♣♣♣♣

KOORonaNIEUWS

Mannenkoor Fortissimo

Jaargang 1 Nummer 11

 

Van Ben

 

Goede vrienden en vriendinnen,

We hebben, ik geloof de vijfde persconferentie van Mark weer gehad. Er werd weer meer ruimte gegeven, naast de adviezen, de verboden en de geboden. Gaat er nog eens een dag komen dat die geboden allemaal op twee stenen tafelen worden gekapt en dan vanaf de Haagse Vijverberg door Mozes Rutte ons worden opgelegd?

Jammer, voor de koren was er geen cent positief nieuws. Integendeel, in de NRC stond vorige week een bericht, waarin gemeld werd dat binnen een koor dat wat langer is blijven repeteren (nog zonder de 1,5m afstand) een stevige Covid-19-uitbraak heeft plaatsgevonden.

De overkoepelende organen als KBZON en Koornetwerk raden het de koren nog steeds af gezamenlijk te gaan zingen. De te gebruiken 1,5m blijkt onvoldoende veiligheid te geven voor de eventuele druppels en aerosolen die we tijdens het zingen produceren en in ons enthousiasme rondspetteren.

Buiten zou dat minder gevaar opleveren. Is het de moeite waard om met een beperkt aantal leden op de fiets te stappen en op een van tevoren uitgezochte plek samen, met inachtneming van de 1,5m-regel, te repeteren? Kunnen we dat per stem doen? Of misschien juist een groepje met een paar leden van alle stemmen? Met drie groepjes van een man of 8 à 9 hebben we dan het hele koor!

Laat ons ook eens weten hoe jullie daarover denken. Of kom met misschien nog betere oplossingen. Dat levert dan ook weer nieuwe stof op  voor ons wekelijks contact. We krijgen langzamerhand het gevoel dat het enthousiasme, zoals dat er voor de eerste uitgaven van KOORonaNIEUWS was, aan het afnemen is! Ook daar willen we graag jullie reactie op hebben. Fred doet met veel inzet en moeite alles om er iets moois van te maken, maar als blijkt dat er geen animo meer bestaat om het te lezen, of om ook een steentje bij te dragen aan de inhoud, vinden we het moeilijk dit nog weken vol te houden. We nemen ons petje af voor diegenen die elke week trouw hun artikel leveren.

In de onlangs uitgekomen brief voor de Vrienden van Fortissimo is gewag gemaakt van ons blad op de website. Ik heb daar al enthousiaste reacties van gehad.

Beste leden, samenvattend vraag ik jullie aandacht dus voor drie punten:

  1. Zou je meedoen met een alternatieve, op een beperkt aantal leden gestoelde, repetitiebijeenkomst ergens buiten? Of heb je een ander voorstel?
  2. Ben je tevreden met dit wekelijkse contactblad?
  3. Zou je daaraan ook een bijdrage willen leveren?

Stuur je antwoorden tijdig naar Fred, dan kunnen we die misschien volgende week al publiceren.

Laat het ons alsjeblieft horen.

Ben

 

Van Fred

 

Ooit torenden de Nolse duinen trots uit boven het Kalmthouts Kempenland. Tot voor enkele jaren zetten aangeplante naaldbomen de unieke stuifduinen letterlijk en figuurlijk in de schaduw.

Dat was jammer, temeer omdat de Nolse Duinen nooit ten prooi zijn gevallen aan de zandhonger en dat het oeroude reliëf er nog is.

Het gebied was altijd privébezit. De voorlaatste eigenaar was de familie Carlier. Nu is het in bezit van Natuurpunt, de Belgische evenknie van Natuurmonumenten. Dankzij Helvex, het Europees LIFE-project, kan Natuurpunt grote herstelwerken uitvoeren. Zo krijgen zeldzame plant- en diersoorten nieuwe kansen. Bijvoorbeeld de Gladde slang.

Op antieke postkaarten uit het begin van de vorige eeuw is te zien hoe de Nolse landduinen het landschap domineren. Rond die tijd is Kalmthout een blanke zandbak met hier en daar een boom en plukjes struikhei. Tussen 1910 en 1930 werden de duinen door de toenmalige privé-eigenaren beplant met opbrengsthout: grove den en Amerikaanse vogelkers. Die plantactie bepaalde het uitzicht gedurende een reeks van jaren.

Het landschap ‘terug’ omvormen heeft letterlijk heel wat voeten in de aarde. Het gaat gepaard met kapwerken, verwijderen van de humuslaag en bestrijding van exotische soorten zoals de Amerikaanse vogelkers. De oude grillige bomen, de veteraanbomen en de oude knot- en stoofeiken zijn bewaard gebleven, want die parels mochten in geen geval verdwijnen. Al die oude bomen zijn tevoren in kaart gebracht.

Na het kappen en plaggen is een meer open duinlandschap ontstaan met aan de randen een beboste heide. Doordat de oude veteraanbomen meer licht en lucht krijgen zijn ze prominenter in het landschap aanwezig zijn. En door het kappen en plaggen is de bijzondere duinstructuur ook beter tot z’n recht gekomen. Een kudde schapen houdt het gebied open.
Als je nu vanuit het noorden komt, zie je links plotseling een open landschap. Het ziet er nog niet mooi uit. Er staan staketsels van dode dennen. Voor de leek is dat een ravage om te zien. Voor mij ook wel, maar ook hier geniet de biodiversiteit voorrang boven het er mooi uit zien. Dat staande en liggende dood hout heeft een belangrijke functie in de natuur. Het hout zit vol met allerlei insecten en, naarmate de tijd vordert veroveren paddenstoelen het hout.

In het open landschap zijn nu al broedparen van de Nachtzwaluw geteld. Achter de duinen ligt het veen- en vennengebied van de Nol. Héél bijzonder, hoge duinen en lage natte gebieden liggen in elkaars nabijheid. De overgang van nat naar droog krijgt veel aandacht. Het duin verstuift nu al volop. Hier en daar is al een pakket zand van 30 centimeter opgestoven. Voordat het zover was heeft men de stuifzandcellen in het gebied opnieuw in kaart gebracht.

Hier en daar, onderaan het duin, staat al Klokjesgentiaan en Beenbreek. Op de foto de Beenbreek, een leliesoort.

Op een bijzonder plekje onderaan het duin staat Rode bosbes. Een zeer zeldzame plant in deze streken.

De natte heide in en rond het Stappersven en de Nol worden in ere hersteld.
Voordat het werk groots werd aangepakt heeft een beheerteam van Natuurpunt de laatste jaren in de meest kwetsbare gebieden wat kleinschalige werken uitgevoerd: maaien, plaggen, natuurlijk bosherstel, exotenbeheer.

Door nauwgezette monitoring hebben de vrijwilligers de schatten van het gebied beter leren kennen. Hier zijn echte zeldzaamheden ontdekt: het Zandkroeskopje bijvoorbeeld, een nachtvlinder die nooit eerder in België gezien werd. Daarnaast is dit gebied ook één van de belangrijkste leefgebieden van de Gladde slang, een Europees beschermde soort die het erg slecht doet in Vlaanderen (en ook in Nederland).
Door de herstelwerken ontstaat een corridor van verbonden natuur. Op die manier wordt het leefgebied van de (niet-giftige en ongevaarlijke) slang robuuster en krijgt de kwetsbare populatie betere overlevingskansen.

Met haar lengte tussen 60 en 80 centimeter is de Gladde slang best indrukwekkend. Maar hij is voor de mens niet gevaarlijk. De foto hierboven heb ik gemaakt toen ik op pad was met de “slangenmens” van Natuurpunt. De Gladde slang is bijtgraag, en daarmee agressiever dan de Adder. Toen onze slangenmens al een tijdje zo stond met de slang aan zijn vinger vroeg ik hem of hij de slang niet los moest maken. “Neen, dat kan niet want dan trek ik de tanden uit zijn bek. Dat overleeft hij niet, want dan kan hij zijn prooi niet meer pakken”.

Samen met anderen monitort hij de reptielen in het Grenspark. Hij weet waar ze zitten en vangt ze. Van iedere slang maakt hij foto’s, hij weegt ze en meet de lengte. De tekening op de rug van de slang is variabel en kan samensmelten tot een soort zigzagpatroon. Niet zo duidelijk als bij een adder, maar toch opvallend. De kop van de slang is belangrijk bij de identificatie. Het patroon van de schubben blijft namelijk altijd hetzelfde, net als de vingerafdruk van de mens.

Aan de hand van foto’s kan de monitorder vaststellen of hij de slang al eerder heeft gevangen en of die zich heeft verplaatst. Net ten zuiden van het Stappersven is een belangrijke vindplaats van de Gladde slang. Vóór de grote brand n 2011 zaten er meer dan 200 individuen. Na de brand waren het er niet meer dan 20.

KALMTHOUT – 26/05/2011 – FOTO: ROBERT VAN DEN BERGE – BRAND KALMTHOUTSEHEIDESoms lijkt het dat een brand niet veel schade veroorzaakt, omdat kort na de brand alles weer zo mooi groen is. Schijn bedriegt: dat groene is gras, pijpenstro, terwijl er heide zou moeten groeien. Een brand is bovendien altijd erg schadelijk voor amfibieën en reptielen en heel veel insecten.

De vrouwtjes van de Gladde slang kunnen wat groter worden dan de mannen. Er zijn uitschieters tot 90 centimeter, maar die zijn zeldzaam. Vrouwtjes hebben een wat fletsere kleur dan mannetjes.
De Gladde slang leeft in gebieden waar de vegetatie gevarieerd is en hier en daar een open structuur heeft zodat een zonnebad kan worden genomen. De Nol is nu uitermate geschikt voor de Gladde slang. Het nemen van een zonnebad wil niet zeggen dat de Gladde slang van hoge temperaturen houdt. Fel zonlicht wordt vermeden en de meeste activiteiten vinden plaats bij bewolkt en vochtig weer. Je kunt ze al zien zonnebaden als het pakweg 18 graden is. De lichaamstemperatuur is tussen de 29 en 33 graden.
Ze schuilen onder dood hout. Dus als je ergens een hoop dood hout ziet liggen in open terrein, dan is dit waarschijnlijk speciaal voor de gladde slang daar weggelegd.

Zodra een koppeltje elkaar gevonden heeft vindt de paring plaats. Het mannetje bijt het vrouwtje in de nek om zich te ankeren. Waar hebben we iets vergelijkbaars gezien? Bij de libellen! De gladde slang is levendbarend en heeft een draagtijd van ongeveer drie maanden. Het luistert allemaal heel nauw. Als het vrouwtje haar lichaamstemperatuur niet op peil kan houden ontwikkelen de jongen zich niet goed. Dan kan het voorkomen dat ze de jongen pas een jaar later baart. Die vertraagde ontwikkeling zien we vaker in de natuur. Reeën kunnen bij slechte omstandigheden het jong ook langer vasthouden.

Het vrouwtje eet niet tijdens de zwangerschap, terwijl een zwangerschap toch veel energie vraagt. De jongen komen vanaf eind juni tot in september en zijn 12 tot 20 centimeter lang. Maximaal 15 exemplaren. Dat is nogal wat! Na 3 jaar zijn ze volwassen en ze kunnen ongeveer 15 jaar worden.

De Gladde slang eet kleine gewervelde dieren.: hagedissen, knaagdieren én slangen. Ze zijn dus kannibalistisch. Er is beschreven dat een mannetje dat paarde, het vrouwtje tijdens de daad begon op te eten. Waar heb ik dat meer gezien? Bij bidsprinkhanen, maar dan andersom. Het vrouwtje begint het mannetje op te eten tijdens de paring.

Gladde slangen vangen hun prooien voornamelijk op de bodem, maar de slang kruipt ook in struiken om vogelnesten leeg te roven en kruipt in de holen van knaagdieren om de jongen te eten.
De belangrijkste natuurlijke vijanden van de Gladde slang zijn roofvogels, kraaien, egels, vossen en marters.
Vanwege de verborgen levenswijze is een confrontatie met de slang soms totaal onverwacht, bijvoorbeeld als een steen wordt verplaatst. De slang kan dan geen kant meer op en zal agressief reageren door te bijten.

Over het algemeen is alles wat het leefgebied aantast of anderszins beïnvloed een mogelijk gevaar voor de Gladde slang. Net als bij veel andere reptielen zorgt het verkeer op de weg jaarlijks voor vele slachtoffers.

Andere bedreigingen die voornamelijk voor de Benelux gelden zijn verstoring in het natuurlijke leefgebied door bijvoorbeeld loslopende honden en mountainbikers. Verbossing en/of vergrassing is ook een bedreiging, maar daar begon ik het verhaal mee. Open terrein, dat heeft de Gladde slang nodig om te overleven.

♣♣♣♣♣♣♣♣♣♣♣♣♣♣♣♣♣♣♣♣♣♣♣♣♣♣♣♣♣♣♣♣♣♣♣♣♣♣♣♣♣♣♣♣♣♣♣♣♣♣♣♣♣♣♣

KOORonaNIEUWS

Mannenkoor Fortissimo

Jaargang 1 Nummer 10

 

Van Ben

 Het Coronaconcert      ofwel    A tribute to COVID–19:

Concert Of Violance Into Disease

Het is eind februari: The Animals are Coming: vleermuizen met ellende. Je kunt dan ook bepaald niet zeggen Het Daghet in het Oosten. Maar kom op, het zijn in ieder geval geen Fransche Ratten!  Ademhalen en Nobody knows the Troubles we will see denken we dan nog. Maar dan komen Rutte en consorten. Ze roepen ons in ons Verband! Slag van Onrust! Het virus Blows the Man down! He’s got the whole world in zijn macht.

Je krijgt het gevoel de tuinman te zijn in De Tuinman en de Dood.
Er komen Avondklokken en het is één grote Rommelpot.

Komt Vrienden in de Ronde, Blijf mij nabij; nu, vergeet dat maar! Ook als Ick U vinde, met uw schoon mondkapke. Afstand houden blijft belangrijk! Zelfs Tussen de Os en de Ezel zit 1,50 meter!

Is er dan helemaal geen Vertroostingslied? Desnoods, weliswaar met de bekende 1,50 meter? Ja, met Drie meneren in het Woud! Want dat is het maximum aantal mannen waarmee men mag zingen!

Wanneer kunnen we zeggen: “Het Offer is Volbracht”?

Wanneer is er sprake van Soon ah will be done?

Het gaat nog wel even duren! Dat betekent voor ons dus nog géén repetities! Er wordt wel gezocht naar alternatieven. We komen daar zo snel mogelijk mee.

En, Fortissimo, Merck toch hoe Sterck we blijven bestaan! Dan zingen we weer als Die Nachtegaal uit Echternach!

Blijf gezond

Ben

 

Van Fred

Het aantal insecten is sinds 1990 enorm gedaald. Dit wordt veroorzaakt door landbouwgif, met name neonicotinoïden en stikstofdepositie door verkeer, industrie, veehouderij en energiecentrales. In Nederland komen ongeveer 20.00 insectensoorten voor. Van de plantensoorten is 75% voor de voortplanting afhankelijk van insecten als bestuivers en 80% van de vogels is afhankelijk van insecten als voedsel. Geen wonder dat de vogelstand ook gedecimeerd is.

Deze keer wil ik iets schrijven over libellen, die ook nog enorm veel last hebben van verdroging. Want als er geen water is zijn er geen libellen.Libellen en juffers behoren tot een primitieve groep insecten, die een onvolledige gedaanteverwisseling hebben.

Dit betekent dat larven van libellen na elke vervelling steeds iets meer op imago’s (volwassen libellen) gaan lijken, zonder dat het ‘bouwplan’ drastisch verandert. Bij libellenlarven is bijvoorbeeld de vleugelaanleg al duidelijk zichtbaar. Dit is een verschil met bijvoorbeeld vlinders en kevers, die een volledige gedaanteverwisseling met popstadium hebben.

Libellen zijn merkwaardige dieren, iedereen kent ze wel: van die grote blauwgroene of bruine bijna potlooddikke insecten en de kleine blauwe of rode juffers. Er zijn forse grootteverschillen: in Nederland meet de kleinste juffer 2 centimeter en de grootste libel wel 8,5 centimeter.
Als je ze ziet vliegen hebben ze het grootste deel van hun leven al achter de rug.

Eitjes van libellen worden in of vlakbij water afgezet. Afhankelijk van de soort zetten libellevrouwtjes honderden tot duizenden eitjes af. Het eitje wordt vervolgens een prolarve en daarna een larve. Die zitten verscholen tussen de waterplanten.
Libellenlarven zijn jagers en eten waterdiertjes. De grotere soorten vallen ook vissen aan!
Libellenlarven vervellen negen tot zeventien keer om te kunnen groeien.
Er zijn soorten die wel tot 5 jaar in het larvestadium verkeren. Je kunt wel nagaan dat een ven dat droogvalt funest is voor de ontwikkeling van een libel.
Een volgroeide larve heeft nog één vervelling voor de boeg: de vervelling van larve naar imago.

Een achtergelaten “huid” op de foto hierboven.
Soms wordt dit ‘verpoppen’ genoemd, maar dit is een onjuiste term, aangezien libellen geen popstadium kennen. Een betere en meer gebruikte term is “uitsluipen”. Hij pompt na het uitsluipen zijn vleugels en achterlijf op en blijft minstens een uur zitten om uit te harden. Kleur heeft hij nog nauwelijks, dat komt later.
Een gevaarlijke periode voor de libel. Hij wordt gegeten door vogels of spinnen. Als hij overleeft, dan heeft hij twee tot zes weken te gaan om zich voort te planten, want daar gaat het tenslotte om.
Een achtergelaten “huid” op de foto hierboven.

Boven de platbuik in volwassen stadium.

Maar voordat ze geslachtsrijp zijn moeten ze eerst eten. Libellen zijn  geduchte jagers, met flinke kaken.
Dit kan in de buurt zijn van het water, maar ook op beschutte en insectenrijke plaatsen verder van het water. Later meer hierover.
Mannetjes hebben vaak een territorium, ze vliegen erin rond en hebben meestal een vaste plek om te zonnen. Oh, ik vergat te vertellen dat het maken van foto’s van libellen een favoriete bezigheid van mij is. Om insecten te fotograferen is het handig om eerst een studie te maken van het gedrag. Om daarna op een mooie stek te observeren hoe, in dit geval, een libel zich gedraagt. Een poosje observeren en je zult zien dat de libel steeds neerstrijkt op dezelfde plek om te zonnen. Dan heb je geduld nodig, zodat ze het “normaal” vinden dat jij er ook bent. Jammer genoeg zit de libel vaak op een tak of rietstengel boven water. Je raadt het al, ik ga het water in om in de buurt van die plek te komen. Het komt regelmatig voor dat ik soppend in mijn schoenen terug naar huis ga.

De paring is een ingewikkeld serie handelingen. Het mannetje moet eerst zijn sperma-pakketje overbrengen van zijn achterlijfspunt, naar een orgaantje onder het voorste deel van zijn achterlijf. Want enkel vanuit dat orgaantje kan hij het vrouwtje bevruchten. Het mannetje pakt het vrouwtje in haar nek met de tang aan zijn achterlijf. Dit heet een tandem. Zo vliegen ze een tijdje rond. Het mannetje brengt zijn sperma-pakketje van achter naar voren, waarna het vrouwtje haar achterlijf naar voren beweegt en haakt aan het bevruchtingsorgaan van het mannetje. Nu zien we het zogenaamde paringsrad en vindt de uitwisseling van sperma plaats.
Vervolgens krijgen we de ei-afzetting. Soms terug in de tandem, soms niet en dan vliegt het mannetje boven het vrouwtje.

Je hoeft niet ver weg: foto’s van juffer uit eigen tuin. Zelfs de vrij zeldzame bosbeekjuffer heb ik in onze tuin gefotografeerd.

Hierboven eiafzettende vuurjuffer in eigen tuin.

In het begin heb ik het gehad over libellen en juffers. Ze vallen beide onder de orde der libellen, échte libellen en juffers. De eerste zijn robuuster, groter en breder. In rust houden ze hun vleugels gespreid of schuin naar beneden. Ze hebben grote ogen die elkaar boven op de kop bijna raken. Hieronder de libelle.

Hierboven de juffer met de ogen aan de zijkanten van de kop.
Juffers hebben een lang, dun achterlijf. In tegenstelling de tot echte libellen hebben de vleugels van juffers alle vier dezelfde vorm.
De vleugels van juffers worden in rust meestal langs of boven het achterlijf samengeklapt. De ogen zijn gevormd als een halve bol en zijn geplaatst aan de zijkanten van de kop. Bij juffers raken de ogen elkaar niet.
In het Grenspark komen 44 soorten libellen en juffers voor. Dat is een hele goede score.
Zoals voor zoveel andere flora en fauna is er ook een werkgroep actief om de libellen te monitoren. In 2006 is een rode lijst opgesteld voor de libellen. Er zijn in het Grenspark 2 soorten die met uitsterven bedreigd zijn, 3 zeldzame, 4 bedreigde en 4 kwetsbare soorten.
2018 was een rampjaar voor de libellen vanwege het droogvallen van de vele vennen. De muggen, een belangrijke voedselbron voor libellen, waren er bijna niet.

Ik vertelde al dat libellen en juffers geduchte jagers zijn in de paar weken dat ze kunnen vliegen. Ze hebben door de grote facetogen scherp zicht op de omgeving, ze beschikken over unieke vliegtechnieken en gekartelde kaken. Voor een prooi is er geen ontkomen aan. Het jachtsucces bedraagt 97%.
Als wij een bal overgooien berekenen we de baan van de bal, zodat we die op het juiste moment kunnen vangen. De wetenschap dacht lange tijd dat je een flink stel hersenen nodig hebt om afstand, richting en snelheid in milliseconden te berekenen en daarop in te spelen. Zelfs de slimmere roofdieren volgen dezelfde baan als hun prooidier, in plaats van die te kruisen. Toen een onderzoeksteam libellen filmde, bleek dat die precies op het juiste moment hun prooidier de pas afsneden in plaats van gewoon achter de buit aan te vliegen. Zelfs als de libel een hele zwerm insecten treft, kan hij zijn aandacht op één slachtoffer richten, zonder zich van de wijs te laten brengen door de omgeving. Tot voor kort dacht men dat alleen mensen en apen dat konden.
De facetogen zorgen ervoor dat 80% van de hersenen visuele indrukken verwerken. Die ogen bestaan dan ook uit 10.000 tot 30.000 facetten. Elk facet stuurt een afzonderlijk signaal naar de hersenen. De libel kan zijn omgeving in één keer overzien en scherpstellen op een prooidier. Die ogen hebben ook nog andere eigenschappen, bijvoorbeeld het opvangen van UV-licht. Libellen kunnen vijanden van alle kanten zien aankomen.

De vliegeigenschappen zijn fenomenaal. Met zijn vier vleugels kan een libel meer dan elk vliegtuig dat door mensen bedacht is. Ingenieurs kunnen alleen maar dromen van de wendbaarheid van libellen. Ze hebben vier vleugels die onafhankelijk van elkaar bewogen kunnen worden. Open en neer en ook naar voor en achter. Daardoor hebben ze een kleine draaicirkel en kunnen ze stilstaan in de lucht. Aan de vleugels zitten haartjes en tandjes die zorgen voor opwaartse druk en het registreren van snelheid. De voorste vleugels wervelen lucht op die de achterste vleugels opvangen om te gebruiken bij het opstijgen.
Het lijf van een volwassen libel bestaat voor 60% uit vliegspieren. NASA heeft bij de ontwikkeling van drones geprobeerd dezelfde eigenschappen te ontwikkelen.

De libel heeft gekartelde kaken. Hij zaagt zijn prooi aan stukken. Eerst houdt hij het insect vast met de voorpoten en dan bijt hij de vleugels af, waardoor vluchten geen optie meer is. Als er dan nog weerstand is bijt de libel hem in zijn kop. Dan begint hij in alle rust te eten. Die hele eetpartij gebeurt vaak in de lucht, zodat hij de hele dag door kan jagen. Ze gaan niets uit de weg en verschalken zo nu en dan ook een soortgenoot. Er zijn gevallen bekend waarbij een libel in een spinnenweb verzeild raakte en de spin toch wist te overmeesteren.

Het fotograferen van libellen doe ik het liefst als ik alleen op pad ben. Rianne was erbij toen ik een keer een libel fotografeerde. Toen ik min of meer tevreden was met het resultaat en we verder zouden lopen zei ze: “weet je wel hoe lang we hier hebben gestaan”? Ik had geen idee. Antwoord; “wel drie kwartier”!. Oeps.
Het ging om deze blauwe glazenmaker. Drie kwartier en dan nog niet eens een superfoto!

Maar ik geef je op een briefje dat het erg moeilijk is dit beest goed vast te leggen.

Deze foto van de bloedrode heidelibel is veel mooier. Gemaakt met een andere camera en een andere lens. Je ziet dat de achtergrond onscherp is, één van de belangrijkste zaken bij macro-fotografie. Dit is dus wél een superfoto. Gemaakt bij mijn vijvertje in onze achtertuin. Vanuit de luie stoel observeren en dan heel voorzichtig benaderen. Ik heb altijd het idee dat ze je moeten vertrouwen, of dat ik ze hypnotiseer.

Er zijn nogal wat fotografen die verzot zijn op libellen. Eén ervan is Filip van Boven, een boswachter van Natuur en Bos (België). Hij reist de hele wereld af om libellen te fotograferen. En net als bij vogels, de hotspots zijn bij de kenners wel bekend.

Op mijn blog staan in het album “macro” ook veel libellen en juffers.

www.wandelaar.blogspot.com

♣♣♣♣♣♣♣♣♣♣♣♣♣♣♣♣♣♣♣♣♣♣♣♣♣♣♣♣♣♣♣♣♣♣♣♣♣♣♣♣♣♣♣♣♣♣♣♣♣♣♣♣♣♣♣♣

KOORonaNIEUWS

Mannenkoor Fortissimo

Jaargang 1 Nummer 9

Van Clemens

Het lam (The Lamb)

Het was in 2013 dat ik de film La Grande Bellezza (de grote schoonheid) zag. Een prachtige film met schitterende beelden van de stad Rome, die ik een van de mooiste steden vind die ik heb bezocht. De film is gemaakt door Paolo Sorrentino en heeft veel erkenning gekregen, onder meer een Oscar voor de beste buitenlandse film. Ik was niet zo kapot van het verhaal. Maar wat mij meteen ‘in de greep’ had was de muziek en vooral het openingskoor: prachtige zang samen met de beelden van een groen landschap. Dit openingskoor vond ik – en vind ik nog steeds – adembenemend.

 

Ik zocht het op en het bleek The Lamb van John Tavener te zijn. Bij opnieuw beluisteren leek mij de muziek niet moeilijk en ik stelde Kristin voor het stuk in te studeren voor een kerstconcert. De beste uitvoeringen zijn die geweest waarin we het stuk samen me Mea Dulcea ten gehore brachten.

 

John Tavener componeerde dit lied in 1982. De tekst komt uit een bundel gedichten (Songs of Innocence and Experience, liederen over onschuld en beleving) van William Blake (1757-1827) kunstenaar op vele gebieden. Tavener schreef de muziek op een middag ter gelegenheid van de derde verjaardag van zijn neefje Simon. Ik heb de indruk dat Tavener met dit lied zijn grootste bekendheid heeft gekregen. Maar zijn biografie vermeldt talloze andere composities, vooral religieus georiënteerd.

 

Laat ik iets over Tavener vertellen. Hij is geboren op 28 januari 1944 in Wembley (London). (Foto: Clestur). Zijn vader had een bouwbedrijf maar was ook organist in een Presbyteriaanse kerk. John Tavener kreeg een gedegen muzikale opleiding, was een niet onverdienstelijk pianist en organist maar besloot uiteindelijk, zo ongeveer rond 1962, zich op componeren te richten. Hij kreeg bekendheid in de U.K. door zijn cantate The Whale (de walvis) uit 1968 (Tavener was toen 24 jaar!), een verhaal over Jonas in de walvis. Saillant detail is dat John Tavener een broer, Roger, had die bouwwerkzaamheden aan het huis van de Beatle Ringo Starr uitvoerde. Deze broer zou via Ringo het voor elkaar hebben gekregen The Whale via Apple Records op de plaat uit te brengen. Later zou ook onder meer A Celtic Requiem (een Keltisch requiem) volgen.
John Tavener heeft enkel religieuze muziek gecomponeerd. Zo heeft hij zich in 1977 aangesloten bij de Russisch Orthodoxe Kerk. Hij was erg geïnteresseerd in mystiek en heeft voor Russisch orthodoxe kerkdiensten veel muziek geschreven op basis van teksten van kerkvaders en de liturgie van Johannes Chrysostomos. Het voert te ver om hier alle composities van Tavener te vermelden. Ik verwijs naar overzichten van Wikipedia.

Tavener is korte tijd (acht maanden) gehuwd geweest met de Griekse danseres Victoria Maragopoulou (1974). In 1991 huwde hij Maryanna Schaefer bij wie hij drie kinderen kreeg. John Tavener was lichamelijk kwetsbaar: hij zou tussen 30 en 40 jaar een beroerte hebben gehad en een hartoperatie hebben ondergaan. Later overleefde hij twee hartaanvallen . In 1990 werd duidelijk dat hij aan het syndroom van Marfan leed, een bindweefselstoornis die mogelijk zijn eerder lichamelijk lijden kan verklaren.
John Tavener was bevriend met prins Charles. Zijn Songs for Athene (liederen voor Athene) zijn uitgevoerd bij de uitvaart van prinses Diana.
In 2000 is Tavener geridderd wegens zijn uitgebreide muzikale verdiensten en mocht zich ‘sir’ noemen. Hij overleed in 2013.

Nu iets over religieuze muziek. Als niet-gelovige denk ik veel na over religie. Ik heb ooit geschreven dat religie een van de antwoorden is die wij mensen geven op de fundamentele onzekerheid die ons bestaan eigenlijk is. Nu is het lastig een meetlat te gebruiken bij het beoordelen van de kwaliteit van op religie geïnspireerde muziek. Ik voor mijzelf denk dat waar religieuze muziek iets van die fundamentele onzekerheid, de kwetsbaarheid van ons bestaan weergeeft het goede muziek is. Veel religieuze muziek vind ik bombastisch, theatraal en naar mijn gevoel onecht. Ik krijg daar fantasieën over ‘zoete slagroom’ bij. De simpele melodie die John Tavener gebruikt in The Lamb vind ik juist wél iets van kwetsbaarheid, fragiliteit weergeven. Die muziek raakt me. Kristin heeft ons al een en ander uitgelegd over het notenbeeld, met name de ‘kreeftvorm’ in bepaalde samenzang. Ikzelf denk dat de melodie iets heeft van Gregoriaanse zang en dan vooral een meerstemmige uitwerking ervan. In elk geval is het effect mystiek, en dat past bij John Tavener’s levensbeschouwing. Maar, los van welk geloof je ook aanhangt, een ‘grote schoonheid’ .

Degene die de muzikale omlijsting van La Grande Bellezza heeft verzorgd heeft met de keuze van The Lamb (gezongen door de mannen en jongens van The Choir of the Temple Church uit London) aangegeven hoe kwetsbaar en fragiel schoonheid is… Zoals Lucebert eens dichtte: ‘alles van waarde is weerloos’.

Ik hoop dat we The Lamb weer eens met Mea Dulcea kunnen zingen!

Clemens.

♠♠♠♠♠♠♠♠♠♠♠♠♠♠♠♠♠♠♠♠♠♠♠♠♠♠♠♠♠♠♠♠♠♠♠♠♠♠♠♠♠♠♠♠

Ingezonden reacties op eerdere verhalen van Bas:

Even een reactie op het artikel van Bas. Dit is de eerste keer dat ik iets lees over de zeepkistenrace aan de Zuidzijde Zoom. Daar ben ik bij geweest. Ik woonde toen in de Blauwehandstraat en heb het beeld van de startschans nog op mijn netvlies staan. Ik was een jaar of 7. Als je vanaf ons naar de zoom liet stond die startplaats precies aan het eind van de van Overstratenlaan. Jouw val Bas heb ik niet gezien maar ik heb er wel een aantal zien starten. Was wel heel leuk!
Groetjes

Wim Speek

♠♠♠♠♠♠♠♠♠♠♠♠♠♠♠♠♠♠♠♠♠♠♠♠♠♠♠♠♠♠♠♠♠♠♠♠♠♠♠♠♠♠♠♠

Ja, pure nostalgie zo’n race.
Maar wat een luxe…….stepwieltjes!
Ik deed het met kinderwagenwielen.
Een stuur?
Een plank met een dwarsplank, bevestigd met een bout en moer.
Een dan van de ene naar de andere kant een touw als stuur. Maar eigenlijk was dat niet nodig, want je voeten tegen de dwarsplank deden hetzelfde.
Maar hij ging wel loeihard van de bult af!
Groeten van

Fred

♠♠♠♠♠♠♠♠♠♠♠♠♠♠♠♠♠♠♠♠♠♠♠♠♠♠♠♠♠♠♠♠♠♠♠♠♠♠♠♠♠♠♠♠

Mijn vader had voor ons geen zeepkist, maar min of meer een auto gemaakt. Hij was vertegenwoordiger in ijzerwaren, kachels etc. en kwam veel bij smeden.
Daar liet hij het ijzerwerk maken. Het stuur, weet ik nog wel, bij Peet Heijstraten op de kaai. Juist Ben, naast jullie.
Het voertuig woog zo zwaar dat het amper vooruit te branden was. En het sturen, je raadt het al, bijna niet te doen.

Kijk maar eens goed naar de stand van die voorwieltjes. Ze noemen dat een negatief camber !
Dus aan races deden we maar niet mee.
Zelf heb ik er toen een paar spatborden aan gemaakt; dat oogde wat beter vond ik. Toch hebben we er veel plezier mee beleefd en het kostte allemaal niks, alleen wat moeite.
De foto zal zo’n 65 jaar oud zijn. Zoals je ziet waren er “feestelijkheden”. Mijn jongste broer Wim aan de “microfoon”, een zinken emmer als luidspreker en als je goed kijkt zie je zelfs nog een snoer (ijzerdraad) van de microfoon naar de luidspreker lopen. Het moest allemaal kloppen !
Hij staat in de box (die hadden we toch niet meer nodig) die feestelijk versierd is met een oud tafelkleed en wat jute doeken (daarin werden vroeger de kolenkachels verpakt), de Nederlandse driekleur erop en nog wat bloemen. Feest !
En in een keurig wit overhemd met strik ! Zoals je al begrepen hebt ben ik de chauffeur.
En zo ging dat bij jullie waarschijnlijk ook. Je was de hele dag samen (meestal) lekker bezig, je vermaakte je prima, het was gezond en het kostte twee keer niets.
Maar dan wel voor het donker alles weer opruimen !
Groetjes,

René

♠♠♠♠♠♠♠♠♠♠♠♠♠♠♠♠♠♠♠♠♠♠♠♠♠♠♠♠♠♠♠♠♠♠♠♠♠♠♠♠♠♠♠♠

Van Bas

Triestig hè, dat coronanieuws.
Leutig hé, dat KOORonaNieuws.

Deel 4.

Deel 3 eindigde ik met:

Het is best goed gekomen dus en ben mijn moeder dankbaar dat ze dit alles voor mij bewaard heeft….en als klap op de vuurpijl op een goed moment zelfs zei “ik wil niet meer emigreren maar hier blijven”. Moeders wil was wet. Punt uit.”

Als het wel doorgegaan was…….had ik hier van alles en nog wat gemist.
Wel heb ik hier mijn moeders verzamel-DNA overgenomen. Bewaren, bewaren, bewaren…..
Zodoende kwam ik deze week, tijdens opruimwerkzaamheden, iets aardigs tegen. Ik was immers ooit Vrijwillig Molenaar geworden en mocht De Rozeboom in Krabbendijke beheren. Kijk, hier op de foto draait de molen “met 2 volle en 2 halve”. Het is dan 22 juni 1991.

Als ik een gedeelte van de foto een beetje uitvergroot, valt plotseling iets bijzonders op.
Er staat een fiets met aanhanger in de berm. Waar is de eigenaar van dit vervoermiddel?
Die, beste zangersvrienden, was komen aanfietsen, zag de molen draaien, besloot af te stappen en nam daarna de enig juiste beslissing om maar eens bij de molen aan te kloppen. Moet ik er wel even bij zeggen dat daar nog een tweede deur voor is. De deur die jullie nu zien met het rood-witte hek is immers buiten gebruik, want ….. daar draaien de wieken voorlangs en een klap van de molenwiek, daar zit toch niemand op te wachten!
Maar ik was altijd wachtend op bezoek. Kon ik tenminste mijn kennis overdragen op de bezoeker. Mijn gast bleek uit Oostenrijk te komen en was al fietsend tot in Krabbendijke gekomen.
De man was heel geïnteresseerd en dus kon ik mijn lieve gang gaan. Want er valt zoveel te vertellen en er is zo veel te zien en je kunt zo veel demonstreren. De man heeft genoten en ik ook en hij maakte tenslotte de bovenstaande foto. Kan ik meteen even verklappen …….dat de molen op dat moment niet draaide en…..dat ik aan de rechterkant zichtbaar ben, op een plaats waar je bij een draaiende molen niet eens mag komen.

Mijn Oostenrijkse bezoeker had mij beloofd om na thuiskomst de foto op te sturen en die belofte is hij nagekomen.
Deze enveloppe viel op de deurmat…

met de foto en op de achterzijde stond

en verder ook nog dit briefje

Zo zien jullie maar: “Wie wat bewaart, die heeft wat”.

Bas

 

Van Nico

Ik heb nog niet alle inzendingen van KOORonaNIEUWS gelezen, maar nu ik de huidige inzendingen gelezen heb, merk ik wel dat ik veel gemist heb. Nu kan ik niet zulke geweldige verhalen schrijven omdat ik niet zo’n reiziger ben, niet veel van de natuur weet en ook als jongetje van de lagere school niet veel avonturen beleefde. Wij hadden een winkel en mijn vader was veel ziek en dus moesten we helpen. Dat betekende niet op straat spelen, maar klanten nalopen, bestellingen wegbrengen of naar de melkfabriek om op de step (wij zeiden autoped) melk, vla, of slagroom te gaan halen. Op de step een ijzeren krat met 24 literse flessen melk als jochie van 9 jaar. ’s Avonds moest ik de winkel  dweilen en de bussen voor de losse melk boenen, bussen voor 40 liter en de winkel opruimen om de bakfiets naar binnen te rijden.

Die bakfiets kon je gedeeltelijk uit elkaar schroeven en dan opvouwen waardoor hij net in de winkel paste. De volgende morgen moest die dan weer naar buiten en in elkaar geschroefd worden, want dan gingen we met mijn moeder een klein wijkje melk rondbrengen voor schooltijd.

Als ik vrij was en niet naar koor hoefde, de franse les, of repeteren voor toneel, dan ging ik vaak fietsen langs de Amstel of met mijn broertje voor op de step langs de Amstel naar Amstelveen. Ook fietste ik wel met mijn broertje achterop de fiets naar Utrecht om bij een ver familielid parkieten te gaan halen. Ten was ik nog redelijk mobiel en zelfstandig. Toen ik als 13-jarige naar het juvenaat in Huijbergen ging, veranderde dat heel sterk. Thuis was ik als oudste de ‘man’, maar in Huijbergen hoorde ik gewoon bij jongetjes van de eerste klas van de Ulo en moest gewoon in het rijtje meelopen. Dat was nogal een overgang. Gelukkig wist en weet ik nog steeds de marges te vinden om mijn eigen leven te leiden. Maar nu met die ‘social distance’ wordt het er toch niet gemakkelijker op, want ik woon in een groep met ‘kwetsbare’ mannen en elk mogelijk risico wordt vermeden. Zodoende mis ik Fortissimo wel heel erg, want die praatjes na afloop en soms ook tijdens de repetitie waren toch wel heel plezierig.

Nu ga ik naar beneden om koffie te drinken en dan weer terug om te lezen en nog wat mailtjes na te lezen.
Ik hoop dat jullie het goed maken en nog meer hoop ik jullie straks weer terug te zien.Met de beste wensen,

Nico

 

Van Ben

 Ome Nico

In KOORonaNIEUWS 7 heeft Bas verteld op welke wijze hij van de St.-Jozefschool op zijn vervolgopleiding is gekomen: met horten en stoten en vervelende brieven van o.a. de directeur van de Ambachtsschool: N.Huijsmans.

Deze N. was mijn ome Nico. Getrouwd met Dien, een zus van mijn vader. Nico en vader Frits hadden een grote gezamenlijke hartstocht: Muziek. Als ik me nog goed herinner speelde ome Nico cello. Het gebeurde dan ook nogal eens een keer dat wij, samen met onze ouders bij tante Dien en ome Nico op visite gingen. Ik weet nog dat ik altijd, als jongetje uit de simpele Meeussenstraat, grote bewondering had voor het geweldige huis, met een grote tuin aan de achterzijde, die uitkwam op het schoolplein met aan de overkant de conciërgewoning van mijnheer Klaassen. Daar konden we lekker fietsen.

Overigens heb ik me een keer nogal boos gemaakt op ome Nico: ik ging voor “Een heitje voor een Karweitje” als welp naar hun toe. Ik moest het onkruid uit de hele tuin verwijderen. De hele morgen bezig geweest. Wat kreeg ik: inderdaad: één kwartje….

Het was een groot gezin, met acht kinderen, waarvan enkelen misschien nog wel bekend in de oren klinken: arts Herman Huijsmans (onlangs overleden op hoge leeftijd) en nicht Toos, dirigente van het dameskoor in de toenmalige Martelarenkerk en solfègedocente op de muziekschool. Haar zus Riet is heel haar leven administratief medewerkster geweest op de LTS.
Ome Nico was al lang op de Ambachtsschool. Toen mijn vader en moeder in 1928 trouwden kregen ze een boekenkast die daar op school gemaakt was. Die kast staat nu bij mij en straalt nog steeds een zekere voornaamheid uit, mede op grond van zijn functie bij vader Frits: het opbergen van al zijn muzikale zaken.

Ik weet niet hoe de verhouding tussen ome Nico en zijn leerlingen was. Misschien is het tekenend dat hij een nogal bijzondere bijnaam had: Nico Puntzak. Vraag mij niet wat dat op de toenmalige jongens-ambachtsschool voor betekenis had…..
Ome Nico en tante Dien zijn met hun beide vrijgezelle dochters Riet en Toos na pensionering verhuisd naar de Zuidzijde Zoom, waar ze alle vier tot aan hun dood gewoond hebben.

Ben

 

 

Van Jan Hendrickx

In deze tijd van herdenking en oorlogsdocumentaires op de TV is het misschien interessant om jullie wat van mijn eigen oorlogservaringen te vertellen. Ik heb deze oorlog als 10 tot 15 jarige bewust meegemaakt.

Ik heb voor mijn nakomelingen een aantal jaren geleden een verslag hiervan gemaakt en daaruit volgen wat gegevens en illustratie’s.

10 Mei 1940 s’ochtends om 4.00 uur begon voor mij deze oorlog met een harde knal.De Nederlandse militairen hadden de brug tussen Blerick en Venlo opgeblazen in een poging om de duitsers tegen te houden aan de Maaslinie.

Wij werden geëvacueerd naar Maasbree, maar konden de volgende dag alweer terug, want toen hadden de duitsers Blerick al ingenomen.

De eerste oorlogsjaren waren voor mijn gevoel erg rustig. We pesten de NSB kinderen op school en zongen antiduitse liedjes. Na oefeningen van de duitsers aan de maas gingen we de hulzen van de losse flodders zoeken die achter gebleven waren. Daarmee begon het verzamelen van oorlogsspullen tijdens de hele oorlog.

Er kwam distributie, maar honger hebben wij nooit gekend. We hadden kippen voor de eieren en konijnen voor de slacht. Rond Blerick waren landbouwers en boeren waar altijd wel wat te halen was.

Vanaf 1943 was er s’nachts regelmatig luchtalarm voor overvliegende bommenwerpers.
We brachten toen dus vele uren in de kelder door. De vliegtuigen strooiden ook pamfletten uit, waarvan de meeste voor Duitsland bestemd waren.
Ik verzamelde die dus ook, hoewel dit niet ongevaarlijk was.

Verder ging ik gewoon naar school en later de ambachtsschool. De laatste 2 jaar waren heftiger.De duitsers werden drastisch in hun optreden. Er kwamen razzia’s waarbij mannen op transport werden gezet naar Duitsland om daar voor de oorlogsindustrie te werk gesteld te worden. Ook werd er gejaagd op onderduikers. Er kwamen verordeningen waarbij zelfs met de doodstraf werd gedreigd. Zo moesten mannen graven aan de tankgracht die van Maas tot Maas rondom Blerick werd gegraven als onderdeel van het bruggehoofd Blerick.(zie luchtfoto ). Maar er kwamen er niet veel opdagen.

Tussen 13 Okt. en 19 Nov. hebben 13 bombardementen op de Maasbrug plaats gevonden.(zie luchtfoto)

Ten koste van een hoop burger –slachtoffers.

3 Dec.1944 bevrijding.

s’Ochtends om 5.30 uur begon een 2 uur durende artilleriebeschieting met een ongekend aantal kanonnen.Omstreeks 8.00 uur begon de aanval, trok het Schotse regiment Blerick binnen en begonnen de straatgevechten.

s’middags om 16.00 uur waren de laatste duitsers gevangen genomen of hadden zich teruggetrokken naar de Venlose kant van de Maas.
Al die tijd hadden wij in ons keldertje doorgebracht. Toen het schieten afgelopen was en we het geratel van rupsbanden hoorden kwamen we uit de kelder en maakten we kennis met onze bevrijders.

De oorlog was voor ons echter nog niet afgelopen. Nu waren er weer beschietingen van de Duitse kant.

Venlo, aan de overkant van de Maas werd pas  op 2 Mrt.1945 bevrijd.
Dat betekende, dat wij weer werden geëvacueerd naar Maasbree. Deze keer waren het ruim 2 maanden. In deze tijd was mijn oorlogsverzameling flink gegroeid.

Restant van mijn oorlogsverzameling.

Op 17 Maart 1945 keerden we weer terug naar Blerick. De laatst maanden van 1945 begonnen de lessen op de Ambachtsschool weer.
In september 1946 begon mijn loopbaan in de ijzergieterij en mocht ik mee gaan werken aan de wederopbouw van Nederland.

Jan

 

Van Fred

Ik neem weer een soort die we in onze natuurgebieden graag willen beschermen., maar daar kom ik pas aan het eind aan toe. Wil je alle verdere geschrijf niet lezen, scroll dan door naar waar het verhaal over de spork begint.
Het Grenspark is een Natura 2000 gebied waarvoor uitgebreid staat beschreven wat er gedaan moet worden om de biodiversiteit te bevorderen. Er is een Habitat- en een Vogelrichtlijn en een hele reeks wetten, zowel in Nederland als in België.
Voor ieder Natura 2000 gebied is een beheerplan gemaakt. Alleen al het beheerplan voor de Brabantse Wal, dat gemaakt is door de Provincie Noord Brabant beslaat 247 bladzijden.

Een hele reeks soorten worden bedreigd: bijvoorbeeld de kamsalamander, levendbarende hagedis, gladde slang, adder, rugstreeppad, nachtzwaluw (zie foto), boomleeuwerik, zwarte specht, wespendief, dodaars, geoorde fuut, drijvende waterweegbree en nog veel meer.

 

Alle beheerders worden geacht de leefomgeving van vele vele soorten te verbeteren. En dat valt niet mee. Verdroging, vermesting, verzuring, versnippering, verstoring, stikstofdepositie, én verbossing bedreigen de biodiversiteit.
Door de coronaperikelen is het bijna op de achtergrond geraakt, maar de Raad van State heeft nog maar kort geleden vastgesteld dat Nederland bij lange na niet genoeg doet om de opgelegde doelstellingen te halen. En wéér gaat we, zoals ook met de PAS-regeling is gebeurd, ons in allerlei bochten wringen om toch maar het minimale te doen. Dan kan het zomaar gebeuren dat je overdag 100 mag rijden en na 19.00 uur 130. Idioterie van de bovenste plank.
De bouwwereld in op stand, boeren op het Malieveld, bijna oorlog.
Ik houd hierover op, anders komen er teveel ingezonden brieven…..

Want ik wil terug naar iets simpels.
Eerder vertelde ik over de bebossing. Stuifzand vastleggen en de productie van mijnhout (grove den) voerden de boventoon. Verder was de behoefte aan timmerhout en hout voor de meubelmakerij groot.
Voornamelijk in de 19e eeuw ontstonden de landgoederen. Er werden veel soorten bomen geïmporteerd om het parkachtig landschap op te sieren. Maar ook om uit te proberen of die vreemde soorten hier goed zouden gedijen en dat bleek vaak het geval. Tegenwoordig zouden we heel wat van die soorten exoten noemen. De Amerikaanse eik en de rododendron zijn mooie voorbeelden hiervan.

De behoefte aan mijnhout bestaat niet meer. Dennenhout wordt veelal gebruikt voor spaanplaat, mdf én tegenwoordig voor biomassa om elektriciteitscentrales draaiend te houden.
Die dennenbossen groeien prima en ze branden ook uitstekend. Daarom werden in de bossen brandgangen aangelegd. Die waren niet afdoende en dus werd er een aanvullende oplossing gezocht. Die vond men in het importeren van de Amerikaanse vogelkers.

 

Deze boom/struik werd om de percelen dennenbossen geplant, omdat het hout van deze loofboom slecht brandt. Ook werd deze vogelkers als vulhout in de bossen gezet om de bodemstructuur te verbeteren. Tegenwoordig spreken we van invasieve exoten. Nou dit is er één van. Zo lang ik me met de natuur bezighoud en dat is al minstens 60 jaar, is men bezig deze soort te bestrijden. Dat lukt niet zo goed, reden waarom men van “bospest” spreekt. Allerlei beheermaatregelen zijn aangewend, maar het blijft vechten tegen de bierkaai.
Waarom zouden we die bomen dan niet gewoon hun gang laten gaan? Ah, nu komen we weer terug bij mijn stokpaardje, het vergroten van de biodiversiteit. Die Amerikaanse vogelkers verdringt namelijk zowat alle andere soorten in de struiklaag van een bos en zorgt voor vergiftiging van de bomen door het vallend blad. De kruidlaag in het bos komt hierdoor niet goed tot ontwikkeling.
In de struiklaag van bossen horen soorten thuis als inlandse vogelkers, lijsterbes en spork.

Hèhè, nu zijn we er, want over die spork wilde in het hebben.


De spork is een zeer nuttige soort.
De bast wordt gebruikt in de farmaceutische industrie. Er wordt een laxeermiddel van gemaakt.
Het eten van verse bessen en bast veroorzaakt braken en diarree.
De plant geeft zeer fijn houtskool, uitermate geschikt voor buskruit.
Van het houtskool werden bovendien lonten gemaakt.
Uit de schors komen de kleurstoffen geel en bruin.
Uit de vruchten groene en blauwgrijze kleurstoffen.
Het hout neemt geen vocht op en werd daarom gebruikt als vleespennen voor slagers, pinnen voor meubelmakers en schrijnwerkers en bonenstaken. Ook pijlen voor pijl en boog.
Medicijn (siroop) voor honden die aan stuipen lijden. In de volksverhalen wordt de plant als antimagisch beschreven. Hij verdreef alle kwaad.

En de schoenmaker gebruikte houten spijkers.
Dat laatste weet ik zeker, want mijn grootvader was (orthopedisch) schoenmaker. Als kleine jongen stond ik bij hem in de schoenmakerij. Wat rook dat lekker: leer in allerlei soorten en niet in de laatste plaats zijn potje met lijm dat op een klein vuurtje stond te pruttelen. Ik was daar lijmsnuiver avant la lettre. Maar dat terzijde. Hij stikte het bovenleer aan het onderleer (de zool) en als dat klaar was sloeg hij er een dubbele rij houten spijkers bij. Die spijkers had hij in zijn mond, zo had hij ze bij de hand. Geen probleem, want het hout neemt immers geen water op? Dit was ook een van de redenen waarom er sporkenhout gebruikt werd. Tenslotte loop je wel eens in de regen. Goed zoolleer neemt geen water op, spork ook niet. Ik heb nog van die spijkers….. en laat ze aan deelnemers aan excursies zien. Een enkeling weet nog wat het zijn en waarvoor ze dienden.

Dat is nogal wat voor zo’n simpele boom.

De struik kent vele synoniemen:
In Nederland: Barsjes, bloedboom, boerenrebarber, buskruithout, doodskralen, duivelskersenhout, else met beyen, hondebeien, honnemichel, honzeout, houtjeshout, jeupkesboom, kraaibessen, kruudholt, pinnenboom, pijlboom, rambasjes, sprakel, sprokkelhout, stinkert, voelboom, vuildoorn, vuilsparkenboom, wankelenhout.

Vanuit Vlaanderen nog aangevuld met: Bestebiezehout, bloedzijkenhout, hondelaar, peggenhout, pinnekenshout, pijlspork, vuilboom, zwart honzenhout, zwart sporkenhout.

Tegenwoordig houden we het op spork of vuilboom.
Zo’n struik verdient het toch om alle ruimte te krijgen? Veel meer dan al die geïmporteerde exoten….

 

Van Fred

In Editie 7 van deze nieuwsbrief heb ik geschreven dat ik in een onbewaakt ogenblik begonnen ben met het doorschommelen van alle foto’s op mijn harde schijf. Opzoek  naar deuren, poorten, portalen, vensters, aparte gebouwen en borden/opschriften. Dat is inmiddels klaar en heeft geresulteerd in een aantal albums. Die staan online en kun je bereiken via mijn blog.: www.wandelaar.blogspot.com.
Als je op een foto klikt kom je vanzelf in het album.

Van de deuren, poorten en portalen hier alvast een collage.

♣♣♣♣♣♣♣♣♣♣♣♣♣♣♣♣♣♣♣♣♣♣♣♣♣♣♣♣♣♣♣♣♣♣♣♣♣♣♣♣♣♣♣♣♣♣♣♣♣♣♣♣♣♣♣♣

KOORonaNIEUWS

Mannenkoor Fortissimo

Jaargang 1 Nummer 8

 

Van Ben

 

April doet wat hij wil……..

 

Is dit niet een uitspraak die wij vroeger, naast de uitspraken over maart, mei enz. gebruikten?

Nou, we hebben het geweten. Buiten een fikse wandeling of fietstocht zitten we thuis opgesloten om, en je wilt het woord bijna al niet meer gebruiken, dat akelige virus een flinke stap voor te blijven. Ik moet eerlijk zeggen dat ik grote delen van de krant die erover gaan niet of nauwelijks meer lees. O.k. het is misschien de kop in het zand steken, maar je wil ook graag je zinnen verzetten. Je zou bijna vergeten dat er nog een leven is buiten Corona. Er blijft immers nog genoeg wel en ook wee over. Ik denk dat ons contactorgaan daarbij goed kan helpen om dat aan de andere leden door te geven. Misschien lijkt het dan wel een beetje op de gesprekken in de pauze van onze repetitie, of het nablijven na de repetitie. Dat daarbij de ook de verschrikkelijke berichten niet geschuwd worden is een vorm van de goede verstandhouding die er binnen Fortissimo is. Zo leven we allemaal deze periode mee met het overlijden van Ria van Christ en van Martin , de broer van Joop. Het grijpt je nog meer aan door de afstand die je erbij moet houden.

We zijn bang dat we in mei ook nog niet de stoeltjes klaar kunnen zetten, tenzij misschien één stoel per 4 m². We gebruiken de gehele zaal in de breedte en zetten Kristin bij de fietsen. Hoe zou dat overigens klinken? Je hoort jezelf nu wel erg goed! Ik denk overigens dat de school nog niet op ons zit te wachten. Dat betekent dan ook voor de jarige S’jes dat ook zij hun rondje maar moeten opsparen.

Toch alvast van harte gefeliciteerd: Ad, Wim en Fred.

Ben

 

Van Fred

 

De vorige keer heb ik beloofd het een en ander te vertellen over het beheer van het gebied Boterbergen – Stappersven – De Nol. Daar ga ik nu op in aan de hand van bijzondere wetenswaardigheden die ik bij gelegenheid ook vertel als ik een groep gids.
Nu bijvoorbeeld over het mysterie van het Gentiaanblauwtje.

Het Gentiaanblauwtje is een vrij zeldzame vlindersoort van vochtige heide, waarvan de eitjes vaak gemakkelijker zijn te vinden dan de vlinders. Het is een dagvlinder en de naam zegt het al, hij maakt deel uit van een uitgebreide familie blauwtjes. Enkele voorbeelden zie je op het plaatje. Het Groentje is dus ook een blauwtje.

 

Ondanks wettelijke bescherming blijft deze vlindersoort in Vlaanderen en Nederland achteruitgaan.
Het Gentiaanblauwtje kan voorkomen in natte heide en vochtige heischrale graslanden en blauwgraslanden.
De waardplant is de Klokjesgentiaan.

Deze plant is helaas ook erg zeldzaam geworden. Als er geen Klokjesgentianen zijn, ontbreken de Gentiaanvlinders ook.

Het beheer in de Kalmthoutse heide, ook rond het Stappersven is gericht op de biodiversiteit. Een van de weinige plekken in Nederland en Vlaanderen waar het door ingrijpen mogelijk is natte heide uit te breiden met daarin hopelijk de Klokjesgentiaan.
Klokjesgentiaan is hier en daar te vinden; ik zeg niet waar, want het risico is dat gaan jullie gaan zoeken. Dan ben ik er liever zelf bij.

Het Heideblauwtje, op de foto hierboven, is trouwens óók afhankelijk van natte heide. De laatste jaren is met man en macht gewerkt om de biotoop voor dat blauwtje geschikt te maken. Het Heideblauwtje is er nog, maar niet in grote getale.

Het Gentiaanblauwtje legt van half juli tot eind augustus eitjes op de Klokjesgentiaan, die dan in bloei staat.

Het eitje wordt een rups, die zich vanuit het eitje direct de bloem in eet. Deze kleine rups eet enkel van de Klokjesgentiaan en dan vooral van het vruchtbeginsel; het lege eitje blijft duidelijk zichtbaar achter op de bloemknop. Na een dag of tien laat de rups zich meenemen door een Bossteekmier, een Gewone steekmier of een Moerassteekmier. Naast natte heide en Klokjesgentiaan heb je dus één van deze mierensoorten nodig voor de voortplanting van het Gentiaanblauwtje.
De rupsen scheiden een zoete vloeistof af die door de mieren gegeten wordt. Eenmaal in het mierennest eten de rupsen mierenlarven en -eitjes op, maar ook de prooien die door de mieren worden aangeboden.
Een onderzoek heeft uitgewezen dat de mieren de rupsen erg goed verzorgen. Waarschijnlijk komt dat door de zoete stof die zij van de rupsen krijgen. Dit is er ook de oorzaak van dat, als een mierennest verstoord wordt, de mieren de rupsen van het Gentiaanblauwtje het eerst wegdragen. Daarnaast zijn de rupsen ook groter dan de eitjes van de mieren. Het zou kunnen dat mieren beseffen dat ze de meeste energie in de rupsen van de vlinder hebben gestoken.
Het Gentiaanblauwtje overwintert als rups in het mierennest en daar vindt ook de verpopping plaats. In sommige mierennesten werden tot 22 rupsen aangetroffen.

Een parasitaire sluipwesp is de grootste vijand van het Gentiaanblauwtje. Zij legt haar eitjes in de rupsen en haar eigen larven eten deze van binnenuit leeg … griezel ten top. Dit is soms de oorzaak van massale sterfte … wel tot 50% van de rupsen.
Net uitgekomen vlinders verlaten snel het mierennest, als ze niet snel genoeg zijn worden ze opgegeten door de mieren. Ze klimmen op een takje of grasstengel en beginnen dan pas met het oppompen van de vleugels. De vlinders voeden zich vooral met nectar van Gewone dophei, dé plant van de natte heide.

 

De achteruitgang van deze soort heeft verschillende oorzaken.
In de eerste plaats verslechtert de kwaliteit van het leefgebied door verdroging, verzuring en vermesting. Hierdoor groeien de open terreinen dicht en kan het zaad van de Klokjesgentiaan niet meer ontkiemen. Beperkt plaggen van dergelijke plaatsen kan een oplossing bieden.
Ten tweede speelt versnippering een rol. Het Gentiaanblauwtje is een honkvaste vlinder die slecht in staat is nieuw gebied te koloniseren of individuen met andere populaties uit te wisselen.
In de derde plaats werden soms nadelige natuurbeheersmaatregelen genomen zoals grootschalig plaggen of te hoge grondwaterstanden. Zo verdwijnen de mierennesten en dus ook de vlinder. Brede geplagde stroken zijn nog lange tijd ongeschikt omdat de gentianen en de mieren relatief veel tijd nodig hebben om zich daar te vestigen.

Kleinschalig plaggen en verwijderen van de opslag is de aangewezen weg om de biotoop aan te passen. Op de foto zie je het Stappersven waar kleinschalig geplagd is in visgraatmotief. En onderaan het gebied dat handmatig is uitgedund voor een kolonie Heideblauwtjes. Zwaar werk, weet ik uit ervaring. Alles gaat met de hand, want het is een erg kwetsbaar gebied, ook al door de aanwezigheid van gladde slangen.

Vóór 1991 kwam het Gentiaanblauwtje vrij verspreid voor in de Kempen. Sindsdien is de soort met 69% achteruit gegaan. Het is zelfs mogelijk dat de achteruitgang nog wordt onderschat.

Het probleem bij blauwtjes is dat ze niet makkelijk migreren. In het beste geval verplaatsen ze zich over een afstand van maximaal 1 km. Zijn ze uit een leefgebied weg, dan heb je ze zomaar niet terug.

Het Pimpernelblauwtje was in Nederland uitgestorven. In de buurt van Vlijmen heeft men die blauwtjes 15 jaar geleden uitgezet. Ze zijn er nog, maar nog steeds op een stuk van een paar hectaren, ondanks dat op plekken in de buurt de biotoop is aangepast. Hiernaast het Pimpernelblauwtje op grote Pimpernel.

Ooit zal het Gentiaanblauwtje volop hebben gefladderd boven de Kalmthoutse Heide. Een historische waarneming stamt uit 1939. Een betrouwbare inventarisatie is nooit gedaan. In de 70 ‘er jaren zijn er door een boswachter nog gesignaleerd. In 2001 is er één gezien en in 2015 18 eitjes op Klokjesgentianen. Maar of die eitjes uiteindelijk ook vlinder geworden zijn is onwaarschijnlijk. Je weet wel: mieren, sluipwespen….
In het Groot Schietveld en het Klein Schietveld komen Gentiaanblauwtjes voor. Maar omdat ze honkvast zijn en bovendien de verbindingszones onvoldoende zijn, is het niet waarschijnlijk dat de vlinders spontaan migreren naar de Kalmthoutse heide.
Gelukkig is het zo dat de mieren niet het probleem zullen zijn. In de meeste heideterreinen en zo ook in de Kalmthoutse Heide is zeker één van de drie soorten waardmieren aanwezig. De waardplant is er ook. Het uitzetten van de vlinder zou een oplossing kunnen zijn om opnieuw populaties te stichten. Daarom is doelgericht beheer van het gebied erg belangrijk.
Tenminste…… In een van de eerste artikelen heb ik geschreven dat ik er voorstander van ben om de biodiversiteit te vergroten. Daarom moet de natuur worden uitgebreid en beheerd.

Nu zou je kunnen zeggen: wat maakt dat nou uit of één vlinder uitsterft. Er zijn toch genoeg andere. Helaas dat is niet zo: in dezelfde periode vanaf 1990 zijn heel veel soorten vlinders uit onze gebieden verdwenen. Gewoon uitgestorven.
En dat geldt niet alleen voor vlinders, maar ook voor andere insecten, vogels, amfibieën, reptielen, planten en ga zo maar door. De mens maakt er echt een puinhoop van.

 

 

Van Bas

 

Triestig hè, dat coronanieuws.
Leutig hé, dat KOORonaNieuws.

Deel 3.

Nou ja, leutig? Toch wel kommer en kwel waarover ik tot nu toe geschreven heb. In ieder geval…mijn grote droom om timmerman te kunnen worden viel in duigen. Ofschoon, ik kan ook nog een lichtpuntje noteren. Schrik niet, maar ….. ik haalde mijn rijbewijs. Natuurlijk heeft mijn moeder ook dat in het archief bewaard……..

Rijbewijs? Waarom eigenlijk?
Er werd een zeepkistenrace georganiseerd. Mijn vader bouwde in de al eerder genoemde schuur achter het huis een zeepkist. Ik mocht meehelpen en zou de chauffeur zijn. Maar dat mocht niet zonder rijbewijs uiteraard. Alle deelnemers moesten examen doen op het politiebureau.
Dat bureau stond in de Wouwsestraat en bestond uit 2 kleine woninkjes en een inrijpoort. Aan een tafeltje gezeten bij een politieagent deed ik examen en slaagde. Ik mocht meedoen!!!
Het feest vond plaats op de Zuidzijde Zoom. Ter hoogte van de Van Overstratenlaan was een “hele hoge verhoging” gebouwd. In mijn herinnering wel 5 meter hoog! Ik duwde mijn auto, type jeep met stepwieltjes, naar boven en met 3 of 4 voertuigen naast elkaar, kon er gestart worden. Naar beneden en uitbollen tot de finish die ongeveer bij de toenmalige Villa Helena lag. Via Bolwerk Noord en Van Overstratenlaan terug naar het startpunt en wachten op je volgende beurt. Dramatisch einde van mijn race carrière: naar boven…klaar voor de start…..naar beneden….mijn stuur sloeg dubbel….en ik rollebolde naar beneden. Zonder valhelm en veiligheidsriemen. Geen lichamelijke schade. Ongelofelijk. Ik weet wel dat ik de krant gehaald heb, maar van dit alles heeft mijn moeder helaas niets bewaard.

Nu terug naar de harde werkelijkheid zoals ik in deel 2 beschreef. Niet toegelaten tot de Ambachtsschool en veroordeeld tot klas 7 van de Lagere School!!!
We leven dan zo’n 5 jaar na het einde van de Tweede Wereldoorlog. Velen dachten aan emigratie. Om een betere toekomst voor zichzelf en hun nazaten te verwezenlijken. Mijn vader en moeder dachten er ook zo over.
Dat heeft heel wat voeten in de aarde. Zeer uitgebreide voorbereidingen.

Een van die voorbereidingen is het gaan volgen van Engelse les. Vader en moeder gingen dat doen en ik zou ook maar mee moeten gaan. Zouden we ons in Australië wat sneller thuis kunnen voelen. De leraar die in de avonduren de les gaf, was overdag onderwijzer aan de school waar ik leerling was. Hij wist dat ik daar nu in de 7e klas zat en informeerde naar het waarom. Hij vroeg mijn vader en mij om mijn rapporten en testbrief en afwijzing Ambachtsschool. In zijn uitgebreide kennissenkring zat ook Rector Smits van het Mollerlyceum. Zij hebben wat gepraat en wij kregen te horen: “Laat hem maar komen”.

Zo kom ik terug bij een van de eerste KOORonaNIEUWS kranten. Ben schreef een leuk verhaal over….toelatingsexamen Moller gedaan en geslaagd…..eerste schooldag met die Duitse leraar…enzovoorts.
Dat woordje “toelatingsexamen” was voor mij de tip om over mijn schoolcarrière te gaan schrijven. Want zoals jullie nu zullen snappen, kreeg ik alleen maar te horen “laat hem maar komen” en dat betekende dat ik zonder voorbereiding in klas 5 en 6 en zonder toelatingsexamen en bovendien een week te laat aan mijn Moller carrière in klas 1b begon. Het begin van een fijne tijd.

De uitslag van de “psychologische test uit de 6e klas” werd toch gevolgd. Misschien staan er voor sommige Fortissimo-leden nog wel meer bekenden op deze klassenfoto.
Zo zie je maar. “Het kan verkeren”, zei Bredero. Want zie….ik werd hier (zie foto Ambachtsschool) niet toegelaten als leerling….maar mocht er wel ongeveer 30 jaar lesgeven.

Het is best goed gekomen dus en ben mijn moeder dankbaar dat ze dit alles voor mij bewaard heeft….en als klap op de vuurpijl op een goed moment zelfs zei “ik wil niet meer emigreren maar hier blijven”. Moeders wil was wet. Punt uit. Het heeft mij veel goeds gebracht. Zeker weten.

 

 

Van Clemens

 

We zijn gezond en we doen ons best dit te blijven. Ik heb veel te doen, er ligt nog veel om te lezen en te schrijven. Toch is mijn stemming niet altijd blij: een goede vriend is gelukkig herstellend na een vervelend ziektebeloop (Covid-19). Hij kon aan ‘intensive care’ ontsnappen en werd ontslagen uit het ziekenhuis. Maar het verdere herstel verloopt uiterst traag: veel moe, geen tot weinig eetlust, moeite met lichamelijke activiteiten. Een andere goede kennis overleed onlangs. Dit laatste blijft in mijn hoofd rondspoken.

Maar ik denk daarnaast met veel plezier terug aan onze concerten en de muziek die wij uitvoerden. Zo schoot door mijn gedachten dat we ooit optraden in Loosbroek. We zongen daar onder meer  ‘Turba exultantium’ van Kempkens. Ik vond – en vind – dat een interessant koorstuk. Misschien iets om uit de mottenballen te halen?  De tekst past een beetje bij deze tijd: een kwakzalver wordt eerst bezongen en dan verguisd.

Ik zal jullie een stuk over The Lamb van  John Tavener mailen. Hopelijk ter ontspanning en overdenking in deze tijden!’

♣♣♣♣♣♣♣♣♣♣♣♣♣♣♣♣♣♣♣♣♣♣♣♣♣♣♣♣♣♣♣♣♣♣♣♣♣♣♣♣♣♣♣♣♣♣♣♣♣♣♣♣♣♣♣

KOORonaNIEUWS

Mannenkoor Fortissimo

Jaargang 1 Nummer 7

 

 

Van Kristin

 

Hier jullie LEEDING LIEDY, (zo zegt Niko het toch?)

Het heeft mij veel deugd gedaan om de filmpjes te bekijken van Cornwall en het Ladies Choir Liskeard.
Vooral de speech van humble en real minoritas Niko en jonkman Robert was een hoogtepunt. De cineast werd wel soms verwaarloosd en moest op zijn strepen staan.
De liederen die werden gezongen vóór de taart waren vol enthousiasme gezongen en de teksten waren verassend up to date: (not) Close to you, Old time religion, Now is the month of may en vooral We’ll meet again.
Cut that cake was een voltreffer!
Mooi om jullie allen te zien zo veel jonger! Mannen met baarden (soms ook snor hè Jan) en grote brillen. Mooi mooi…

Hier gaat alles zijn gangetje, we leiden een rustig leven en de tuin en moestuin heeft er we laat bij. Toen ik in de Ardennen woonde was het ook zo rustig, in een omtrek van 20km geen verkeerslichten, twee waren er. Één in Trois Ponts en één in Vielsalm.

We moesten nooit in de file staan en konden de auto altijd ergens kwijt zonder te moeten betalen. We woonden in een dorpje van 5 huizen en dat geeft een heel rustige en vriendschappelijke sfeer. Ik voel me nu ook weer veel meer zo. De rust doet goed, ook de blauwe lucht zonder die vervuilende vliegtuigen, het is alsof we 20 jaar terug achteruit zijn in de tijd en ik hoop dat er zoveel mogelijk van blijft hangen. Enkel, ik mag niet meer in Nederland binnen. Heel raar dat er terug grenzen zijn, ik dacht dat we in Europa niet meer aan kleine grenzen zouden doen maar heel snel was de grens duidelijk getrokken, ook bij de mensen (niet bij mij hoor). Het virus neemt bij ons af, ook zo bij jullie.

Hopelijk zullen ze de grenzen terug opengooien zodat we kunnen verder gaan met repeteren.
Morgen zal ik een aantal oefeningen opnemen om jullie aan het zingen te houden! Luister nog steeds veel naar de opnames van Cees en zorg dat ik niet te veel moet herhalen wat we al geoefend hadden. 🙂
We’ll meet again!

Warme groeten,
Kristin Roland

 

Van Wim en Ben
Vervolg van de voettocht door Cornwall door Wim
Bijdrage Wim

Tuesday 5 – 7 – 94

Na ’n ontbijt in Portreath, waar we ons excuseerden voor de grote brullen onder de voetbalwedstrijd NL. – Ierland werden we door onze “landlady” voor hooligans uitgemaakt. Ben had voor onze goedkope lunch vandaag wat broodjes gehaald. Er waren twee ham-and-eggs-baksels bij alsof ons cholesterol nog niet hoog genoeg was. Vandaag stond ons een zware dag te wachten en, ja hoor, nog maar net het dorp uit of er kwam een (letterlijk) ademloze klim. Gelukkig volgden er wat vals plat maar al snel werden we geconfronteerd met haarspeldafdalingen en klimmen en de heerlijke honderd treden trapjes.

Het was gelukkig wat bewolkt, waardoor onze temperatuur onder de 40⁰ bleef. Naar beneden kijkend kun je je voorstellen hoe men aan de namen als Hell’s Mouth en Deadman Cove komt. Na onze eerste koffiestop ( water + koekjes) kregen we de eerste foutparkeerder van vandaag te zien. Op een punt waar haast onmogelijk een auto kon komen was een rode Porsche 20 m. naar beneden gegleden en hing op een soort bobbel klaar om naar benden te storten. Geen parkeeragent te bekennen wel een trimmer uit de buurt die even ging kijken en de autosleutels vond. Op onze aanwijzing “Back it up” bleef hij het antwoord schuldig. Na bij Hell’s Mouth het ± 5 jaar geleden foutgeparkeerde vrachtschip te hebben  zien liggen, kwamen we langs het  Godrevy Island met z’n vuurtoren beroemd uit Virginia Woolfs’ ”To he Lighthouse”. Hier passeerden we weer het aardslelijke vrouwtje dat we gisteren bij het “Crabtentje” ook al zagen. We are being followed. Maar zoals Corry terecht opmerkt “je gaat er altijd op achteruit”.

De zee en de wind blijven boeien en als je dan een stuk over de weg moet baal je als een stier. Dat duurde gelukkig niet lang en het duinpad begon. Het was juist daar dat Ben voor het eerst dit jaar de sneeuw in een andere tint zag, nl. groen. Zelf heb ik ook de conversatie op nul gezet om mijn longen goed te laten werken. Het was nodig. We liepen nog even verkeerd en normaal is dat niet zo erg, maar als je ± 2 km. te ver loopt met zo’n rugzakje van 15 kg. Dan voel je je tandvlees hoor! Ons B&B-adres was bij een oude dame die een “gardenroom” had met inrichting uit de jaren  ‘20, maar normale prijzen uit de jaren ’90. Haar ingenieuze thee-apparaat bezorgde ons enige paniekerige momenten en we dachten dat heel Hayle zonder stroom kwam te zitten, want toen ik de stroom aanzette ging er een lamp aan en begon er keihard een alarm te loeien tot 2 x toe. Dat bleek later een automatisch thee-apparaat te zijn met wekkerinstelling. Vanavond hebben we eens chic gegeten met 2 meskes uit HongKong (stainless steel) en bijna hadden we er één gebruikt om die rotkat uit het restaurant te jagen. Het was lekker, maar dat mag ook wel als je 50 minuten op je eten wacht. Ik ga stoppen want die oude dame is erin geslaagd om ons om 7.00 uur uit bed te krijgen. We moeten om 7.45 uur aan tafel zitten.

Dag 4

Deze ochtend begon met een redelijk gezellig ontbijt met 3 Amerikanen die ook het kustpad liepen, maar dan in de helft van ons tempo: ± 10 km per dag. Vanwege het vroege ontbijt stonden we om 8.30 uur weer op straat richting St. Ives. Het eerste deel was terrible. Voor het eerst weer een heel stuk tussen die stinkende auto’s op een smalle weg waar ze je bijna plat reden. Toen naar een typisch kerkje waar we net wat wilden gaan zingen toen de pastor kwam kijken wat die snoeshanen daar deden. Vervolgens ontmoetten we ’n duiker die in en na de oorlog het Noordzeekanaal en de Nieuwe Waterweg mijnvrij had gemaakt. He loved the Dutch! In St. Ives probeerden we tevergeefs die ellendige rugzakken een paar uur kwijt te raken, maar zelfs bij de VVV trapten ze er niet in. Na ’n koffiepauze bezochten we het atelier en de tuin van Babara Hepworth: prachtig, imposant.

Het werd weer tijd om het pad op te zoeken en die ± 11 km. zouden we wel eventjes in ’n uur of 3 afleggen. Nou, mooi mis! Het werd veruit de zwaarste middag omdat het pad onzichtbaar was, door slik over graspollen, over en langs grote stenen enz.. Allebei maakten we een misstap met blubbergevolgen en dat alles was niet goed voor de moraal. Ben zijn schoen scheurde open en dus ging hij daar te veel op letten en U kent waarschijnlijk het gevolg.. Enfin, na ± 5½ km. bereikten we Boswednack Manor, ’n oud huis met bijgebouwtjes een snoezige tuin en een paar kunstenaars als bewoners.

Tussen twee haakjes, ik ben nog vergeten te vertellen van die Duitser die zo aardig was een foto van ons te nemen op een van de mooiste punten van Cornwall. Wat hebben wij die vent vervloekt. “Hoe lang is het nog?” vroegen wij. Hij zei “2 à 2½ uur en het is niet moeilijk”. Nou wij hebben hem vervloekt. Vanavond zijn we wandelend naar de pub gegaan en hebben op de terugtocht nog wat spirituals gezongen voor twee paarden en wat koeien. Het was vast niet van een hoog niveau want de koeien gingen lopen, maar wij zaten in het weiland nog te genieten van de prachtige oceaan en zagen een schitterende zonsondergang. Een prachtig besluit van een dag die we zo vol goede moed begonnen, maar die ons door diepe dalen voerde.

P.s. Ben heeft niet geklaagd over mijn snurken vannacht!

 

 

Van Piet W

Beste Leden en Dirigente
Van middag kreeg ik hoog bezoek en zei:

“wel afstand houden 1,5 meter vanwege corona”.

Groetjes
Piet Welschot

 

Van Bas

Triestig hè, dat coronanieuws.
Leutig hé, dat KOORonaNieuws.

Deel 2.

Ja, onze hoofdredacteur Fred maakt er iets geweldigs van hoor en ik heb nog wel wat. Bijvoorbeeld mijn eigen distributiestamkaart uit 1939 en dat is dus nog van vóór de oorlog….

…en na de oorlog konden we naar school. Eerst nog even de Bewaarschool en toen naar “de grote school”.

Weet u het nog?

PATRONAAT FORD aan de ene zijde van het Lourdesplein en aan de andere zijde de SINT JOZEFSCHOOL.

Je zou 6 klassen gaan volgen en inderdaad….geloof het of niet, maar in mijn   map zitten alle schoolrapporten. Broeder Nico’s hart gaat nu misschien wat verder open, want 3 van zijn medebroeders waren mijn onderwijzer: broeder Anacletus (klas 1),        broeder Karel (klas 2 en 3 en 4) en broeder Felicianus in klas 6. In klas 5 was het meneer Harry Mühren.
Extra bijzonder wordt het, als ik vertel dat ik ook aan het plein woonde. Op no 25 en op 24 uiteraard onze buren. Gespiegelde huizen en dus ook achter onze huizen gespiegelde houten schuren…dus kieren waar je doorheen kon kijken. Gluren naar een wondere wereld. Gluren naar wat de buurman daar maakte. Wonderlijke dingen! Buurman was “modelmaker” van beroep. Niet zo supergroot, want alles wat hij maakte, moest door het huis heen, we hadden geen achteruitgang immers, om aan de voorzijde tevoorschijn te komen. Niet groter dan een deur dus. Klaar voor transsport naar de ijzergieterij. Daar werkte mijn vader, want hij was “handvormer” in de gieterij. Heel inspirerend, want bijna alle jongens wilden later timmerman worden en daarna modelmaker. Ik ook. Daarover later meer.

Nu terug naar school. Broeder Aelredus was het hoofd der school. Grote school. Alle klassen dubbel. Er vond zelfs selectie plaats. Vooral naar mijn idee op milieu, niet op mogelijkheden. Zo kwam ik in klas 6b terecht.

 

6a was voorbereiding op HBS en MULO en 6b op Ambachtsschool en gewoon uitstromen naar de maatschappij. Soms zelfs via een extra klas 7. Maar toch, plotseling in klas 6, gingen we toch een test maken. Een beroepskeuzetest. Ik heb me toen echt vermaakt. Bij onze voorkeur vulden we in …dokter, pastoor,  dominee, onderwijzer…en natuurlijk ook timmerman. Enige dagen later kregen mijn ouders de uitslag. Inderdaad, hoe raden jullie het, maar dat papier heb ik ook…
Ik moet jullie, met de kennis van nu, bekennen dat ik het een vermakelijke brief vind, maar eigenlijk ook een schrijnend voorbeeld van hoe het er toen aan toeging.

Met deze papieren stapten mijn vader en ik op de fiets om naar de Ambachtsschool te rijden en me daar op te gaan geven als leerling. Dit is de school met op de voorgrond, los van de school staande, het huis van de directeur.

Aanbellen.
Via de voordeur binnengelaten.
Je zou achteraf kunnen zeggen “en door de achterdeur vertrokken”, want later kregen mijn ouders het volgende briefje toegestuurd..

Het is goed gekomen en ben mijn moeder dankbaar dat ze dit voor mij bewaard heeft.
En er is nog meer.
Wordt vervolgd (als jullie dat op prijs stellen).

Bas

 

 

Van Fred

De Brabantse Wal strekt zich uit van zuid naar noord. In de buurt van Ossendrecht is hij het hoogst op de stijlrand die in het grijze verleden door de Schelde is veroorzaakt. Ten noorden van Lepelstraat is ook nog sprake van de Brabantse Wal, maar daar zie je hem niet omdat hij daar is overspoeld in de tijd dat de Noordzee ver landinwaarts kwam.

De Brabantse Wal heeft niet alleen een noord-zuid profiel, maar ook een oost-west profiel. De Hoge Berg in Putte is het hoogste punt: 39m boven NAP.

Als ik in de heide gids vertel ik de Belgen altijd over de grensperikelen die er altijd zijn geweest. Er komt nu een item bij: de blokkade op de grens in verband met corona. Hét motto van het grenspark is: “Grenzeloze natuur”. Daar kan ik als ik weer mag gidsen wel wat plagerig mee omgaan.
Zoals ik dat ook doe met het gegeven dat de Kalmthoutse heide bovenop de Brabantse Wal ligt.

Dit gezegd hebbende wil ik graag verder gaan met dit gegeven. Al het water in de Kalmthoutse heide en daar reken ik natuurlijk ook de Boterbergen, Nol, Stappersven, Mont Noir, Cambuus enz. toe,  komt uit de lucht. Dat is globaal gezien natuurlijk altijd het geval, maar juist hier stromen geen rivieren, beken of sloten het gebied in. Van de regen moeten we het hebben.
Door afzettingen van Maas en Rijn die miljoenen jaren geleden veel zuidelijker stroomden dan nu het geval is, zitten er kleilagen in de bodem. Op de bovenste kleilaag “hangt” het water en dus ook het ven. Op de kleilaag ligt een soort ijzeroxidelaag die ervoor zorgt dat de bodem ondoordringbaar is. Helaas is deze constructie niet bij alle vennen aanwezig, waardoor er ook water in de bodem wegzakt. Dit is bijvoorbeeld het geval in de Groote Meer.

Nu eerst even naar de ontwikkeling van het gebied.
Rond 1200 kregen mensen belangstelling voor deze contreien. De eerste gehuchten stammen van die tijd en in volgende eeuwen ontstonden er snel méér.
In Huijbergen was de eerste grote veenontginning. Het begon in 1264 met Willem Bollard, die waarschijnlijk uit Vlaanderen kwam en op uitnodiging van de Heer van Brabant orde op zaken kwam stellen bij de roversbende die zich ophield in het gebied waar nu Huijbergen ligt. In 1277 namen de Wilhelmieten het over, kennelijk deed Bollard het niet zo goed. De abdij van Tongerlo was ook erg actief. Er ontstonden conflicten tussen Huijbergen en Tongerlo. Ze leden beide aan expansiedrift en het was kennelijk niet duidelijk aan wie wélke gronden waren uitgegeven. Afijn hierover zijn veel publicaties te vinden.

Langzamerhand ga ik nu richting het gebied, waarover ik de vorige keer beloofde dat ik zou gaan verhalen. Dat is het gebied ten oosten van de Verbindingsstraat. Als we van het noorden komen, zien we eerst particuliere bossen, nog maar een paar jaar geleden in andere handen overgegaan. Daarna komen we bij de Nolse Duinen, die vrijwel ongeschonden uit de tijd van de zandhonger zijn gekomen. Achter de Nolse duinen het Nols ven. Daarna komen we langs het Stappersven, dat we vanaf de weg nauwelijks kunnen zien. En ten oosten van het Stappersven liggen de Boterbergen.
Terwijl er rond Huijbergen al in de 13e eeuw sprake was van turfwinning, begon dit in het gebied van het Stappersven in 1372.
In dat jaar gaf Tongerlo een grote moer uit: De Stompaertshoek. De kruin zat op wel 17m boven zeeniveau. Om de turf te kunnen steken moest het gebied eerst ontwaterd worden. Er werden sloten gegraven richting het Maasbekken (Roosendaal). Alles werd met kruiwagen en kar vervoerd. Pas later toen de vraag naar turf steeds groter was, werden de sloten verbreed tot turfvaart, zodat men met schepen de vracht kon vervoeren. De schepen werden met stokken voortgeduwd of voortgetrokken vanaf de kant. Er was een uitgebreid stelsel van vaarten, stuwen, sluizen en zwaaikommen. Er was zelfs een aquaduct op een plek waar een turfvaart een sloot kruiste. De winning duurde ongeveer 100 jaar.
Stompaertshoek komt van Stomper. Stomper betekent sukkel of stumper. Vanaf 1681 lezen we Stapper of Stappersven. Na de moernering bleef een ven van 61ha over. Nu is het nog 40ha. Maar er is een tijd geweest dat het oppervlak was teruggebracht tot 8 ha. Een lange reeks van eigenaren plantte bomen en deden pogingen om de Stapper te ontginnen. In het terrein en op satellietfoto’s is dit goed te zien.

Dit is de zuidkant van het ven. De betreffende satelliet kan hoogteverschillen van een paar centimeter vastleggen. Er worden kleuren gebruikt om die goed tot uitdrukking te laten komen. De rode en gele delen zijn hoger dat de groene en de blauwe. Het blauwe is uiteraard water. Je ziet de dijken en de zogenaamde rabatten, waarop bomen werden geplant.
In 1926 kocht Hector Carlier het totale gebied Stappersven, Boterbergen en De Nol. Hij legde de ontginningen stil, stuwde het water van het Stappersven en ging in het kasteel van de Boterbergen wonen. Carlier wilde geen ontginningen, maar natuur. Niet in de laatste plaats voor de jacht. Het Stappersven kreeg de omvang van 40ha en rondom kwamen schuttersputjes voor de jacht op ganzen.
Ik vertelde al eerder dat de Boterbergen zijn afgegraven voor de demping van de Spaanse vesten van Antwerpen. Na vergraving werden de Boterbergen beplant met grove den.

Nu gaan we naar De Nol.
Rond 1463 pas was daar de eerste turfwinning. De turf was daar 3.6m dik! In eerste instantie ging ook in de Nol alles per kar en kruiwagen. In 1525 kwam er een vaart richting Spillebeek en Zoom. Later ook een richting Roosendaal. De aanleg van vaarten ging moeizaam vanwege opeenvolgende oorlogen. De 80-jarige oorlog verhinderde het vaarklaar maken. Het platteland raakte ontvolkt. Pas in 1610 waren de vaarten klaar en begon het industriële graven. Via de turfvaarten werden de turf afgevoerd naar Bergen op Zoom en Roosendaal. Die turfvaarten bestaan nog steeds, bijvoorbeeld de Zoom in Bergen op Zoom. De stuwen en sluisjes hier en daar ook nog.
Door de vervening ontstonden grote waterplassen, de vennen. Veel van die vennen zijn ook weer verdwenen door afvoer van water, demping en bebossing. Toponiemen zijn Vaartven, Lanckven, Klein Moerken, Rooidamsven en Voetbergsven. De Pidpa (drinkwaterwinning) heeft het Vaartven opgevuld met slib.

Eerder schreef ik dat overtollig water via de turfvaarten wordt afgevoerd. Het gaat over soms wel 1 miljoen m3 per jaar. Een deel daarvan wordt, zoals je weet, via de Nol naar de Groote Meer gepompt .
In 2007 overleed de laatste dochter van Hector Carlier. De geschiedenis van Carlier en zijn nazaten is erg interessant. De geschiedenis van zijn nalatenschap en hoe daarmee is omgegaan ook.
Wat mij betreft kom ik er niet aan toe om daarover te schrijven, want ik hoop dat we dan weer gezellig aan de Maaslaan kunnen repeteren.

Het is wel van belang te weten dat het grootste deel van de oostkant nu eigendom is van Natuurpunt, een vereniging die vergelijkbaar is met Natuurmonumenten, maar veel minder kapitaalkrachtig. Natuurpunt is erg actief bezig de natuurwaarden en de bijbehorende biodiversiteit te herstellen. Er zijn in Nederland en België maar heel weinig plekken waar dit kan.

De foto is gemaakt vanaf de uitkijktoren en geeft zicht op het Stappersven.

De volgende keer wil ik graag iets schrijven over het beheer van het gebied.

 

 

Van Fred

Ik heb altijd een camera bij me. Dat is tegenwoordig niet zo moeilijk, want in iedere smartphone zit er een. Goed, die heb ik ook, maar gebruik ik alleen als ik gauw een plaatje naar iemand wil sturen.
Eigenlijk bedoel ik een echte camera.

Onderweg kom ik van alles tegen, maar mijn specialismen zijn macro’s en landschappen. En natuurlijk zet ik ook graag foto’s om in zwart-wit. Via mijn blog kun je in albums met deze onderwerpen komen. Link niet opgeslagen? Hier is hij nog een keer www.wandelaar.blogspot.com.

Ik fotografeer ook graag oude afgeleefde deuren en raampartijen. Daarnaast bijzondere verkeers- en andere borden die ik op mijn pad tegenkom. De deuren, ramen en borden zitten tussen de meer dan 100.00 foto’s die op mijn harde schijf staan. Ik ben nu bezig al die foto’s door te worstelen en aparte mappen te maken. Die zullen t.z.t. benaderbaar zijn via mijn blog.
Toch hier alvast een paar:

♣♣♣♣♣♣♣♣♣♣♣♣♣♣♣♣♣♣♣♣♣♣♣♣♣♣♣♣♣♣♣♣♣♣♣♣♣♣♣♣♣♣♣♣♣♣♣♣♣♣♣♣♣♣♣

KOORonaNIEUWS

Mannenkoor Fortissimo

Jaargang 1 Nummer 6

 

Van Wim

 

FORTISSIMO      en      LOUIS VAN DIJK

 

Op 1e Paasdag is overleden de pianist Louis van Dijk. Fortissimo heeft met hem een drietal concerten gegeven. Op 13 mei 1971 organiseerden wij een concert in de voormalige bioscoop de Luxor in Bergen op Zoom. Daarvoor had het bestuur het, toen al populaire, Trio Louis van Dijk aangetrokken als publiekstrekker.

Dat bleek zo’n succes dat ze 2 jaar later op 23 november 1973 bij ons jubileumconcert (15 Jaar) weer werden gevraagd. Omdat Louis van Dijk zich  het vorige concert herinnerde benaderde hij ons om mogelijk een nummer te begeleiden. Daar waren we heel blij om en de dirigent stelde voor om “ Dry Bones “ met hem uit te voeren. De partituur werd opgestuurd en Louis ging akkoord. Voor het concert werd een korte repetitie gehouden en zowel wij als hij zagen het helemaal zitten. We begonnen prima maar tegen het einde van het nummer ging er iets helemaal mis! Meteen na het slot stond Louis op en sprak het publiek toe met de woorden: “Het ging niet goed maar mijn excuses want het lag helemaal aan mij!“ De nogal lange partituur had hij aan elkaar geplakt en in harmonica-vorm opgevouwen, echter bij het uitvouwen had hij 2 pagina’s over elkaar laten zitten, wat hij ook demonstreerde. Dus voerden we samen het nummer nog een keer uit en dit keer foutloos. Naderhand hebben we in de foyer er nog hartelijk om moeten lachen met hem. Het was een gewone, zeer gezellige man.

Op 30 september 1982 waren wij uitgenodigd bij gelegenheid van het 675 jarig bestaan van de Sint Gertrudiskerk te Heerle. Wat schetste onze verbazing: Ook Louis van Dijk bleek daar mee te werken aan het concert. In de pauze kwam hij meteen naar ons toe en zei tegen Wim Steenbak: “Wat zingen jullie na de pauze?“ Toen dat negro-spirituals bleken te zijn stelde hij voor om die gewoon wat te begeleiden. Hoewel Wim daar wat huiverig voor was lukte het best. We zongen daar: Climbing up the mountain, Ezekiel saw the wheel, Ride the chariot en Soon ah will be done!

Louis van Dijk blijft voor mij een fenomeen en zal in de annalen van Fortissimo blijven bestaan!

Wim Speek

 

 

Van Fred

Als je een moderne televisie hebt of een dito blue-rayspeler zou het kunnen dat daar een app op staat van de Berliner Philharmoniker. Streamen via een tablet of bekijken op een pc of tablet kan ook. Een tablet met HDMI aan een tv koppelen is ook prima.

Soms vind je op de app gratis concerten, maar als je interessante concerten wil horen en zien moet je een abonnement nemen. Nu alle concerten zijn afgelast, of zonder publiek worden uitgevoerd, kun je een account aanmaken bij de Berliner en gedurende 30 dagen gratis alle concerten van de Berliner zien, ook de live concerten zonder publiek. Er staan er vele honderden op. In de passietijd kijk ik met vrienden naar de Mattheuspassie. Al jaren die van de Berliner met Sir Simon Rattle. Een heel mooie uitvoering met koren die onder choreografie van Peter Sellars over het podium en door de zaal bewegen. Een prachtig drama. Allen zingen uit het hoofd, zowel de solisten als het koor. Het is even bladeren, maar het is nummer 165 in de catalogus. Er staat zoveel moois op die website. Bijvoorbeeld ook een aangrijpende “Suor Angelica” van Puccini onder leiding van Kirill Petrenko, no. 8 in de catalogus.

 

Van Frans en Joke

Verveel je je en weet je niet meer wat je moet doen?
Dan is hier de oplossing.
Ik heb 10 legpuzzels  van 1000 stukjes elk.
Gratis af te halen bij Joke Huismans, Lievenshovelaan 31.
Bel wel even voor je komt.

Goede gezondheid en veel groetjes van Frans en Joke.

 

 

Van Clemens

Een merkwaardige tijd waarin we nu leven. Bij mij roept deze crisis tegengestelde gevoelens op: enerzijds mis ik allerlei ontmoetingen, bezigheden en vooral Fortissimo, anderzijds geniet ik van de rust, de prachtige blauwe lucht (bedankt voor de foto van de mooie lucht boven Stapperven!), de stilte. Vanochtend fietste ik door een haast verlaten stad naar de apotheek. Ik vond het heerlijk.

In de afgelopen week is de oudste broer van Helma begraven. Hij is op 77-jarige leeftijd overleden in een verpleeghuis (niet aan Corona). Hij was al ziek vanaf zijn 60e jaar door een lymfoom in de hersenen. Het gezelschap was klein: kinderen en kleinkinderen, echtgenote en een aantal familieleden. Door de coronamaatregelen moest het gezelschap beperkt in aantal zijn maar dat had toch iets heel speciaals tot gevolg. Er was intimiteit, humor en ontspanning. De uitvaart vond plaats op een natuurbegraafplaats met schitterend weer en had eigenlijk een heel aangenaam, natuurlijk beloop. We denken daar met veel tevredenheid aan terug.

Tja, en dan Fortissimo. Ik vrees dat we in 2020 actieve concertuitvoeringen kunnen vergeten. Maar ik hoop van niet. Voorlopig zullen we het moeten doen met digitaal contact en dat ook volhouden…! Wat een prachtig initiatief van Fred om elke week KOORonaNIEUWS te verzorgen. Ik zal zelf een steentje bijdragen door periodiek jullie wat door te mailen over componisten en tekstdichters of over andere zaken die met muziek te maken hebben. ‘t Is wel geen samenzang maar hopelijk een aangenaam tegenwicht. Overigens: Fortissimo kan niets zonder Kristin en die zit ‘gelocked’ in België. Hoelang dat zal duren…?
Ik heb voor jullie een stuk over Max Elskamp in elkaar gezet en die had het in 1914 ook niet gemakkelijk.

Tot ziens (hopelijk),

Clemens.

 

 

Van Fred

 

In de vorige editie van ons KOORonaNIEUWS vertelde ik over de zandwinning in de Kalmthoutse heide. Als je een kaartenfreak bent, zoals ik, vind je op oude topografische kaarten het reliëf van het gebied van vóór 1800. Bijvoorbeeld de Ferrariskaart, tusen 1771 en 1778 gemaakt door de Oostenrijke veldmaarschalk Joseph de Ferraris is prachtig.

Maar ook nu nog staan op topografische kaarten toponiemen die verband houden met zaken die er al lang niet meer zijn. Boterbergen, Hazenduinen, Cambuusduinen, Keetheuvel en bovenal de Vossenbergen, met een hoogste top van 45 meter boven NAP was.
Vanaf de Vossenbergen had men uitzicht over een heel groot gebied. Zowat alle kerktorens van de dorpen in de omgeving waren te zien en niet in de laatste plaats bood de hoogste top uitzicht op Antwerpen met haar vele torens. Deze bergen zijn er niet meer.
De Vossenbergen waren de hoogste in de heide. Nadat met het zand van de Boterbergen de Spaanse vesten waren gedempt kwam het gebied van de Vossenberg aan de beurt om de spoordijken naar het “nieuwe” (huidige) station van Antwerpen aan te leggen. Bij de laatste verbouwing van het station is enorm veel zand afgevoerd. Je kunt wel zeggen dat dit allemaal zand was dat oorspronkelijk van de Vossenbergen en omgeving kwam.

De concessie om het zand af te graven ging naar baron Terwagne, die tussen 1888 en 1898 heer en meester was. Hij liet vanaf station Heide een spoorlijn aanleggen om het zand af te voeren. Als je van station Heide naar de Vroente, het educatief centrum gaat, loop je over de bedding van het spoor.
Het spoor liep tot diep in de heide, waar meer dan 200 arbeiders het zand in de spoorkarretjes brachten. Het spoor werd nog verlengd tot de Cambuusduinen, ten noorden van de Vossenberg.
In de Cambuusduinen stond een houten keet, de barak van moeder Kee. Moeder Kee bestierde de houten keet als een soort logement. Nadat het zand was afgegraven bleef de keet nog een tijd staan, een baken in het verlaten gebied, toevluchtsoord bij dreigend onweer en voor verdwaalde wandelaars.

 

Er vestigden zich kunstschilders, die later de Grijze School werd genoemd. En ook veel natuurliefhebbers. Schaapsherders, boeren, stropers en zelfs schoolkinderen kwamen er op bezoek. De Eerste Wereldoorlog veroorzaakte geen verandering in het landschap, maar de Dodendraad die door de Duitsers werd opgericht om smokkelen en uitwisseling met het neutrale Nederland moest voorkomen, liep dwars door de heide. Met het gevolg dat de Cambuus, inclusief moeder Kee in “niemandsland” kwam te liggen. Enkele jaren na WOI verhuisde moeder Kee naar het dorp Kalmthout en kort daarop werd de keet afgebroken.

De plaats waar de keet in de Cambuusduinen stond is nog te zien. Niet voor de argeloze wandelaar, want het ligt diep in gesloten gebied, “het raster” zoals ze dat in Vlaanderen noemen. Maar…. ik maak mijn 360 graden foto’s op verzoek van Natuur en Bos óók in de Cambuus. Het is daar werkelijk doodstil. Er staan tamme kastanjes en eiken. Op verzoek van de nazaten van moeder Kee wordt dit monument in stand gehouden. Er zijn zelfs uit eerbetoon nog jonge tamme kastanjes bij geplant.

 

Maar het spoorlijntje is er niet meer.

Over spoorlijntjes gesproken: er zijn er drie geweest. Eén voor het afvoeren van zand. Eén voor de Mont Noir, een landgoedje middenin de heide tegen de grens en één in WOII voor het Duitse camouflagedorp in de heide, t.b.v. aanvoer van materieel.

Nog even terug naar het begin van de 20e eeuw. Er lag nog steeds een verplichting bij de gemeente Kalmthout om gronden uit te geven voor ontginning. Kalmthout was hiermee terughoudend, zoals ik al zei, omdat de zandwinning lucratief was. Slechts in het noorden, waar de Steertse heide gedeeltelijk is ontgonnen en in het zuiden waar de Markgraaf tot stand kwam, zijn stukken ontgonnen. Hier en daar zie je ook landbouwenclaves middenin de heide. Rond het Stappersven ook, daarover een volgende keer meer.

In het begin van de 20e eeuw lag er open terrein. Normaal gesproken zou de ontginning doorgezet zijn, óf voor agrarische grond of voor bosbouw. Maar, evenals in Nederland, kwamen er in België groepen in actie om de natuur te beschermen. De koninklijke Vereniging voor Natuur en Stedenschoon zette zich in voor het behoud van heide en zandverstuivingen. Daarbij was er volop steun van de kunstenaars die zich in en rond de heide hadden gevestigd. Dat ging niet zonder slag of stoot, maar uiteindelijk is het geworden zoals het nu is.

Een volgende keer wil ik graag vertellen over De Nol, Stappersven en Boterbergen. Even wil ik nu aantippen dat er onlangs een uitkijktoren gebouwd is bij het Stappersven. Die biedt rondom uitzicht, óók over de voormalige Vossenbergen. Je hebt vrij uitzicht, terwijl de toren maar 10 meter hoog is. Pakweg 30m boven NAP. Je kunt je bijna niet voorstellen dat je vanaf die toren tegen de 15 meter hogere Vossenbergen aan zou kijken, als die er nog geweest zouden zijn.

I.v.m. Corona is de toren kort na de feestelijke opening gesloten.

 

 

Van Ben en Wim

 1994 Onze voettocht langs het coastpath in Cornwall

Aanleiding voor onze voettocht in Cornwall was de trip die we met Fortissimo het jaar ervoor naar Cornwall hadden gemaakt. Piet heeft ons daar pas vijf filmpjes van gestuurd. Wij vonden toen de kust zo prachtig dat we zeiden: “Daar willen we terug naar toe”. Juli 1994 hebben we dat gedaan. We hebben een aantal dagen een dagboek bijgehouden. Eerst Ben en daarna Wim. Enfin, dat lees je wel.

Van Ben

“Ik loop regelmatig de Binnenschelde rond”;
“Ik ben al te voet naar school geweest (en terug)”;
“Het moet kunnen!!”.

Het is zondagmiddag, 3 juli. Mijn handen stinken nog naar de voor de voeten zo lekkere mintcrème. We hebben gedoucht, een prima kamer en …. We hebben het eerste deel van de tocht volbracht: Newquai – Perranporth. Wat is er aan vooraf gegaan?

Vrijdagavond, rond 22.30 uur vertrekken we met een Franse bus en chauffeur richting Antwerpen, Brussel, Gent, Duinkerken, Calais en Boulogne. Twee stops en weinig slapen. Ruim een uur wachten voor het vertrek van de Seacat, ’n grote supercathamaran. Een uur later staan we aan wal in Folkstone. Alles volgens planning. Om 07.00 uur staan we op het busstation bij Victoriastation. Nu eerst onze Londonexcursie, door Wim bedacht, naar SPEEKS – MONUMENT in Kensington Garden. Jammer, ze kunnen in Engeland geen “Speek” schrijven. Het was Speke’s Monument!

Ik heb Wim kunnen troosten met een pepermuntje en een banaantje van hemzelf. Door Hydepark gelopen en terug naar Paddington station. Exact 11.05 uur vertrok onze intercity.
Langzamerhand begon de vermoeidheid parten te spelen. Het was al met al nog vijf uur treinen, zonder oponthoud. Hele stukken hebben we met geloken ogen laten passeren.

Wim had ontdekt dat er feest in Newquai was. Dit zou wel eens roet in het B&Breakfast kunnen gooien, maar…we zien wel. Gaar van het zitten in de overigens comfortabele zetels, stappen we om 16.07 uur uit in Newquai. Nu begon het pas echt: rugzakken aan (of heet dat “om”) en op zoek naar logies. Het stadje kwam redelijk toeristisch over, maar van overdreven drukte was geen sprake. Dit bleek ook bij de T.I.C.. Binnen tien minuten zaten we twee straten verder op onze family-room met een dubbelbed en stapelbedden. In verband met Wim’s lengte gebruikte hij het dubbelbed diagonaal en ging ik “in wankel evenwicht” op het stapelbed. We hebben gegeten, Corrie S. gebeld en nog een half uurtje België – Duitsland op onze kamer gezien. We vielen om beurten in slaap en hebben nog net het tweede doelpunt van België gezien. Daarna bed in en dromen over wat ons te wachten zou staan.

Zondag 03/07

Verhalen over het ontbijt vertellen we niet. We eten alles wat er op ons bordje komt, want we gaan er flink tegenaan! Het weer: zwaar bewolkt met miezerregen.

De start van ons Footpath is snel gevonden en het eerste avontuur wacht reeds: de oversteek van een diepe kreek landinwaarts. Een voetgangersbrug en stepstones brengen ons zonder natte voeten aan de overkant. We komen al vlug onder de indruk van het prachtig clifflandschap met constant de Atlantic als ruisende factor in je rechter oor. Rond elf uur schapen op de vlucht gejaagd om op een mooi plekje de eerste stop te maken. ’s Middags gegeten in een 13e eeuwse pub. Het blijkt ondertussen flink te zijn gaan regenen.

Wim trekt zijn regenpak aan en Ben zijn superdeluxe poncho, waarin hij er, met zijn rugzak, uitziet als de gebochelde van de Notre Dame. Geen gezeur, lopen en het pad volgen. Het gaat goed. Soms moeilijk, maar we krijgen vertrouwen in onze onderneming. Perranporth is een leuk havenplaatsje met een klein strandje. We hebben al vlug een goed B&B-adres, en het is nu, na een weldadige douche, dat ik deze pagina’s geschreven heb. Moe, voldaan en trots op het eerste succes.

Op maandag 04/07 blijkt dat de eetkamer een prachtig uitzicht heeft over het stadje. Ben besluit een foto te maken, maar vergeet dat even later. We hijsen onze rugzakken op en gaan op pad voor een van de mooiste tochten van deze dagen (denk ik).
De start elke dag is zwaar. Je moet weer aan je bagage wennen en dorpjes zijn leuk, maar ze liggen aan zee en dus een paar honderd meter lager dan de cliffs. Dat betekent telkens een flinke klim.

We hebben van deze sectie (Pennanporth – Portreath) geen beschrijving. We laten alles op ons afkomen en dat is nogal wat! Moet je het beschrijven? Moet je er foto’s van maken? Het geeft geen van beide de gevoelens weer die je hebt als je daar loopt! Want we lopen! En hoe! De schroom en onzekerheid van gisteren hebben we afgelegd. We zijn nu “ervaren” wandelaars. De rugzak voelen we bijna niet! Alhoewel… Wat is dat voor een scheut in mijn linker kuit en wat gaan mijn voeten branden! Maar de omgeving vergoedt dat voor 100 %. In een prachtig baaitje (jawel, weer dalen en dan terug omhoog) lunchen we met een daar verkrijgbaar broodje krab. Wim gaat een zware strijd aan met krab/brood/mayonaise en nog wat groenten. Het broodje is lekker, maar de vent is gek die het zo opdient vindt Wim.

We zetten de tocht voort. Het weer wordt schitterend. De lucht helder en we moeten regelmatig stoppen om stil te worden van de omgeving. Een voor de rest heel ontspannen tocht, met gezang en jolijt brengt ons rond een uur of vier in Portreath. We bellen Corry van Ben om haar goede reis te wensen naar Parijs en te vertellen hoe prima het ons bevalt. Een korte zoektocht brengt ons een B&B-adres met natuurlijk tv. Om vijf uur Engelse tijd zitten we gekluisterd aan het zwartwit-scherm en zien met groot enthousiasme onzerzijds Nederland met 2 – 0 winnen van Ierland.

Wim tooit zijn verbrande kop met een oranje pet. Hij hoopt enkele autochtonen daarmee zijn vreugde te kunnen delen. Helaas wordt het “Oranje Boven” door de Engelsen aldaar niet herkend.

We eten in de Basset-Arms, genoemd naar een goedgeefse rijkaard die Portreath aan een haventje heeft geholpen.

’s Avonds met een kop thee nog naar Amerika – Brazilië gekeken. Op tijd de koffer in, want morgen de derde dag……..

Volgende keer: Het vervolg van het verslag door Wim.

 

 

Van Cees

Het is nu voor de tweede keer dat
Fortissimo met een info blad  uitkomt.
Al is de rede voor het uitbrengen hiervan
een minder prettige dan de eerste keer.
De eerste “Fortissimo info“  werd in 1980
uitgebracht en verscheen elke 3 maanden

Drukwerk en redactie was in handen van:
administratief servicebureau  “Graphio”
(Thijs van Rijswijk en Jan de Boer )

 

Ook hiervoor kon iedereen kopij aanleveren. In het volgende stukje een bijdrage van oud lid Wim van Alphen van juni 1982.
Hierboven de voor en achterkant van dit info blad met een “advertentie”van
Spar versmarkt van de firma Gabriëls, de grootste sponsor.

 

 

Van Bas

 Triestig hè, dat coronanieuws.

Leutig hé, dat KOORonaNieuws.

 

Ik zie bijvoorbeeld leuke geschiedenissen voorbijkomen. Daar kan ik wel wat aan toevoegen. Ook dankzij de vele interessante formuliertjes die vooral mijn moeder heeft bewaard. Nu is er volop tijd om daar wat aandacht aan te besteden.

Omdat ik de eerstgeborene ben in ons gezin, was ik de trots van de familie (tot no 2 er was natuurlijk). Het zal 1939 geweest zijn en mijn mama en papa lieten me op een showdag aan mijn tantes zien. Ik heb er een serie fotootjes van en dit is er een:

Zoals jullie zien hadden wij waarschijnlijk het eerste zwembad in de achtertuin op Het Fort.

Het Fort? Jullie kennen het toch zo goed.

Nou niet iedereen hoor, want in 1954 kreeg ik het verzoek om aan een bevolkingsonderzoek mee te doen. Het kwam notabene van de burgemeester zelf, ir. L.A.H Peters, die van de sluis bij de nieuwe haven. Of ik me maar wilde melden in PATRONAAT FORD.

Heden ten dage zitten we thuis en gaan even om boodschappen: “Wat zullen we eten vandaag?
En morgen? En overmorgen?”

Wat mij betreft, had mijn moeder het niet zo moeilijk hoor. Naast de gebruikelijke voedingen schreef de consultatiebureauarts precies op wat ik vanaf 16 februari 1939 op het menu had staan. Ik had een gewicht van 3950 gram en mocht extra het volgende eten:

om 4 uur ’s middags papje met lepel

een kopje melk

een half kopje water

1 vol theelepeltje kindermeel

2 theelepels suiker 

met de lepel geven

Helaas het hielp niet want 2 weken later woog ik 20 gram minder.
Het is goed gekomen en ik ben mijn moeder dankbaar dat ze dit voor mij bewaard heeft.

En er is nog meer…
Wordt vervolgd (als jullie dat op prijs stellen).

Bas

 

♣♣♣♣♣♣♣♣♣♣♣♣♣♣♣♣♣♣♣♣♣♣♣♣♣♣♣♣♣♣♣♣♣♣♣♣♣♣♣♣♣♣♣♣♣♣♣♣♣♣♣♣♣♣♣

KOORonaNIEUWS

Mannenkoor Fortissimo

Jaargang 1 Nummer 5

 

Van Ben

In memoriam Ria Vonk – van der Velden

Wat navrant om juist in deze periode afscheid van je echtgenote te moeten nemen. Christ belde mij op en vertelde dat er echt geen mogelijkheid was om haar nog enige kans op een toekomst te geven. Zij was al langer ernstig ziek en we hebben haar bij Fortissimo dan ook niet vaak  gezien. Afscheid nemen is nu natuurlijk alleen voor de familie. Fortissimo heeft door middel van een kaart en een bloemstuk Christ en zijn gezin duidelijk gemaakt dat we met hen meeleven. We kunnen de uitvaartdienst volgen maar eigenlijk willen we als Fortissimo liever op de eerstvolgende repetitie een arm om de schouder van Christ leggen. Laten we hopen dat dat niet te lang gaat duren.

 

Van Daniël

Wellicht zijn er nog leden die weten dat zij met en als Fortissimo naar Praag zijn geweest. Het is mij in ieder geval wel eens verteld en wellicht in uitbundige mate.

Hoe gezellig en geslaagd de reis wel was.

Dit zou dan in 1969 in oktober moeten zijn geweest. Ik schat zo in als mannen van tussen de 20 en 30 jaar.

Als ik de verhalen moet geloven is het jammer dat ik er toen niet bij was, maar goed ik tikte toen ook nog maar 6 jaar aan.

Ik heb begrepen dat Fortissimo in Praag met name uit de Byzanthijnse Mis heeft gezongen, waar we als Fortissimo later ook nog regelmatig wat stukken hebben ingestudeerd. Dit om het gevoel van 1969 nog eens terug te halen. Als ik eens naar de leeftijd van toen terug kijk, kan ik mij voorstellen dat er ook andere gezangen ten gehore zijn gebracht. Dit dan niet alleen in een kerk. Al weet ik dit natuurlijk niet zeker het was toen nog het communistische tijdperk.

Onlangs, toen er nog niet over gedacht werd een KOORonaNIEUWS brief uit te brengen, ben ik naar Praag geweest. Ik heb het wel aan een aantal koorleden verteld, maar wellicht weet niet iedereen het. (bij deze).

Nu vertelde een bekende bariton, Piet, mij: “Als je daarheen gaat moet je vooral eens naar “U Fleku” gaan”. Wel, Piet heeft mijn de gegevens gestuurd. Ik dacht we gaan kijken of het mogelijk is.

De reden dat we naar Praag gingen was ten eerste een verrassing voor mijn zoon Rens die op de dag van vertrek 25 werd en de reis voor zijn verjaardag cadeau kreeg. We hadden al wat gepland: zaterdag een biertocht en zondag een fietstocht door Praag. Na een rit van 10 uur door de regen kwamen we aan in Praag. Na het ophalen van de sleutel voor het appartement waren we om 15.45 uur gesetteld. Tijd voor een eerste verkenning. Na nog even gegoogeld te hebben, bleek dat U Fleku in de buurt was. We liepen het appartement uit en na de eerste bocht, dus nog geen 100 meter van het appartement, u raadt het al, liepen we zo U Fleku tegen het lijf. Natuurlijk werd hier eerst getoost op de 25ste verjaardag. Ik weet niet of het destijds ook al zo was, maar er werd accordeon muziek gespeeld en ze kwamen langs met een soort likeur.

Al met al een goed begin van het weekend Praag. Ik vertel je er graag meer over als we elkaar weer mogen treffen aan de Maaslaan, anders wellicht via de KOORonaNIEUWS.

De jongste telg Daniël.

 

Van Jac F

Hallo allemaal,

Fijn om te lezen dat het met jullie allemaal goed gaat en leuk om elkaar op deze manier op de hoogte te houden.
In de Auvergnestraat gaat het, ondanks alles, ook z’n gangetje.
Ik heb het geluk dat ik met kozijnen en ramen maken een groot deel van mijn tijd kan vullen. Verder wandelen we en lezen we wat.

Een lente gedicht van Toon Hermans:

Wat een dijk van een dag, ik voel me rijk met zo’n dag
Leg de zon niet naast je neer als ’n bierviltje
Maak er ’n feest van, als de mogelijkheid er is
Er is zo veel om te janken
Wees vrolijk, hef het glas, poets je schoenen
en lach, of kom even naast me zitten
Ik zal je leren kijken naar de kleuren van de tuin
die uit het vale grijs-bruine van de winter
opbloeien naar het meest feestelijke groen dat er is
Het groen van het voorjaar
De kleur van nieuw leven
Leer ernaar te kijken met je hart
Neem het op in jezelf
Ernaar kijken alleen is niet genoeg
Voeg jezelf, in het nieuwe leven van het voorjaar
Leef met alles wat leven gaat
Adem de lente in zodat je vanbinnen lenterig wordt
Als de zon er is, grijp haar bij d’r lurven
Als je alleen maar jammert als zij ondergaat, leef je maar voor de helft

Groetjes,
Jac en Nel.

 

Van Wally

MUZIKALE MIJMERINGEN

Nu de Driemaster even zonder zeilen zit en we thuis moeten blijven, heb ik alle cd van fortissimo die ik bezit eens kritisch zitten beluisteren. Dat het groepje mannen nog steeds “dankzij Kristin” goed uit de muzikale verf kan komen is, gezien de gemiddelde leeftijd, zeer goed.

Wat mij opviel was, dat het najaarsconcert van 2012 van een aparte klasse was. Dit gehoord door een amateur natuurlijk.
Inmiddels zijn we 8 jaar verder en hebben we, gezien de trip naar Trier, gelukkig maar weinig in hoeven leveren. De stemmen 8 jaar ouder, maar de verenigingsband zeker niet minder.

Nu worden we even gepest door de het Corona-virus. Maar als die vertrokken is kunnen we verder op het uitgezette muzikale pad en kijken wat we dit jaar nog kunnen bereiken.
Ik zal blij zijn de muzikale band weer op te kunnen pakken. Ik mis iets op de donderdagavond en dat is erg.
Jac mis ik ook vooral zijn goede raadgevingen aan iedereen en de muzikale uitleg aan mij.
Thuis studeren valt erg tegen. Je weet niet of je het goed doet, of niet goed doet en niemand die tegen je zegt dat het ook anders kan.

 

Ik kijk op de klok en zie dat het negen uur is: Pauze tijd voor een Jupilerke, proost en hopelijk vlug tot ziens.

Wally.

 

Van Jan Hendrickx

Dit gedicht, dat ik via poëzie-uitwisseling binnen kreeg, wil ik graag met jullie delen.

 

Van Ben

Die leraar Duits……

Het is 1955. Ben heeft toelatingsexamen voor het Mollerlyceum gedaan. Hij is daarvoor geslaagd en staat nu, met een paar andere vrienden en heel veel vreemde kinderen op het schoolplein dat kort daarvoor nog een groot sportveld aan de Noordsingel was.

Er was ondertussen een hele nieuwe vleugel met gymnastiekzaal gebouwd en wij zullen de eerste brugklassers zijn die daarin les gaan krijgen. Op het trapje naar die vleugel staat een docent die telkens een aantal namen opnoemt die samen een klas zullen gaan vormen. Op een bepaald moment noemt een klein, vierkant mijnheertje moeizaam, met veel Duitse woorden, de klas op waarin ik zal komen te zitten. Wij, als brugwuppers moesten stiekem lachen om het “Kinder, gaan sie mit mij mee nach lokaal 304”. En dat na 10 jaar bevrijding van de moffen….

Enfin, het rare mijnheertje dicteert ons lesrooster, leest de gedragsregels voor waar wij ons aan hebben te houden en gaat met ons naar de nieuwe kelder om daar onze boeken op te halen. Wij weer terug naar huis, nog steeds grapjes maken over dat mijnheertje, waar we toch geen les van  kregen, want in de eerste klas had je nog geen Duits!

Thuis in de Meeussenstraat ging ik uitgebreid mijn nieuwe leerboeken bekijken en alvast kaften.

Na een half uurtje ging de bel en vader Frits vroeg of ik even open wilde doen. Ik doe de deur open en schrik me wezenloos: daar stond dat Duitse meneertje van het Moller. Had ik me misdragen? Hij herkende mij en zei “ich heb jou gesehn, is dein vader zu hause?”. Ik werd rood tot achter mijn oren en riep vader. “Dag, Hans, kom toch binnen“ zei mijn vader. Hè, kenden die elkaar? Wat bleek: die mijnheer Hans Scheifes had voor vader muziek geschreven voor zijn koren Laus Deo en Jubilate Deo. Er was een grote Mariamanifestatie op de grote markt gepland, waar koren, een harmonie en de beiaard samen musiceerden. Dat Duits geven deed dat mijnheertje slechts voor de kost! Hij was een echte musicus en componist!

Wat heeft dat nu met Fortissimo te maken?

Wel, enkele jaren later, 1958, richtten we dus met een aantal kerkkoorjongemannen Fortissimo op. We waren aanvankelijk met 10 man, waarvan er vijf op het Moller zaten: Wim Steenbak, Wim (later Pim) Stuart, Dolf Grosfeld, Adrie Merckx (zat naast me in die klas) en ik.

We vierden nog “eerste vrijdag van de maand” in de kerk. Dat betekende ’s morgens om 7 uur gezongen mis in de Lourdeskerk en… om 11 uur mis in de kapel van het Moller op zolder. Wij hadden met vijven op ons genomen om tijdens die schoolmis ook te zingen en namen daarom allemaal een graduale mee van ’t Fort om dan mooie Latijnse gezangen te zingen. Nu hadden wij op vrijdag ook altijd Duits, ja, inderdaad van mijnheer Scheifes! Die lessen waren redelijk saai. Maar Adrie en ik legden dan die graduale op onze bank. Mijnheer Scheifes vroeg ernaar en ging met de gehele klas uitgebreid uit die graduale zingen en uitleg over het Gregoriaans geven. Dan was de Duitse les tenminste toch een beetje leuk geweest en zonder Wortschatz!

Ben

 

Van Fred

Ecologen, geologen, natuurbeheerders en nog heel veel meer mensen struikelen over elkaar heen als het gaat om hoe je met het beetje natuur dat we nog hebben, om moet gaan. Als natuurgids heb ik altijd wel mensen in de groep die daar een uitgesproken mening over hebben. Er zijn, zeker nu de discussie over het kappen van bossen breed uitgemeten wordt, mensen die vinden dat je de natuur zijn gang moet laten gaan en dat het dan vanzelf goed komt. Ik kijk er toch anders naar.
Zeker in Nederland, is er geen “natuurlijk” stuk natuur meer. Alles is in cultuur gebracht. Zowel zandverstuivingen, heidevelden, vennen en bossen zijn het gevolg van ingrijpen van de mens.
Als de mens niet na de laatste ijstijd ingegrepen had, was er nu alleen maar bos geweest.
Een monocultuur van biedt ons een erg beperkte biodiversiteit. De levensvormen die bij de andere typen horen, zullen dan verdwijnen. Dat geldt voor flora én fauna. In een bos vind je geen adder, waar ik eerder over schreef. Ik vind het dus helemaal goed dat natuurbeheerders ingrijpen.

Het “maken” van het cultuurlandschap gebeurde niet bewust. Nomaden kapten bomen omdat ze het hout nodig hadden. Op de gekapte stukken konden ze hun vee weiden. Als de grond uitgeput was en het hout te ver weg, trokken ze weer verder.
Totdat de potstal werd uitgevonden.

De op die manier opgevangen mest van de schapen werd gebruikt om rond een nederzetting groenten en dergelijke te kweken. In de potstal (een gat in de grond met een kap erboven), werden heideplaggen over de mest verspreid. Door te diep plaggen ontstonden zandverstuivingen.
De meeste vennen zijn vanaf halverwege de 14e eeuw ontstaan door het winnen van turf. Eerst op kleine schaal en later bijna industrieel toen de grote steden enorme behoefte hadden aan brandstof.
Veen, een interessant onderwerp. Karel Leenders schreef “Verdwenen Venen”, een erg goed boek over dit onderwerp.

Na de Franse tijd, toen de natuur er geplunderd bij lag, werd begonnen met het opnieuw in cultuur brengen van de in die tijd onteigende gronden. Landgoederen in onze omgeving zijn rond 1850 op die manier ontstaan. In cultuur brengen betekende landbouw op goede grond en bosbouw voor de houtopbrengst en om het zand vast te leggen. Productiebos, grove den, prima timmerhout en stuthout voor in de mijnen.

Nu ga ik terug naar “mijn” Kalmthoutse heide. Want hoe komt het nu dat dat enorme gebied niet vol bomen is gezet?
Nederland en België waren in het begin van de 19e eeuw één land. Na de onteigeningen in de Franse tijd, had de overheid zowat alle grond in handen en begon met de verkoop. Je zou zeggen dat de hele omgeving hetzelfde aangepakt zou worden. De gemeente Kalmthout zag dat er veel geld verdiend kon worden aan de verkoop van zand, althans aan het in concessie geven van de zandwinning. Dat gebeurde op grote schaal. De bergen en duinen werden afgegraven tot aan het eind van de 19e eeuw.
Het zand werd gebruikt om de vesting van Antwerpen te dempen en dijken voor spoorlijnen te bouwen. Miljoenen kubieke meters zand verdwenen; een dijk van 5 meter breed, 2 meter hoog en 140 km lang zou men er mee hebben kunnen maken. Een dijk vanuit de Kalmthoutse heide naar Lille.

Over de zandwinning is nog veel te vertellen en ook over waarom men niet is overgegaan tot het alsnog bebossen nadat het zand verdwenen was.
Hierover een volgende keer meer hierover.

♣♣♣♣♣♣♣♣♣♣♣♣♣♣♣♣♣♣♣♣♣♣♣♣♣♣♣♣♣♣♣♣♣♣♣♣♣♣♣♣♣♣♣♣♣♣♣♣♣♣♣♣♣♣♣

KOORonaNIEUWS

Mannenkoor Fortissimo

Jaargang 1 Nummer 4

Van Ben

 Eind vorige week vernamen we via Jacques Touw dat Rinus Musters is opgenomen in de Vissershaven aan de van Konijnenburgweg. Ik heb dinsdag Francie gebeld. Het gaat nog redelijk goed met Rinus en hij is zelf erg blij dat hij daar opgenomen is.

Mij lijkt het een goed idee dat elk koorlid Rinus een kaart stuurt, zodat hij zich misschien een beetje bij ons voelt. Francie vond dat ook prima. Het stoppen bij Fortissimo is voor Rinus nog steeds het ergste wat hem de laatste tijd overkomen was. Daarnaast mag hij, natuurlijk, nu ook geen bezoek ontvangen. Vandaar dit voorstel. Schrijf je groet wel wat groot en duidelijk want het gezichts- vermogen van Rinus neemt nog steeds af.

Het adres is:      Rinus Musters,
Woning D, kamer 204
Van Konijnenburgweg 34
4611 HL Bergen op Zoom

 

Van René

ik mag toch hopen dat vóór de Ommegang de kappers weer open mogen !

 

Van Ben

Dat was even schrikken vorige week donderdag! Staat er naast mijn stukje een foto van ons gehele gezin! Ik hoop niet dat jullie denken dat ik er die bij geplaatst heb. Die kwam van onze “hoffotograaf Fred”. Het zijn weliswaar allemaal lieverds, maar ze pasten niet zo bij de moraal van het verhaal.

Ik weet niet hoe het met jullie gaat, maar ik sla, misschien erg kinderachtig, een groot deel van al het Corona-nieuws over. Al die dagelijkse opnamegetallen, nieuw besmette personen en gestorvenen geven je, naast je toch al niet zo geruststellende gedachten, een extra negatieve impuls. Natuurlijk, verschrikkelijk voor als je er zelf mee te maken krijgt, maar het is dermate deprimerend dat je weer (te) snel je positieve plannetjes voor die dag vergeet.

Maar, kom op, er wordt zoveel gedaan om je goed bezig te houden. Wat een super idee van Piet om de vijf  filmpjes van de concertreis naar Cornwall door te sturen. Ik heb er, met een weemoedige betraande blik naar gekeken. Wat een energie straalden die activiteiten aldaar uit! Natuurlijk, lekker geholpen door een pintje hier en een taartpunt daar was het goed toeven bij onze gastkoren.

Ik hoor je al zeggen: “Kunst, meer dan 35 jaar geleden…”. Dat klopt, maar ik moet wel zeggen dat we die delen van de uitvoeringen die we daar gaven, en die op de filmpjes voorkwamen, ook nu nog goed zouden kunnen brengen! Wat ben ik dan blij dat we nog steeds actief zingen! (Nou, ja, nu even niet!)

Piet, geweldig bedankt voor je inzet om dit aan ons door te geven!

Ik vertelde vorige week al dat ik flink aan het archiveren ben: spullen van vader Frits, vanaf het begin van het Lourdeskoor en Laus Deo, de verschillende jubilea en ik kom dan in 1958 vanzelf bij de start van Fortissimo terecht. Massa’s foto’s van allerlei concerten en andere activiteiten. Weten jullie nog dat we in de 80- en 90-er jaren vaak 2 x Caecilia vierden? In zomer met de kinderen erbij. Misschien vergelijkbaar met onze fietsdag nu? (zie ook foto hiernaast)

 

We hebben nog geen uitzicht op het hervatten van de repetities, van daar dat ik vanaf deze plaats de jarigen van april alvast feliciteer. Wat betreft hun verjaardagsrondje zou je nog wel eens bedrogen uit kunnen komen. Het kan namelijk wel eens koude koffie worden: Daniël Robert Aaike Ben!

Sinds gisteren weten we dat de Driemaster nog minstens dicht is tot 11mei!  Daar worden we natuurlijk niet vrolijk van!

Van de andere kant kunnen we elkaar nog heel veel vertellen in de komende uitgaven van dit KOORonaNIEUWS. Ik zou het erg leuk vinden als je iets zou vertellen over wat jij het mooiste concert of de leukste activiteit vond!

Wel lieve vrienden en vriendinnen, houd goede moed, goede gezondheid en onderhoud  zo goed mogelijk je stem!

Ben

 

Van Kristin

 Dag mannen van Fortissimo,

Ik stuur via Fred een aantal oefeningen, ze gaan te hoog voor de baritons en de bassen, maar jullie kunnen gaan tot waar het lukt.

Je kan ook met halve tonen naar beneden werken. Veel plezier ermee en ik kan er nog doorsturen op jullie vraag volgende week.
Groeten,

Kristin

 

Van Clemens

 

Eigenlijk heb ik het best naar mijn zin. Alle tijd om te lezen, te schrijven, te klussen. Af en toe wandelen en fietsen (als tegenwicht tegen niet tennissen en fitnessen) met mooi weer. Wat is blijven liggen krijgt aandacht. Zo wordt weer eens wat opgeruimd, opgeknapt en bijgewerkt.

Helma en ik konden onze tijd verdelen tussen ons chalet in Valkenisse en Halsteren. Maar helaas…de veiligheidsregio Zeeland heeft besloten om alle overnachtingen in vakantieparken, hotels e.d. per 30 maart om 12.00 uur te verbieden. Gelukkig kunnen we wel overdag op en neer rijden wanneer we dat nodig vinden. We waren zo blij dat we in de afgelopen week niet in Halsteren hoefden te zijn omdat de balkons van ons appartementencomplex worden gerenoveerd. Dit is tot nu toe met heel veel lawaai van drilboren gepaard gegaan, zoveel lawaai en getril dat alle spulletjes op onze vensterbanken een aantal centimeters zijn verschoven, zo constateerden we afgelopen vrijdagavond!

We houden beeldbelcontact met onze familie. Toch mis ik de warme handdruk, de schouderklop en knuffel. Digitaal contact – ondanks alle whatsappgrappen of andere aangenaamheden – is toch écht heel wat anders, ook al kun je elkaar zien.

Ik zal jullie in de komende periode wat doormailen over van alles en nog wat dat met onze koorzang te maken heeft. Hopelijk is dit een klein iets om de koorband vast te houden. Ik heb, om te beginnen,  een scan gemaakt van een tekst van A.Alberts (1911-1995), een bekend Nederlands auteur, over ‘De verloren graaf Johan’. Enige jaren geleden heb ik die ook verspreid, maar het blijft leuk om te lezen!

 

Van Fred

 

Als je wel eens over de Verbindingsstraat van Essen-Hoek naar Kalmthout bent gefietst of gelopen, ga je dwars door de Kalmthoutse heide. Deze weg, voorzien van een prachtige laag bitumen, is afgesloten voor auto’s en motoren. Vooral op zondagmorgen wordt er veel door groepen wielrenners gebruik van gemaakt.

 

Tot in de 60’er jaren van de vorige eeuw was dit een onverharde weg. Regelmatig stonden delen onder water of stukken waren juist onbegaanbaar door zandverstuivingen.

In 1942 werd de Kalmthoutse heide een “geclassificeerd” natuurgebied, hetgeen niet wegnam dat er allerlei aanslagen werden gepleegd op de kwaliteit daarvan. Er waren zelfs plannen voor een bungalowpark met bijbehorende uitspanningen.

De mooie bitumenlaag op de Verbindingsweg is óók zo’n aanslag. Er zijn twee lezingen over de aanleiding voor het besluit om de weg te verharden.

De eerste lezing: Essen-Hoek viel voorheen onder de gemeente Kalmthout en heette toen Kalmthout-Hoek. De mensen van Hoek moesten voor officiële handelingen naar Kalmthout. Dat was een hele onderneming. Omrijden via Wildert was “natuurlijk” veel te ver. Dus ging men over de Verbindingsstraat, door de zandverstuivingen en waterplassen. Dat was vooral voor trouwerijen een probleem. Voordat het kerkelijk huwelijk in Hoek kon worden ingezegend, moest eerst het burgerlijk huwelijk in het gemeentehuis van Kalmthout worden gesloten. Daarna ging het gezelschap terug naar Hoek voor het kerkelijk huwelijk. Soms deed men wel een uur over de heenweg en een uur over de terugweg. De kerkelijke inzegening kon dan pas in de middag plaatsvinden. De bevolking van Hoek heeft daarom aangedrongen op verharding van de weg.

De andere lezing is dat boeren die aan de noordkant en aan de zuidkant landerijen hadden, destijds goed vertegenwoordigd waren in de gemeenteraad. Zij wilden een goede verbinding door de heide en aldus geschiedde. Burgemeester Jacobs van Kalmthout houdt het op deze laatste versie.

Hoe het ook zij, de verharding van de Verbindingsstraat werd illegaal aangebracht. Deze weg stond bij de Vlaamse overheid te boek als “langzame weg” of “buurtweg” zoals men onverharde wegen in België noemt.

De Vlaamse overheid heeft de gemeente Kalmthout kort na de illegale verharding van de weg bevolen de boel weer op te breken. Kennelijk zat er geen sanctie op, wat het is nooit gebeurd. Sterker nog, de weg wordt regelmatig voorzien van weer een nieuw pakket, tenslotte moet je er wel fatsoenlijk kunnen fietsen.

De foto bij dit stukje is van de hand van Lodewijk Severin, een befaamd landschapsfotograaf van de vorige eeuw. Hij is geen familie, voor zover ik weet, en ik heb hem nooit ontmoet. Hij leeft in ieder geval niet meer.

 

Van Wim

 Vervolg Namen 1967

Euro Cantat III: Wat een leerschool was het. Hele dagen bezig met zingen en dan ook met mensen uit allerlei culturen. Ik herinner me nog dat toen de Serven en Kroaten een eenheid vormden, want voor ons Te Deum van Bruckner waren we ingedeeld bij een Engels, een Duits en een Servisch-Kroatisch koor in Atelier F. Er moest, als Hans Grischkat iets wilde toelichten, getolkt worden en dat werd o.a. gedaan in het Servisch-Kroatisch. Dat zou nu niet meer mogelijk zijn.

De dagelijkse community singing van 8.30 tot 9.30 uur openden we, als ik me het goed herinner, met de canon “Réunis aujourd’hui “ die gaat over het plezier, de inspanningen, de vriendschap die onze gezichten verlichtten en de magie van muziek. Daarnaast werden er elke dag nummers gepakt uit de “rode “ bundel. Ze werden uitgelegd en gerepeteerd. Ik herinner me nog een Zwitser die het “Taar i nöd e bitzeli” met ons zong en de show stal. We repeteerden van 10.00-12.00 en van 16.30-18.00 voor dat Te Deum.

Tussendoor aten en dronken we wel ergens wat. Jan Steketee ging naar de bar en bestelde 2 pils. Ik vroeg hem of hij zo’n dorst had. “Nee hoor” zei hij, “maar anders moet ik te lang in de rij staan voor mijn 2e drankje! “. We gaven ook zelf een concert en voerden op zaterdag ons grote werk op in het Palais des Expositions.

Toen we weer thuis waren zaten we er helemaal vol van. Frits de Groot (vader van Ben), onze grote stimulator en fan, begon meteen een aantal nummers uit de bundel, die voor gemengd koor waren, te bewerken voor mannenkoor. Hij bood ons die aan bij gelegenheid van het 10-jarig bestaan en tot op de dag van vandaag worden die nog met veel plezier gezongen, denk maar aan: Pavane, Als ick u vinde, Dindirindin, Vem kan segla förutan vind, Io ti voria contar en Alta Trinita. Ja voor de deelnemers van Europa Cantat blijft Namen een hoogtepunt! Op het Ceciliafeest van dat jaar werd dat nog eens bevestigd met een lied: ”Ja het hoogtepunt was toch wel Namen waar wel 1000 zangers bij elkander kwamen”.

Tussen twee haakjes : ik heb toch ook weer genoten van de beelden van onze reis naar Looe in 1993. En verder ik mis jullie ook allemaal en zeker onze Kristin die door de grens van ons is afgesloten !

Wim Speek

 

Van Fred

Ondanks dat wij door de jury, op zijn zachtst gezegd, niet naar behoren werden beloond, is voor mij de deelname aan het korenfestival in Zutphen een hoogtepunt geweest. Wat hebben wij daar prachtig gezongen in de Hanzehof. Ik denk dat het voor Theeuw, die ons aanvoerde, ook een belangrijk evenement was.

Ik heb aan de reis veel plezier beleefd. Niet in de laatste plaats omdat ik voor het koor een stadswandeling mocht leiden door mijn geboortestad Zutphen. Dat vergde enige voorbereiding, want met de ogen van een gids door een stad lopen is iets anders dan er niet in verdwalen.

 

Zutphen heeft een zeer actieve club die zich bezig houdt met het restaureren van monumenten.

Zo is er een Agnietenklooster in ere hersteld. In mijn jeugd zat er een aardappelgroothandel in het verwaarloosde gebouw.

Voorafgaand aan de reis naar Zutphen zocht ik contact met de beiaardier van het carillon in de befaamde Wijnhuistoren. Ik wilde onze stadsbeiaardier Theeuw als verrassing het Hemonycarillon laten bespelen. Dat vond de beiaardier, die ook beiaardier in Doesburg is, helemaal goed. Het was monumentendag en hij moest in zowel Zutphen als Doesburg spelen. Dat werd voor hem dus Doesburg en tijdens het inzingen in de Hanzehof kwam hij Theeuw de sleutel van de toren overhandigen. Het gezicht van Theeuw op dat moment vergeet ik nooit.

Afijn, tijdens onze stadswandeling vleide het koor zich op een terras aan de voet van de Wijnhuistoren en Theeuw ging naar boven. Even later hoorden wij als eerste nummer, hoe kan het ook anders, het Merck toch hoe Sterck, over de markten van Zutphen galmen. Zag ik het nou verkeerd of keken alle Zutphenezen even naar boven?

De pentekening is gemaakt door mijn vader en dateert van april 1941. De klokken zijn er in de oorlog door de Duitsers uit geroofd.

Tijdens ons verblijf in Zutphen hebben we in de St.Jan, de kerk waarin ik ben gedoopt, naar enkele koren geluisterd.

Met weemoed denk ik terug aan de tijd dat ik als jochie in een jongenskoor zong. Dat koor stond onder leiding van meneer Thiel, een potentaat in de klas, een totaal ander mens als dirigent. Een aantal jaren heb ik in dat koor gezongen, soms stukken met mannenkoor erbij. Organist Metz was de repetitor. Hij stond stijf van de reumatiek en at voortduren tamme kastanjes om die te onderdrukken. Tijdens feestdagen traden wij ook op in omliggende plaatsen.
Meer dan 60 jaar geleden…….

Wij waren thuis met 7 kinderen. Mijn vader was ontwerper/tekenaar. Hij schilderde ook. Twee zussen schilderen, een broer maakt computerkunst en Mattisse-achtige knipsels. Een andere broer en ik maken foto’s.

In de Hanzehof hebben wij een grote expositie gehad, waar wij ook werken van mijn vader tentoonstelden. Daarna volgden exposities in Stadskanaal en Twello.

 

Van Fred

Voor de agenda:

De repetities komen te vervallen tot zeer waarschijnlijk na de voorjaarsvakantie.

De Driemaster is gesloten en men wil, terecht, niet dat er andere activiteiten plaatsvinden.

Hoe Kunst in de Monumenten er uit gaat zien is nog onduidelijk. In ieder geval gaat de korenmanifestatie niet door op 12 september. Waarschijnlijk zingen wij gewoon weer in de kapel van Sint Catharina.Het najaarsconcert is vastgelegd op 8 november. De Ontmoetingskerk is al gereserveerd.

♣♣♣♣♣♣♣♣♣♣♣♣♣♣♣♣♣♣♣♣♣♣♣♣♣♣♣♣♣♣♣♣♣♣♣♣♣♣♣♣♣♣♣♣♣♣♣♣♣♣♣♣♣♣♣

KOORonaNIEUWS

Mannenkoor Fortissimo

Jaargang 1 Nummer 3

Van Kristin.

Beste mannen, hopelijk zijn jullie allen nog gezond en wel! De sfeer die deze virus opwekt is niet aangenaam en zelfs gevaarlijk maar langs de andere kant is dit een periode van herbronning en gezonde lucht en dat doet mij heel veel deugd. Hopelijk ervaren jullie dit ook zo. Mensen worden in hun gezin meer naar elkaar toe gebracht. De lente en het mooie weer doet heel andere gevoelens opkomen die deze virus overstijgen en dat maakt het allemaal irreëel. Zing zo veel mogelijk en luister naar de opnames van Cees. We zullen kijken of we een programma kunnen maken voor Middelburg (als het doorgaat?). Probeer de werkjes van Vic Nees goed te oefenen, die gaan we zeker nog zingen in het najaar!

NB van de redactie: Middelburg Volkoren gaat niet door. Je hebt hierover een mailbericht gekregen.

Van Ben.
Daar zitten we dan…….in een luie stoel, handen gevouwen achter het hoofd. We kijken vanuit de serre uit op een prachtige, blauwe lucht, vogels vliegen af en aan in de tuin, maar, ja, ik zit binnen!

Wat hoesterig en rillerig en met dus maar één gedachte in je kop: ”Het zal toch niet……”. We nemen nog maar een paar cetamolletjes en denken er dan over de zinnen maar eens te verzetten…We draaien een mp3-tje,  Qua eest ista 2. , en doen het volgende spelletje: plotseling de pauzeknop indrukken en dan, zonder partij, zelf doorzingen! Valt nog niet mee….Ik gooi die twee “Quae” een beetje in de war. Ik betrap me er dan ook later op dat ik stiekem op de pauzeknop ga drukken als ik zeker weet dat ik verder kan zingen. Toch maar de partijen erbij gepakt en al met al lekker bezig geweest!

Naast de muziek is er nu alle tijd voor opruimen, archiveren,  lezen, afwassen, traplopen voor de beweging en…véél meer schermpjekijken dan anders: zijn er nog mailtjes van de kinderen en kleinkinderen, nog nieuws , een Netflixfilm een sudoku enz., enz. Daarnaast moet de agenda “bijgewerkt” worden: fikse kruizen door geplande evenementen en afspraken zetten.

Is dit alles nu zo negatief? Nou, nee, goede vrienden. Je neemt ook alle tijd om je leven eens te relativeren, wat is belangrijk en wat niet. Gezondheid staat nu met stip bovenaan We willen nog wel een tijdje mee! Jullie toch ook? Een verjaardag is een mooi moment om je dat te realiseren. Deze maand hebben Wout, Clemens en Nico dat moment weer. Heel Fortissimo wenst jullie geluk met  je verjaardag en hoopt  dat nog jaren te kunnen doen.

Ben
p.s. Mannen, dat rondje houden we gewoon tegoed!

 

Van Nico
Beste medezangers,

Graag wil ook ik een kleine bijdrage leveren aan het KOORonaNIEUWS. Het is helaas niet zo’n inspirerend nieuws, want het leven ligt toch wel wat stil. Nu was Huijbergen toch al niet het meest dynamische dorp, maar het is nu wel opvallend stil. Ook ik kom zelf ook nauwelijks nog de deur uit, behalve om een wandeling te maken, maar dat doe ik meestal nog op zo’n loopband. Dan kan ik de snelheid, de tijd en het caloriënverbruik aflezen en regelen. Ook staat er bij ons van die fietsen die je binnen kunt gebruiken en ook daar breng ik regelmatig wat tijd op door. Wel krijg ik nu meer telefoontjes van broers en zussen, want die willen weten hoe het met “die oude man in dat gevaarlijke Brabant” gaat. Tenslotte behoor ik ook tot de risicogroep, want 26 maart word ik voor de laatste keer nog 70 en daarna behoor ik ook bij de tachtigers. De activiteiten via de KBO zijn ook afgelast, want groepsgebeuren kan en mag voorlopig niet. Ook mijn betrokkenheid bij de Anonieme Alcoholici ligt voorlopig stil, want ook die hebben geen bijeenkomsten meer in deze periode. Ook ander groepen waar ik bij betrokken ben, komen voorlopig niet meer samen. Dus stil is het wel en ook heel jammer dat we elkaar niet meer op donderdagavond treffen, want dat vond ik toch altijd wel heel plezierig. Hopelijk gaat deze gedwongen pauze, dit reces, ons voorgenomen programma niet nadelig beïnvloeden. Omdat er bij ons dus ook geen openbare liturgische diensten mogen worden gehouden en er dus ook geen priesters meer komen, moeten we zelf die diensten regelen en organiseren. Gelukkig heb ik daar enige ervaring mee, want ik ga al jaren voor bij gebedsdiensten in Bergen op Zoom. Voorheen in de Goddelijke Voorzienigheid, in de Lourdeskerk en nog steeds in de Jacquelineflat. Ook heb ik pas nog een voorbereidingsbijeenkomst als voorbereiding op Pasen gedaan. Dus ik hoef me nog niet te vervelen. En om jullie niet te vervelen stop ik nu met dit verhaal na jullie eerst allemaal het allerbeste toe te wensen. Sterkte en wees zuinig op jezelf, want er zijn er nog heel veel die jullie niet graag zouden missen.
Met hartelijke groet,
Nico

Van Kees
Mannen hebben het in deze tijd wel erg zwaar: alle horeca gesloten, geen voetbal- en andere sportwedstrijden, niet op pad met je vrienden. Nee dan hebben vrouwen het veel beter die kunnen gewoon blijven koken, wassen en strijken!!!!
Kees Rommers

Van Bas
Waarde zanggenoten,
Wat krijgen we nou, zullen jullie denken en misschien wel van de daken willen schreeuwen.

“Bij dat koorlid is het zeker in de bol geslagen. Die heeft het hoog zitten!”

Ja, ik geef het eerlijk toe. Het klinkt behoorlijk uit de hoogte. Maar ja, lieve mensen, wat wil je.

Afgelopen maandag 23 maart stond ik op ons balkon op 45 meter hoogte en overzag de wereld onder mij. Niemand te zien. Leeg. Doodstil. Geen Cor te zien. Geen Ona te zien. Slechts Corona waarde onzichtbaar rond en hield en houdt ons in de greep.

Met grote gevolgen voor iedereen.

Ik mis de repetitieavond. Ik vrees dat ons zangseizoen al voorbij is. Laten we toch blijven hopen!

Symbolisch is dan misschien mijn tweede foto.

Dat vraagt om enige uitleg natuurlijk.
Er wordt onderhoud aan ons wooncomplex verricht. Daar zijn werkers voor nodig en zij gebruiken daarbij hoogwerkers.
Hoogwerkers dragen bijna altijd teksten. Meestal firmanaam. Deze hoogwerker droeg wel een heel toepasselijke tekst.
Ooit zei de Zuid-Afrikaanse president Jan Brand:
“Alles sal reg kom as ons almal ons plig doen.”
Laten we dat dan maar doen. Succes zangersvrienden.

Bas

 Van Wim

Juli 1967. Fortissimo presteert zo goed op het IKF te Scheveningen dat de KNZV besluit het koor voor te dragen om namens Nederland deel te nemen aan Europa Cantat in Namen. Het bestuur en de dirigent werken zich uit de naad om binnen enkele weken te regelen dat we daar inderdaad heen kunnen. Sponsoren worden benaderd en werkgevers worden benaderd. Toch kost het o.a. de dirigent veel moeite en geld om vrij te krijgen. Jammer genoeg kunnen enkelen niet mee o.a. door militaire dienstplicht. Cees Coppens die nog in zijn wittebroodsweken zit gaat toch mee maar zal in Namen bij ons moeten slapen en elke morgen zijn Joke op moeten halen bij de deelnemende zangeressen. Wat een enorme ervaring! Een dagindeling: Elke ochtend te voet ( zingend in formatie ) naar de eetzaal waar we zingend in de rij stonden op onze beurt wachtend. Na het ontbijt even spontaan buiten wat zingen uit de bundel. Dan om 10u naar het Palais des Expositions voor de Community singing uit de bundel met zo’n 1000 mannen en vrouwen. Elke dag een ander nummer olv een andere dirigent. Dan de lunch met zang en ‘s middags oefenen met een viertal koren voor het Te Deum van Bruckner olv Hans Grischkat (met Engelse en Servisch-Kroatische tolken.) Dan weer eten en zingen en ‘s avonds vrij om zelf te oefenen, in het militair hospitaal waar we sliepen ,voor ons eigen concert.  Geen wonder dat de helft van het koor geen stem meer had na drie dagen!
Wordt vervolgd
Groet
Wim Speek

Van  Ben

Van Jan Hendrickx

Beste Fortissimozangers. Nu de repetities stil liggen is het verstandig om toch actief te blijven. Zoals sporters thuis hun trainingen blijven doen, kunnen jullie er ook voor zorgen dat je muzikaliteit op peil blijft. Ik ga jullie daarvoor een mogelijkheid bieden. In mijn muziekboek vond ik nog een oud bijzonder koorwerk. Jullie solfègekennis is groot genoeg om zelfstandig aan de slag te gaan. De opzet is om de meerstemmigheid ad hoc geïmproviseerd tot stand te brengen. Als er weer gerepeteerd mag worden kan Kristin nog de “Finishing Touch” aanbrengen. Veel succes met jullie thuis-repetities.
Jan

Van Piet Coppens

Je wordt er niet echt helemaal vrolijk van, maar ‘Corona’ biedt ook kansen.
Eindelijk tijd om een aantal oude VHS-banden te digitaliseren. Ik ben gestart met een  band van Fortissimo van het jaar 1993, de Koorreis naar Cornwall. In het filmpakket van 2008 zijn al wat beelden van deze reis opgenomen.

Nu  heb ik de complete film van 2,5 uur digitaal beschikbaar en die wil ik graag met jullie delen.

Ik doe dat in kleine stukjes mbv.  wetransfer.com.  Via de mail ontvang je een link waarmee je een deel kunt downloaden.
De filmpjes zijn niet gecensureerd, de kwaliteit is van 1993, maar zeker het bekijken waard. (niet full screen kijken!)
Veel plezier!

 Doorgestuurd door Robert.

MAAR DE LENTE WIST HET NIET….
Het was begin 2020…
De mensen hadden een lange donkere winter achter de rug,
Februari was een hele onrustige maand geweest met veel stormen en veel regen
De natuur was onrustig, alsof ze de mensen iets wilde vertellen, alsof ze de mensen ergens voor wilde waarschuwen…En toen werd het Maart…
Het was Maart 2020…
De straten waren leeg, de meeste winkels waren gesloten, de meeste auto’s stonden langs de kant van de weg, de mensen kwamen bijna niet meer buiten en dat over de hele wereld, landen gingen op slot, de mensen konden niet geloven dat dit gebeurde, het was zo surrealistisch…Iedereen wist wat er aan de hand was
Maar de lente wist het niet
En de bloemen bleven bloeien
En de zon scheen…De eerste mooie lentedag sinds lange tijd brak aan
En de zwaluwen kwamen terug
En de lucht werd roze en blauw
Het werd later donker en ‘s ochtends kwam het licht vroeg door de ramen
Het was Maart 2020…
De jongeren studeerden online, vanuit huis
Kinderen speelden onvermijdelijk vooral in huis
Pubers verveelden zich, ouders wisten niet wat te doen
Mensen kwamen alleen even buiten om boodschappen te doen of om de hond uit te laten
Bijna alles was gesloten …Zelfs de kantoren, hotels, restaurants en bars
Het leger begon uitgangen en grenzen te bewaken
Mensen moesten vanuit huis gaan werken
Ondernemers kwamen in de problemen
De meeste kinderen konden niet meer naar school
Er was ineens niet genoeg ruimte voor iedereen in ziekenhuizen, operaties en onderzoeken werden uitgesteld…Iedereen wist het
Maar de lente wist het niet en het ontsproot
Ze draaide onverstoorbaar  haar jaarlijkse programma af
Ze schonk ons haar mooiste bloemen en haar heerlijkste geuren
Het was Maart 2020
Iedereen zat thuis in quarantaine om gezondheidsredenen of preventief
Sommige mensen mochten niet meer naar hun werk, anderen móesten
Elkaar omhelzen, kussen of een hand geven was ineens een bedreiging
Iedereen moest flinke afstand tot elkaar bewaren, dat was afschuwelijk
In de supermarkt waren allerlei schappen leeg
Allerlei leuke dingen gingen niet meer door, daar werd een streep door gezet en niemand wist wanneer dat weer kon
Mensen werden beperkt in hun vrijheid terwijl er vrede was
Over de hele wereld werden veel mensen ziek en het was besmettelijk…
Er was isolatie, ziekte en paniek….Toen werd de angst pas echt!!
En de dagen zagen er allemaal hetzelfde uit…
En de weken duurden ineens veel langer…
En iedereen hoopte dat er niet nóg meer strenge maatregelen zouden volgen…
De mensen zaten vast in een film en hoopten dagelijks op dé held…
De wereld was vertraagd terwijl het geen vakantie was, niemand had dit verwacht…Iedereen wist wat er gebeurde
Maar de lente wist het niet en de rozen bleven bloeien
De Magnolia stond in de knop
De vogeltjes begonnen aan hun nestjes
En toen…
Het plezier van koken en samen eten werd herontdekt
Iedereen gaf elkaar tips over leuke dingen die je met je kinderen kon doen
Er was weer tijd om te schrijven en te lezen, mensen lieten hun fantasie de vrije loop en verveling ontsproot in creativiteit
Sommigen leerden een nieuwe taal
Sommigen ontdekten kunst
Sommigen ontdekten dat ze niet écht leefden en vonden de weg naar zichzelf terug
Anderen stopten met onwetend onderhandelen
Iedereen had van de één op de andere dag veel meer tijd voor het gezin
Eentje sloot het kantoor en opende een herberg met slechts vier mensen
Anderen verlieten hun vastgeroeste relatie om de liefde van hun leven te vinden
Anderen boden aan om voor kwetsbare mensen boodschappen te doen of te koken
Iedereen wist ineens wat een ‘vitaal beroep’ was, deze mensen werden helden, ze werden meer gewaardeerd dan ooit
Anderen gingen op afstand muziek met elkaar maken of zingen om op deze manier samen te zijn
Mensen kregen oog voor eenzaamheid en verzonnen dingen om er iets aan te doen
Mensen herstelden van hun stressvolle leven
Mensen die elkaar niet kenden begonnen spontaan een praatje met elkaar
Sommigen maakten vliegers van papier met hun telefoonnummer erop zodat eenzame mensen ze konden bellen
De overheid ging bedrijven en zelfstandigen helpen zodat ze niet failliet zouden gaan of mensen zouden moeten ontslaan
Gepensioneerde zorgpersoneel bood zichzelf aan om te helpen in de Zorg
Uit alle hoeken kwamen vrijwilligers, iedereen wilde iets doen
Om 20:00 uur s ‘avonds gingen mensen uit allerlei landen klappen voor alle artsen, verpleegkundigen en zorgpersoneel die keihard aan het werk waren om in de zorg alles draaiende te houden
Het was het jaar waarin men het belang erkende van gezondheid en verbinding, van saamhorigheid, van sociale contacten en misschien ook van zijn roeping, dit deed iets met het collectieve bewustzijn, dit deed iets met alle mensen…
En de economie ging bijna kopje onder, maar stopte niet, het vond zichzelf opnieuw uit
Het was het jaar waarin de wereld leek te stoppen, het jaar waarin we met elkaar in de geschiedenisboeken zouden komen…Dat wisten we allemaal
En de lente wist het niet,
En de bloemen bleven bloeien, en de bomen liepen uit
En het werd steeds warmer
En er waren veel meer vogels
En toen kwam de dag van bevrijding…
De mensen keken tv en de premier vertelde iedereen dat de noodsituatie voorbij was
En dat het virus had verloren!
Dat iedereen SAMEN had gewonnen!!!
En toen ging iedereen de straat op…
Met tranen in de ogen…
Zonder maskers  en handschoenen…
De buurman werd geknuffeld, alsof hij een broer was
En de wereld was mooier en liefdevoller geworden
En de mensen waren humaner geworden
En ze hadden weer waarden en normen
De harten van mensen waren weer open, en dat had positieve gevolgen
Doordat alles stil had gestaan kon de aarde weer ademen, ook zij was genezen van wat de mensen háár veel eerder hadden aangedaan
En toen kwam de zomer….
Omdat de lente het niet wist
En hij was er nog steeds
Ondanks alles
Ondanks het virus
Ondanks de angst
Ondanks de dood
Omdat de lente het niet wist,
leerde iedereen
de kracht van het leven…

Susan Blanco (De Taalrecycler)

Van Fred

Ja, zoals in het verhaal dat Robert doorstuurde, gaat de lente gewoon zijn gang.
De voorbije week was ik nog volop bezig met mijn fotoronde in het Grenspark. Ingewijden weten dat ik op 75 plekken 2x per jaar 360 graden foto’s maak. Beheerders kunnen daarmee de ontwikkeling in hun natuurgebied volgen.
Het aardige van deze exercitie is dat ik ook in de natuurreservaten mag komen, die óf altijd zijn afgesloten, óf op dit moment vanwege het broedseizoen.
En wat was het stíl in de natuur. Ik ken wel enkele plekken waar geen achtergrondgeluiden doordringen, maar nu was het zelfs op de toppen middenin de Kalmthoutse heide doodstil. De achtergrondgeluiden van de Antwerpse haven en de A4 stonden op een zeer laag pitje.
Vogels zingen altijd in het voorjaar, maar nu waren ze ook goed en op grote afstand te horen. Een heel bijzondere ervaring.

Af en toe heb ik ook andere bijzondere ontmoetingen. Soms met mensen, soms met flora en fauna.

In het zand van het toekomstig aardkundig monument in de Boudewijngroeve vond ik een paddenstoel, waarvan de deskundigen van de Nederlandse Mycologische Vereniging, ook niet weten welke soort het is. Als je op mijn blog grasduint, komt je een album met paddenstoelen tegen. De vondst staat in het album na de foto’s van de houtskoolkogelzwam.

Nóg een bijzondere ontmoeting was die met een adder. Ik stond op “De Nol, locatie 004, foto 001” en wilde inderdaad die eerste foto maken, toen ik het prachtige beest vanuit mijn ooghoek zag liggen. Ze zijn uit winterslaap en zoeken de zon op. Er zitten in De Nol meer adders, maar het was de eerste keer dat ik er een zag.

Even iets over de Groote Meer: Ook dit is een gesloten gebied. Na vele jaren van uitdroging, waar over de oorzaken daarvan tientallen onderzoeken zijn gedaan, is de toestand wat verbetert.
Er ligt een pijpleiding van De Nol, het moerasgebied, naar de Groote Meer. De Nol wordt gevoed vanuit het Stappersven. Voorheen stroomde het water weg uit het gebied, via de turfvaarten richting Bergen op Zoom en Roosendaal. Gedurende de natte winter 2017-2018 werd 350.000m3 water naar de Groote Meer gepompt. Het 40ha grote ven stond toen vol water.
Na de droge seizoenen in 2018 en 2019 ging het om slechts 35.000m3. Die zie je amper in de Groote Meer. Dit jaar gaat het weer een stuk beter, het oppervlak is bijna gevuld.
Het oeverkruid, een zeer zeldzame plant, is gered. Deze plant is afhankelijk van voedselarme vennen waarvan delen regelmatig droogvallen. In gunstige omstandigheden vermeerdert het snel. Dat is in de Groote Meer het geval.

In België tegen de grens ligt een landbouwgebied dat afwatert naar de Groote Meer. Er zit veel fosfaat in dit water. Daarom is er in de Groote Meer een natuurlijk verhoging verder opgehoogd, zodat het vuile water in het meest oostelijke deel blijft.
Het landbouwgebied wordt langzamerhand opgekocht door Natuur en Bos (equivalent van Staatsbosbeer in België). Het duurt 120 jaar voordat de fosfaten zijn uitgespoeld. Daarom wordt nu een “natuurlijke” waterzuivering aangelegd in het zuidelijkste puntje van de Staartse Duinen.
Een zigzaggend kanaal met ijzergranulaat, grind en drainagebuizen. De sloten die afwateren op de Groote Meer worden omgeleid naar de waterzuivering.

Een geweldig project. Geen idee wat dit kost, maar men heeft vanaf de Putseweg naar de voormalige akker waar nu de waterzuivering is, rijplaten gelegd voor de aanvoer van de materialen. Ongeveer over een afstand van 2,5km.

 ♣♣♣♣♣♣♣♣♣♣♣♣♣♣♣♣♣♣♣♣♣♣♣♣♣♣♣♣♣♣♣♣♣♣♣♣♣♣♣♣♣♣♣♣♣♣♣♣♣♣♣♣♣♣♣

KOORonaNIEUWS

Mannenkoor Fortissimo

Jaargang 1 Nummer 2

 

Van Bas

Ondanks het zonnetje vandaag, hangt er toch wel een zeer grauwe grauwsluier over ons.Niet dat ik me verveel, maar er valt helaas toch wel veel weg.
West Brabantse Molendag gaat niet door. Ook Johanna uit Huijbergen zal dus stille staan.
Fortissimo maakt een decrescendo en valt stil bij misschien wel ppp
Krijgen we de kans om ons voor te bereiden op Middelburg Vólkoren of
heeft ook dit evenement geen schijn van kans om door te gaan?
De tijd zal het leren.

Die nieuwsbrief lijkt me een goed en leuk idee. Succes ermee.

 

Van Wally

Heel goed, de gedachte de vlam Fortissimo brandend te blijven houden.
De donderdagavond is niet meer wat het geweest is.
Maar gezondheid van de leden gaat boven alles.
Hoe het verdere concertjaar er uit zal komen te zien is nog een groot raadsel.
Immers de leden vallen niet meer in de jongste leeftijdscategorie.
Laten we hopen dat, wanneer het weer toegestaan is, we met dubbele energie gaan repeteren. Zodat we het elkaar moeten missen weer snel vergeten wordt.
Ik steun het bestuur in de moeilijke maatregelen die ze moeten nemen.
Reken niet teveel op mij want ik ben pas nog gezakt voor het examen computer aan en uit zetten.
Met zangers groetjes, Wally van Dijk.

Jan Jan Hendrickx
De contactbrief is een uitstekend idee, maar zal alleen maar slagen als praktisch iedereen er aan mee gaat doen. (niet allemaal tegelijk!)

Voor mij is dit een goede gelegenheid om jullie op deze wijze te bedanken voor de ve-e-e-le felicitaties en goede wensen die ik voor mijn verjaardag in de vorm van kaarten, mailtjes en telefoontjes heb ontvangen. Ook van leden die er na mijn tijd pas bijgekomen zijn.
Hartverwarmend!  Ook de attentie van de vereniging heeft mij aangenaam verrast. Dit alles geeft mij het gevoel er toch nog echt bij te horen.
Nogmaals dank en succes met de contactbrief.
Van Clemens

Zojuist verschenen: Clemens Janzing (2020), Leven met ongemak. Epicuristische overwegingen. Amsterdam, Brave New Books (De Singel). ISBN 978 946 4052 31 2.
Eerder verscheen:
Clemens Janzing (2013), Hap-uur en hooligans. Amsterdam, Brave New Books (De Singel). ISBN 978 940 2104 10 3
Clemens Janzing (2015), Brieven aan K. Amsterdam, Brave New Books (De Singel).ISBN 978 940 2138 09 2
Clemens Janzing (2017), Manieren van achter geraniums zitten. Brieven aan K. II. Brave New Books (De Singel). ISBN 978 940 2169 90 4
Onderdelen uit de genoemde boeken en andere essays zijn gepubliceerd op de website ‘cjanzing.simplesite.com

Van Fred
Voor degenen die belangstelling hebben voor foto’s van mijn hand:
www.wandelaars.blogspot.com
Daar staan foto’s van vakanties, maar ook macrofoto’s, paddenstoelen, camera- en bakelietsverzameling. Als je op een foto klikt kom je in een google photoalbum, waar je doorheen kunt scrollen en ook foto’s kunt aanklikken om ze op volledig scherm te bekijken.

Programma 2020:

7 juni:                                   Middelburg Volkoren.
28 juni:                                Maria Ommegang.
Juli of augustus:              Activiteitendag.
12 september:                   Kunst in de Monumenten Korenmanifestatie.
November:                         1 of 8 november in de Ontmoetingskerk.
9 december:                      Ondersteuning kerstviering KBO Huijbergen.
13 december:                    Kerstconcert met Mea Dulcea.
16 december:                    Ondersteuning kerstviering BAS.
19 december:                    Concert in Martinuskerk met Voices in Harmony.
Het laatste dus niet op 12 december maar op 19 december.

 

KOORonaNIEUWS

Mannenkoor Fortissimo

Jaargang 1 Nummer 1

Mannen van Fortissimo en Kristin,

Corona heeft ons in de greep. De maatregelen van de overheid, van hoog tot laag, grijpen diep in het maatschappelijk sociale leven van iedereen.
Dat alles treft vanzelfsprekend ook het Mannenkoor Fortissimo.

Zoals al aan jullie is gemeld, zijn tot nader bericht, de wekelijkse repetities voorlopig opgeschort.
Onze wekelijkse samenkomsten zijn meer dan alleen maar repeteren en nog eens repeteren om op uitvoeringen en bij andere gelegenheden zo goed mogelijk voor de dag te komen en onze dirigente gelukkig te maken. Zelfs na twee repetitie-afzeggingen wordt dat al duidelijk en wordt dit ervaren als een groot gemis.

Geen uitwisseling van nieuwtjes, geen grappen over en weer, geen bemoedigend woordje voor degene die dat nodig heeft, zoals gezegd een algemeen gemis, dat naar gelang de persoonlijke en de thuissituatie des te meer zal worden gevoeld.

Daarom is het bestuur van mening, dat tenminste gedurende deze vervelende periode, wij elkaar op een andere wijze moeten vinden. Dat kan prima digitaal door regelmatige contact per email.
Het gaat dan om informatie over de actualiteit van alle dag, het informeren over de stand van zaken wat betreft het aanstaande programma, het verstrekken van adviezen en dergelijke, maar toch vooral om op deze wijze de onderlinge contacten te behouden. De ervaring leert dat dit soort vervelende en soms langdurige onderbrekingen de onderlinge band dreigt te verstoren en dat onbewust alles op een laag pitje komt te staan.
Dat wil het bestuur voorkomen. Belangrijk daarbij is dat ieder koorlid zijn bijdrage daaraan levert. Het moet zijn als op een repetitieavond: elkaar treffen met een wijntje, een biertje, kaas en pinda’s, maar nu even virtueel. Mannen en Kristin kom op: voed elkaar met verfrissende taal, gedachten, grappen en grollen en als het moet wat serieuzer. Geneer je niet voor wat ontboezemingen.

Een eerste hint: beluister de MP3tjes van Cees. Hij is bereid om voor gewenste aanvullingen te zorgen. Lees de teksten eens een paar keer door. Leer waar de accenten moeten liggen. Kortom doe naast de gewone dagelijkse dingen ook je huiswerk.

Nogmaals, het bestuur zal regelmatig van belang zijnde zaken aan jullie melden. Dat verwacht het bestuur ook van jullie. Voor dit moment iedereen het allerbeste toegewenst.

“Mille periculis supersum” ofwel “duizend gevaren kom ik te boven”. Bergser en meer toepasselijk dan dat kan het niet worden.

Jullie bestuur,

Ben, Fred, Cees, Mart en Kees.

Bergen op Zoom, 17 maart 2020

 

 

Jac Touw gehuldigd

Door een misverstand was de huldiging van Jac Touw, die op 1 april 2019
50 jaar lid was van Fortissimo, erbij ingeschoten. Tijdens de Ledenvergadering van 20 februari gebeurde dit alsnog.

Per 1 januari 2020 is de afdeling Brabant-Zeeland van de KNZV opgeheven. Gelukkig had het “oude” bestuur nog de mogelijkheid om in een oorkonde en een jubileumdecoratie te voorzien.

Voorzitter Ben de Groot heette de familie van Jac Touw en de voormalige secretaris van de KNZV Brabant-Zeeland, Ad Brants, welkom.
Vijftig jaar is een groot deel van een mensenleven. Ben haalt anekdotes op uit het verleden.Ben en Jac zaten zelfs bij elkaar op school. Hij prijst Jac om zijn trouw aan het koor. Zijn jarenlange inzet voor de wekelijkse loterij spreekt tot de verbeelding.

Ben overhandigt de jubilaris een cadeaubon en zijn Annie, zijn echtgenote, een boeket bloemen.

Daarna spreekt  Ad Brants de jubilaris toen en overhandigt de bij het jubileum horende oorkonde en geeft de bijbehorende speld aan Annie die Jac daarmee decoreert.

Kerstconcert 15 december 2019 Fortissimo en Mea Dulcea

 

Op zondagmiddag 15 december 2019 om 15 uur verzorgen Fortissimo en  Mea Dulcea hun traditionele Kerstconcert in de Sint Catharinakapel te Bergen op Zoom, ook bekend als de kapel van ’t Ketrientje.  

Beide koren zingen vooral hedendaagse en 20ste eeuwse muziek. Er staan natuurlijk ook traditionele Engelse carols en Nederlandstalige liederen op het programma.

Van oudsher zijn Mea Dulcea en Fortissimo met elkaar verbonden. Beide koren hebben hun oorsprong in de wijk ’t Fort.
Elk jaar is het een feest om samen het kerstconcert te verzorgen. Er worden ook stukken voor gemengd koor gebracht. Een gemengd koor met ongeveer evenveel mannen als vrouwen is tegenwoordig zeldzaam.

Toegang van dit sfeervolle Kerstconcert op 15 december om 15.00 uur is gratis. De opbrengst van de vrijwillige collecte na afloop van het concert zal dit keer gaan naar de Stichting Kip en Apie kinderfeestjes. Een vertegenwoordiger van de stichting zal tijdens het concert vertellen wat er met de opbrengst van de collecte gedaan wordt.

Dit kerstconcert is een uitstekende gelegenheid om de sfeer van de monumentale kapel te beleven. Wij verwachten weer een grote opkomst. Kom dus op tijd, dan vindt U een goede zitplaats. De ingang van de kapel is aan de Klaverstraat.

Mooi concert Fortissimo in de Ontmoetingskerk

Op zondag 3 november verzorgde Fortissimo een jaarconcert in de  Ontmoetingskerk aan het Bolwerk in Bergen op Zoom.
Een prachtige kerk met een mooie akoestiek.

“Wereldmuziek” was het thema van dit concert. Wij zongen Russische stukken en even zo vrolijk liederen die uit Amerika stammen. En natuurlijk verzorgden wij een rondreis door Europa: o.a. Frankrijk, België, Polen en Luxemburg. Een zeer afwisselend programma:

Bon jour mon coeur, Orlando di Laso
Postillon, Andries de Braal
Mais lors ma joie’etant Hollande, Vic Nees
Lo to voria contar, Orlando di Lasso, bew. Frits de Groot
Soldiers song, Kodály Zoltán
Dindirindin, Traditional, bew. Frits de Groot
Apellation controlé, Vic Nees
Wolga lied, Djesachar Sj
Ei oechnjem, Djesachar Sj
Linder Lea, Ralph Vaughan Williams
Een nachtegaal in Echternach, Jaques Reuland
Shenandoah, Bartholomew M
The streets of Laredo,
Joshua fight the battle of Jericho, Felix de Nobel
The Animals a-comin, Bartholomew M

Alain Sebregts begeleidde ons op trompert bij de Soldiers’ Song.

Muziekgezelschap “DansTonen”, bestaande uit Michiel Moerkerk, Jarka Doeswijk en Remko de Landmeter, zorgden voor groot enthousiasme bij het publiek. Een ngoni, djembe, doengs en fluiten, wat een feest! Deze muzikanten zijn professionals bij wie muziek door de aderen stroomt.

Najaarsconcert op 3 november

Op zondag 3 november organiseert Fortissimo een jaarconcert.
Het concert begint om 15.00 uur en vindt plaats in de Ontmoetingskerk aan het Bolwerk in Bergen op Zoom.
Een prachtige kerk met een mooie akoestiek. De kerk op zich is al een bezoek waard.
De toegangsprijs van dit concert bedraagt €10,-
Vrienden van Fortissimo krijgen één kaart gratis. Via deze website kunt u zich als vriend aanmelden.

“Wereldmuziek” is het thema van dit concert. Wij zingen Russische stukken en even zo vrolijk liederen die uit Amerika stammen. En natuurlijk verzorgen wij een rondreis door Europa: o.a. Frankrijk, België, Polen en Luxemburg. Een zeer afwisselend programma:

Bon jour mon coeur, Orlando di Laso
Postillon, Andries de Braal
Mais lors ma joie’etant Hollande, Vic Nees
Lo to voria contar, Frits de Groot
Soldiers song, Kodály Zoltán
Dindirindin, Frits de Groot
Apellation controlé, Vic Nees
Wolga lied, Djesachar Sj
Ei oechnjem, Djesachar Sj
Linder Lea, Ralph Vaughan Williams
Een nachtegaal in Echternach, Jaques Reuland
Shenandoah, Bartholomew M
The streets of Laredo,
Joshua fight the battle of Jericho, Felix de Nobel
The Animals a-comin, Bartholomew M

Muziekgezelschap “DansTonen”, bestaande uit Michiel Moerkerk, Jarka Doeswijk en Remko de Landmeter, zullen ons met ngoni’s, trommels en fluiten beroeren en bewegen. Deze muzikanten zijn professionals bij wie muziek door de aderen stroomt. Het wordt geweldig mooi, dat kunnen we u beloven.

Open Monumentendag en Korendag Klundert een succes

Op 14 september reisde Fortissimo naar De Stad Klundert in Klundert om daar te zingen tijdens de Open Monumentendag. In de voormalige RK-kerk, dat sinds 2013 een evenementenlocatie is.

Deze wijziging van bestemming heeft de akoestiek niet aangetast en misschien wel verbeterd. Onze indruk is dat het houten gewelf daaraan bijdraagt. Er staan nog steeds drie prachtige orgels, die ook regelmatig bespeeld worden.

Fortissimo in Klundert

Fortissimo had voor Klundert en de Sint Catharinakapel in Bergen op Zoom hetzelfde programma:
Een meisje dat van Scheveningen kwam, in een bewerking van Oscar van Hemel;
De Vier weverkens op muziek van Henk Badings:
Drie meneren in het woud van Annie M.G. Schmidt, op muziek van Jacques Reuland;
Shenandoah, een traditional chanty, gearrangeerd door Marshall Bartolomew;
Het overbekende Ei oech-njem, traditioneel Russisch;
La Fanfare du Printemps van Joseph Bovet;
De animals are a-Comin, een traditiol negro spiritual, ook gearrangeerd door Marshall Bartolomew.

Zowel in Klundert als Bergen op Zoom kregen wij enthousiaste reacties.
In Bergen op Zoom waren alle klaargezette stoelen bezet, erg leuk om voor zoveel publiek te zingen.

Dat Fortisimo graag zingt en ook graag wordt “binnengehaald” bleek door het zingen van een verkorte versie van het programma in het Oude ABG. Aan het ABG heeft Fortissimo goed herinneringen. Lang geleden deed het koor alle zalen in het gebouw aan op Tweede Kerstdag.

Emailadressen van Vrienden

Van sommige Vrienden van Fortissimo hebben wij een fout emailadres.
Er zijn ook Vrienden van wie we helemaal geen emailadres hebben.

Als u Vriend bent en dit leest, wilt u dan s.v.p. het (juiste) emailadres via het contactformulier aan ons doorgeven?

Fortissimo zing op 14 september tijdens Kunst in de Monumenten

Tijdens Kunsten in de Monumenten, op zaterdag 14 september, zingt Mannenkoor Fortissimo in de kapel van Sint Catharina. Het optreden begint om 15.30 uur en duurt ongeveer een half uur.

 

In het weekend van 14 en 15 september bruist Bergen op Zoom door Kunst in de Monumenten, het grote culturele evenement. In de historische gebouwen is er dan van alles te doen, tentoonstellingen, muziek, dans, modeshows. Kortom alles op het gebied van Kunst.

 

Fortissimo treedt al jaren op tijdens dit evenement. Diverse locaties heeft het koor bezocht: o.a. De Maagd, de Synagoge, het oude Stadhuis en de Sint Gertrudiskerk.

Tijdens de editie van 2019 zingt Fortissimo in de kapel van Sint Catharina. Geen onbekende plek voor Fortissimo, want het traditionele Kerstconcert vindt daar, óók in 2019, plaats.

 

Het optreden van Fortissimo is op zaterdag 14 september 2019 van 15.30 tot 16.00 uur. De ingang van de kapel ligt aan de Klaverstraat.

 

Het thema van de editie 2019 van Kunst in de Monumenten is “Plekken van Plezier”. Met liederen als “Een meisje dat van Scheveningen kwam” in een bewerking van Oscar van Hemel, “De Vier weverkens” bewerkt door Henk Badings, “Drie Meneren in het woud” van Annie M.G. Schmidt, “Shenandoah” en “The Animals are comming” zal Fortissimo hier invulling aan geven. Het wordt een leuk programma; een mooie afsluiting van een dag vol Kunst in de Monumenten.

 

Eerder op de dag zingt Fortissimo tijdens het korenfestival In Klundert. Weliswaar hetzelfde programma, maar de sfeer zal daar anders zijn.

Fortissimo zoekt zo nu en dan een plekje op om lekker te zingen. Tijdens de Monumentendag in 2018 was de bibliotheek een verrassende plek.

 

Een stralende Maria Ommegang

Op 29 juni was het prachtig weer tijdens de 75e Maria Ommegang in Bergen op Zoom.  Fortissimo liep en zong met een flink aantal deelnemers mee in de processie.